Jos Strengholt
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

SAMEN MET NIJLVALLEI

 

Jos Strengholt zet zich in voor de armsten in Egypte en werd door de inlichtingendienst ontboden

Hij was zendeling, journalist, werd Anglicaans priester en zette zich altijd in voor zijn arme naaste in Egypte. Jos Strengholt: “Als de een iets heeft wat de ander nodig heeft, voel ik de plicht om te zorgen dat er gelijkheid komt.”

“Een Soedanese vluchteling in Egypte kon niet lopen. Hij had in de burgeroorlog in Soedan een kogel in zijn voet gekregen. Voor 200 euro konden we die kogel laten verwijderen, waardoor hij weer kon lopen.” Het tekent het belang van het werk van stichting Nijlvallei in het Noord-Afrikaanse land.

Geen slappe excuses
Strengholt kwam er al in 1988 terecht, toen hij zich naast zijn journalistieke werk voor sociale projecten inzette, “een dagverblijf voor gehandicapte kinderen, hulpverlening na een aardbeving en het opzetten van een christelijke uitgeverij”. 

Een opmerkelijke carrièreswitch volgt in 1997, de journalist begint een bedrijf dat zich specialiseert in christelijke filmproducties. “Een enorme uitdaging: ik had helemaal geen verstand van tv-producties. Niemand maakte christelijke televisie en iedereen zei dat de overheid ons zou stoppen. Maar ik dacht, met mijn wat Hollandse benadering: als ze willen dat ik stop, moeten ze het maar zeggen. Mensen keken bezorgd, maar het heeft fantastisch uitgepakt.”

Het blijkt een terugkerend fenomeen in het leven van de ondernemer Strengholt te zijn: met slappe excuses wordt geen genoegen genomen. “Een tweede probleem doemde op: er zouden nauwelijks producers en cameramensen voor de producties te vinden zijn. Dat leek mij onzin: iets minder dan 10 procent van de Egyptenaren is koptisch-orthodox, daar moeten zij ook tussen zitten. Dat bleek ook: mensen stonden in de rij om voor ons te werken.”

Christelijk concert op nationale televisie
Er werd een serie over Onesimus geproduceerd, evenals pastorale programma’s en semi-seculiere series die ook op de Egyptische staatstelevisie uitgezonden konden worden. Over vrouwenbesnijdenis, of over het omgaan met verstandelijk gehandicapten. Creatief personeel werd belangrijk: in de switch van analoog naar digitaal kon je voor een lagere prijs een goede camera kopen.

“Een van onze producers, een Egyptische, droomde ervan een groot christelijk muziekconcert te produceren in de Egyptische opera, de trots van de Egyptische staat. Ik vond het natuurlijk een mooi idee, en zowaar, de opera gaf ons toestemming. Een paar duizend bezoekers kwamen naar het concert, waarvan delen ook op de nationale televisie werden uitgezonden. Dat gaf een schok onder kerken in het hele land: als een christelijk productiebedrijf de opera kan huren, kunnen wij dan ook sportzalen of stadions van de staat gebruiken? Dat bleek inderdaad mogelijk.”

“Als buitenlander ben je misschien wat onvoorzichtig, omdat je denkt dat dingen gewoon kunnen.” Heeft Strengholt dan nooit last van de overheid gehad; zijn de voorspellingen daarover niet uitgekomen? “Een paar keer kwam er een snippertje papier onder de deur van ons bedrijf door, met een uitnodiging. Ik moest dan op het matje bij de inlichtingendienst komen en werd op beroerde momenten uitgenodigd. Misschien om te pesten, misschien gewoon ongelukkig gepland. Ze wilden weten waar ik mee bezig was.”

"Wat maak je voor programma’s?", was de vraag van de agenten. Strengholt droeg zijn team op vrijwel alle producties in een doos af te leveren bij het kantoor van de dienst. Een van de twee agenten die Strengholt had ontboden rook onraad bij een productie tegen vrouwenbesnijdenis en zei hem dat hij de Egyptische samenleving probeerde te veranderen en dat hij met de producties de islam ondermijnt. “Toen kon ik mijn verbazing niet onderdrukken: ‘De overheid heeft vrouwenbesnijdenis toch verboden? Dan mag ik dit toch produceren!’ De andere agent wees zijn collega terecht: hij heeft gelijk.” Nog drie of vier keer werd de ondernemer ontboden, “bij de vijfde keer dacht ik: ze bekijken het maar. Ik heb nooit meer iets van ze gehoord en ben er niet meer geweest.”

Buitensporige groei
Al die tijd hield Strengholt zich op de achtergrond, “ik was vooral bezig met een boodschap van veraf over de muur van het kasteel te gooien. Nu wilde ik aan de slag, op het grondvlak werken.” Als Anglicaans priester werd hij verantwoordelijk voor twee gemeenschappen: een Soedanese van tweehonderd leden en een Egyptische, waar elke dienst vijftien mensen in de kerk zaten. “Voor de Egyptenaren startte ik een avonddienst, waar na verloop van tijd vijftig vaste bezoekers kwamen en honderd wisselend. De Soedanese gemeenschap, die uit vluchtelingen bestond, groeide ondertussen buitensporig: van tweehonderd naar twaalfhonderd leden.”

“We moesten ingrijpen en gaven hen de beste behandeling, ook al was duidelijk dat de meesten zouden overlijden"

Dat kwam niet uit het niets: door een brand belandden zes vrouwen uit de gemeenschap op de intensive care. “Het waren onze kerkleden, waar wij verantwoordelijk voor waren”, zegt Strengholt. “We moesten ingrijpen en gaven hen de beste behandeling, ook al was duidelijk dat de meesten zouden overlijden..” De nood bleek hoog: er waren veel meer vluchtelingen die een arts moesten zien en daar geen geld voor hadden. “Ik voelde me verantwoordelijk voor hen, ook toen ik afscheid nam van deze gemeente”, kijkt Strengholt terug. “Niet alleen omdat ik de priester was, maar omdat dit in mij zit. “Als de een iets heeft wat de ander nodig heeft, voel ik de plicht om te zorgen dat er gelijkheid komt. Daarbij moet ik me niet vromer voordoen dan ik ben: als ondernemer wil ik ook graag dat onze stichting, die inmiddels in Nederland is ontstaan, groeit.”

Scheve verhoudingen
Geleidelijk bouwde Strengholt de stichting uit, die pas sinds anderhalf jaar een officiële Nederlandse naam heeft: Stichting Nijlvallei. Een stichting die vier medewerkers in Egypte heeft en waar Strengholt leiding aan geeft. “De focus ligt op medische hulp, voedselhulp en mensen een dak boven hun hoofd geven. Alles is kleinschalig, vooral gericht op Egyptische christenen en vluchtelingen.”

"De Soedanezen zijn donker en worden op straat gerust ‘slaaf’ genoemd"

Hij zou de activiteiten flink willen uitbreiden en ziet daarvoor veel kansen. “We zeggen bijna nooit nee tegen urgente gevallen. En de 3.500 voedselpakketten die we dit jaar uitgeven, daar zie ik er liever veel meer van. De Soedanezen zijn donker en worden op straat gerust ‘slaaf’ genoemd. Ze vallen erbuiten. Ik maak me hard voor hen.”

Een paar weken geleden klopten de ouders van een Soedanees meisje van 5 jaar oud aan bij het kantoor. Haar voet stond zo scheef dat ze niet kon lopen. Strengholt: “Het kostte maar 400 euro om de voet te opereren en te zorgen dat zij kon leren lopen. Zie je hoe verkeerd de verhoudingen zijn? Die operatie zou trouwens eigenlijk 1000 euro kosten, maar de arts was bereid om het voor dit bedrag te doen door een beetje onderhandelen. Met een relatief simpele operatie zet je iemands leven weer op de rails.”

Over de armoede in Egypte schreef Jos Strengholt het boekje 'Jezus in de ogen zien'. Geef je op voor de nieuwsbrief van Stichting Nijlvallei en krijg het gratis thuisgestuurd!