Gert-Jan van Heugten
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

Nieuws

09 september 2021 door Redactie

Is de aarde vierenhalf miljard jaar oud? Gert-Jan van Heugten spreekt

Is de aarde vierenhalf miljard oud, zoals veel wetenschappers zeggen? Of is deze zesduizend jaar jong, zoals een andere groep wetenschappers zegt? Daarover spreekt Gert-Jan van Heugten op woensdag 15 september tijdens een bijeenkomst van Deventer Denkt.

De spreker gaat in op de vraag hoe verschillende wetenschappers tot hun conclusie zijn gekomen en of ze die met wetenschappelijke bevindingen kunnen ondersteunen.

Gert-Jan heeft de opleiding Scheikundige Technologie gedaan aan de TU Eindhoven en zich verdiept in allerlei andere vakgebieden, met name biologie, theologie, geologie, paleontologie en astronomie.

Deventer Denkt wil mensen zelf laten nadenken over het bestaan van God en de betrouwbaarheid van de Bijbel. De stichting wil laten zien dat geloven in God redelijk, onderbouwd en positief is.

De bijeenkomst duurt van 20:00 – 21:30 uur. De deur gaat open om 19:30 uur. Na afloop kun je blijven napraten. De toegang is gratis, collecte aanwezig.

Klik hier voor meer informatie

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

In den beginne schiep God de Hemel en de aarde. Met deze verheven verklaring over het begin van alle dingen voert de Heilige Geest ons rechtsreeks naar God. Er blijft geen ruimte voor menselijke veronderstellingen. Jesaja 40:25,26 verklaart Zijn grote kracht bij het uitleiden en plaatsen van hemellichamen, die allen een naam hebben gekregen. Jesaja 45:18 spreekt van onze aarde die ooit geschikt was gemaakt voor menselijke bewoning. Petrus voorspelt de tijd over een vermeende wetenschap die de mens zou hebben uitgedacht. (2. Petrus 3:3,4)
Vers 5,6 wijst ons op de dwaling van een jonge aarde, en de vergane en verzwolgen wereld. die Mozes weergeeft in Genesis 1:2 de toenmalige wereld verzwolgen door het bevroren water. Dat is niet de latere vloed die Petrus benoemd als de "voortijd" in Petrus 2. 2:4 aansluitend op Genesis 6:4.