Piet Vergunst
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

07 september 2021 door Piet Vergunst, De Waarheidsvriend

Kerkenraden vragen voorgangers meer en meer om kortere diensten en preken

Voortdurend blijft er in christelijk Nederland discussie over allerlei aspecten van de kerkdienst. Die betrokkenheid bij de zondagse erediensten is zonder meer mooi – behalve als we pogen allerlei persoonlijke verlangens te realiseren. Dán raken we veel kwijt, schrijft Piet Vergunst in De Waarheidsvriend.

De Waarheidsvriend is het huisorgaan van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland.

Tien tot vijftien minuten
Op 9 augustus schreef prof. Bernhard Reitsma in het Nederlands Dagblad een column die de aandacht trok. De vinger legde hij bij het feit dat preken en kerkdiensten in Nederland in het algemeen steeds korter worden. Waarom? Omdat de kerk inzake presenteren rekening houden wil met psychologen en coaches die als mening uiten dat we vandaag maximaal tien tot vijftien minuten geconcentreerd luisteren kunnen. Heilzaam was het dat prof. Reitsma zijn lezer in de spiegel van de vervolgde kerk kijken liet: ‘Gelovigen die vervolgd worden, kunnen zich niet voorstellen dat je de Bijbel in een kerkdienst maar tien minuten opendoet.’

Hoe kenmerkend is ondertussen deze discussie voor de kerk in ons land? Hoe geraakt moeten we zijn door reacties als dat je de handen soms vol kunt hebben aan het in praktijk brengen van een korte preek, dat het in principe niet om de lengte van de preek gaat maar om de verrassing, om het meeslepende verhaal? Het zijn reacties die voorbijgaan aan het eigene van de kerkdienst.

De cultuur vraagt veelal om kort en flitsend, om het snel je punt kunnen maken.

Bij God wonen
In elk geval gaat het hier om een discussie die in de realiteit van ons leven staat. De cultuur vraagt veelal om kort en flitsend, om het snel je punt kunnen maken. En als kinderen in het leven vooral de dingen willen die ze leuk vinden, geeft dat kortsluiting in de kerkdienst, onbehagen bij hun ouders. Voor die ouders zelf zal het ervaren probleem niet minder zijn: geconcentreerd naar een preek luisteren is zo anders dan het nieuws tot je nemen via je iPhone. Je zult als predikant met bovenstaande overwegingen elke week maar moeten toeleven naar de zondag. Zomaar kan dit je verlammen.

Beter dan bij de lengte lijkt mij het insteken bij ons verlangen, bij ons hart. Een kind van God verlangt naar het huis van God, het is een treffende rode draad in de psalmen. ‘Eén ding heb ik van de HEERE verlangd, dát zal ik zoeken: dat ik wonen mag in het huis van de HEERE, al de dagen van mijn leven.’ (Ps.27) ‘Wanneer zal ik binnengaan en voor Gods aangezicht verschijnen?’ (Ps. 42). ‘Welzalig die U verkiest en doet naderen, die mag wonen in Uw voorhoven.’ (Ps.65) ‘Mijn ziel bezwijkt zelfs van verlangen naar de voorhoven van de HEERE.’ (Ps.84) Onderweg op deze aarde is wonen bij God een ultiem geluk. Het is daar dat pelgrims Hem voortdurend loven.

Gods verlangen
Dieper dan het verlangen náár God gaat het verlangen ván God. Dat verlangen bestond erin om mensen te scheppen die Zijn beeld dragen, die Zijn gelijkenis vertonen. Na Genesis 3 blijft Hij de mens zoeken, wil Hij de mens herstellen in de gemeenschap met Hem. Waar de maaltijd een oefening in de gemeenschap is, zegt Christus tegen de discipelen: ‘Ik heb er vurig naar verlangd dit Pascha met u te eten, voordat Ik ga lijden.’ (Luk.22:15) Diep gaat dat.

Als de kerk leeft van de liefde van God, kan ze tegen Hem niet zeggen: ‘Kunt U ons in tien of vijftien minuten zeggen wat U op Uw hart hebt?’

Nu, als de gemeente op zondag samenkomt, oefent ze zich in de omgang met Hem. De bruid en haar Bruidegom zijn samen. Liefdestaal is dat: uitingen van afhankelijkheid en trouw van haar zijde, tekenen van Zijn liefde van Zijn kant. Zichzelf aan Hem toevertrouwen door haar, meer van Zichzelf laten zien door Hem. Die wisselwerking is het weefsel van de eredienst.

‘Ik word niet moe…’
Bij deze liefde past geen tijdklok, althans niet in minimalistische zin. Uiteraard is er orde en structuur, dat is de discussie niet. Maar als de kerk leeft van de liefde van God, kan ze tegen Hem niet zeggen: ‘Kunt U ons in tien of vijftien minuten zeggen wat U op Uw hart hebt?’ Beledigend is dat, hoogmoedig, niet passend bij de nederige en ontvangende gestalte van de kerk. Zeker als daarbij de vraag gesteld wordt of die openbaring in vijftien minuten prikkelend en pakkend verwoord kan worden, op de praktijk van mijn leven gefocust.

Piet Vergunst is hoofdredacteur van de Waarheidsvriend. Lees hier het volledige artikel.

Neem een jaarabonnement (€ 49,00). Als welkomstgeschenk ontvangt u De Waarheidsvriend twee maanden gratis. Of maak gebruik van deze actie en lees De Waarheidsvriend vier maanden voor € 10,-!

Klik hier om abonnee te worden van De Waarheidsvriend!

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

Dit soort berichten weerspiegelt eerder onze consumptiemaatschappij dan het verlangen om gevoed te worden door het woord van God (Jezus: Ik ben het brood des levens). Een kerk die toegeeft aan het gedachtegoed van de wereld mag, nadenken over het feit wie de beslissingen hierover neemt en vanuit welke motivatie. Bang om mensen te zien vertrekken? laat ze gaan, want ze onderschatten de maaltijd en de reden waarom die wordt geserveerd en wie Zijn leven daarvoor gaf. een (G)eest vervulde preek is niet aan tijd gebonden.
K
Vroeger (paar eeuwen terug) werd er uren lang gepreekt. In die zin is een kwartier wel heel kort, maar drie kwartier is in dat licht ook kort. Dus waarom drie kwartier wel goed is, maar één kwartier ontgaat mij een beetje.

Daarbij hoeft de kerkdienst niet perse korter te duren. Je kunt ook meer zingen, of (als goede tussenoplossing) tussen de twee of drie delen van de preek een zangmoment te houden.
Toon meer reacties (3)