Ds. S. T. Lagendijk
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

05 oktober 2021 door Jeffrey Schipper

Ds. S. T. Lagendijk: "De wet was een externe motivator om met God te leven"

"Zonder de wet zou het volk Israël opgegaan zijn in de zonde en daardoor van God en Christus vervreemd geraakt zijn. Daarom heeft God hen de wet gegeven", maakt ds. S. T. Lagendijk duidelijk. De hersteld hervormde predikant beantwoordt in de vragenrubriek van Refoweb.nl een vraag over Galaten 3:22-25. Wat maakt christenen nu zoveel vrijer en volwassener dan gelovige joden in het Oude Testament?, wil de vragensteller weten.

Lagendijk: "Aan de ene kant kun je zeggen dat de wet ons onze zonden tegenover God laat zien. De wet doordringt ons ervan dat wij het zélf niet redden, maar een Zaligmaker, Christus, nodig hebben. Dit is natuurlijk waar. Het is alleen de vraag of Paulus dat in de verzen die je noemt, bedoelt. Deze uitleg is vooral problematisch als het gaat om onze positie nu: als wij vrij zijn van de wet, zoals Paulus zegt, betekent dat dat wij dan nu niet meer schuldig gesteld worden door de wet als wij zonden doen? Volgens mij worden ook wij, die in Christus geloven, elke keer als wij zondigen schuldig gesteld door de wet en elke keer opnieuw tot Christus gedreven om het als schuldige opnieuw van Hem te verwachten en te schuilen achter Zijn bloed.

Ik denk (en dat is de tweede lijn) dat Paulus hier met de wet vooral die gedeelten van de Oude Testamentische wetten bedoelt die Israël als volk apart zette van de andere volken. Deze wetten hebben hen ervoor bewaard zich te vermengen met de heidenen. In het Oude Testament zien we dat waar er vermenging met de heidenen optreedt, dat gepaard gaat met het loslaten van de dienst van de HEERE en het binnenhalen van afgodendienst. Door de wet is een veilige scheidslijn opgeworpen, waardoor het volk Israël bij de heidenvolken en hun zonden vandaan gehouden zijn. Zo zijn zij bewaard tot de komst van Christus. Met Christus valt de scheidslijn weg. Waar de wet een externe motivator was om met God te leven en Zijn wil te doen, komt er vanuit de relatie met Christus een interne motivatie om met God en naar Zijn wil te leven.

Paulus gebruikt het beeld van slaven en kinderen. De positie onder de wet is te vergelijken met slaven: slaven zijn aan hun meester gebonden omdat ze moeten. Slaven kunnen het goed hebben onder hun meester, ze kunnen een goede relatie hebben met hun meester, ze kunnen hun meester uit liefde dienen, maar ze hebben geen keuze: ze moeten. Door het geloof in Christus zijn we kinderen van God geworden. Kinderen zijn aan hun vader verbonden met de band van liefde. Ze dienen hun vader niet omdat het moet, maar omdat hij hun vader is die ze liefhebben", aldus de predikant uit Goes.

Lees zijn volledige antwoord op de website van Refoweb.nl

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

K
Eindelijk eens een echt doordacht antwoord rondom het houden van de wet. Maar al te makkelijk wordt verwezen naar de bijbel als iets wat we moeten, want het staat zo geschreven. En dat van een dominee van de Hersteld Hervormde Kerk.

Wanneer je echt geloof en de Heilige Geest in je woont, is het niet meer voldoen aan regels die je worden opgelegd, maar zoek je zelf de wil te doen van onze Hemelse vader. En dat geeft heel veel ruimte en mogelijkheden.
Is het niet beter om de Heiland aan te duiden onder Zijn naam zoals de Engel des Heren heeft bevolen? (Mattheus 1:21), inplaats Zijn status-titel alleen te noemen (Christus=Gezalfde, Koning, Messias) van en over Israël. Met de naam christus valt de scheiding niet weg, maar brengt deze juist aan! Zo wij lezen in Johannes 1:42 met herhaling in 4:25 De scheiding zien we in de verzen 27,28 welke de Here met Zijn discipelen deelt.
Ja Kees, en dat gelukkig van een dominee van de HHK! Een in vele opzichten goed artikel, vooral waar staat dat wij God niet dienen omdat het moet, maar uit liefde tot Hem. En God maakt ons tot zijn zonen doordat Hij zijn geest in ons doet wonen (Gal. 4:6): Hij geeft alleen maar! Wat toch een verschil met alle andere (af)goden die de mens tevreden moet stellen door het brengen van allerlei offers en het nakomen van allerlei voorschriften.