Mirjam van der Vegt
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

Dagelijks leven

14 oktober 2021 door Mirjam van der Vegt

Als tranen niet kunnen vloeien, wordt het van binnen een harde gletsjer

Er zit iets in mijn borst – iets groots. Het klemt. Ik weet inmiddels wat het is, omdat ik er afgelopen jaren ook veel mee te maken kreeg. Het is rouw en verdriet. Dit keer is het geen rouw om een persoon, maar om de wereld om mij heen. Het is rouw om het oude leven, dat ziek is en waarvan ik weet dat het zal sterven.

Om mij heen zie ik nog veel meer mensen die rouwen, en iedereen doet dat op zijn eigen manier. De een trekt zich terug en wil er liever niet meer over praten. De ander schreeuwt en gaat de barricaden op. Net zoals bij gewone rouw, zijn er dezelfde opmerkingen die pijn doen. Er zijn mensen die roepen dat de rouw er niet zou hoeven zijn: je hebt een keuze, dus dan mag je niet rouwen. Alsof rouw en verdriet zich door die voorwaarde laat weerhouden! Alsof ze eerst aan de deur klopt en vraagt; is het hier een eigen keuze, nou dan zal ik niet binnenkomen.

Verdriet wil gevoeld worden. Het zit in je borst als een rivier die zich ophoopt.

Dan zijn er mensen die rake leuzen of Bijbelteksten plakken over de rouw. Het einde der tijden is gekomen en het is allemaal al voorspeld. Het gesprek gaat niet meer over het verlies, maar over wie de schuld heeft. Hele bespiegelingen worden erover gehouden in een poging om grip te krijgen.

Ook worden er pogingen tot damage control gedaan met zinnen als ‘het valt wel mee,’ ‘het is toch maar tijdelijk’ en ‘er is meer in het leven dan dit alleen.’ En: ‘uiteindelijk komt alles goed.’ Zinnen die allemaal kloppen, maar die niet volstaan bij rouw.

Verdriet wil gevoeld worden. Het zit in je borst als een rivier die zich ophoopt. Als de tranen niet kunnen vloeien, wordt het een harde gletsjer van binnen. Herman Hesse zei het niet voor niets zo: tranen, zijn het smeltende ijs van de ziel.
Dus vraag ik me af, waar zijn de klaagvrouwen?

Vandaag ben ik een klaagvrouw.
Ik zit bij de wilgen en ik huil.
Ik huil om vroeger, ik huil om nu.
Ik huil niet omdat ik zielig ben, maar ik huil omdat ik liefheb en ik niet wil verstenen.
Je kunt van alles naar mij roepen, maar ik laat de stroom maar even gaan.

Er zijn mensen die roepen dat de rouw er niet zou hoeven zijn: je hebt een keuze, dus dan mag je niet rouwen. Alsof rouw en verdriet zich door die voorwaarde laat weerhouden!

En als het stroomt, dan is daar een verlangen. Een verlangen naar leven. In deze mooie wereld is er meer dat ons verbindt dan dat ons scheidt.
We kunnen elkaar ontmoeten, want we hebben dezelfde behoeften – al kleurt iedereen die anders in. Of je het leven nu viert, of als je rouwt – hoe kunnen we elkaar daarin tegemoet komen?

Mededogen
Samenhang
Inlevingsvermogen
Zorg
Respect
Veiligheid
Erkenning
Begrijpen en begrepen worden
Heelheid
Orde en harmonie
Verbondenheid
Hoop
Vieren van het leven en rouw
Autonomie
Vrijheid

Zou het kunnen, dat we aan elkaar gegeven zijn als een hand en een voet aan hetzelfde lichaam?
Zou het kunnen zijn dat als een deel van het lichaam lijdt, het hele lichaam pijn heeft?
Zou het kunnen zijn dat als we zorg aan elkaar verlenen, er heelheid en vrede kan zijn?
Zou het kunnen zijn dat je dan samen kan dansen?

Mirjam van der Vegt is werkzaam als schrijver, spreker en trainer. Klik hier om haar website te bezoeken.
Foto Mirjam van der Vegt: Eljee Bergwerff

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

Prachtig, Mirjam! Een klaagzang van de Geest.
De vrucht de geest van God is liefde, vrede, blijdschap enz. Onze menselijke geest staat voortdurend onder druk van Gods en onze tegenstander vanuit en in de geestelijke wereld. Door deze strijd en pressie kunnen wij rouw en verdriet ervaren, maar dit kunnen wij overwinnen en omzetten in (echte) blijdschap door de kracht, de wijsheid en de liefde van Gods geest, als deze in ons woont, als wij hiermee vervuld zijn en steeds meer worden (zie o.a. Rom. 15:13).