Ds. J. J. ten Brinke
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

31 augustus 2021 door Ds. J. J. ten Brinke, De Waarheidsvriend

De volharding van de heiligen: wat wordt daarmee bedoeld?

Het is een van de grondbeginselen van het christelijk geloof: ‘de volharding van de heiligen’. Wat wordt daarmee bedoeld? Niet dat gelovigen stoer zullen volhouden. Het gaat erom dat God trouw blijft aan Zijn kinderen. Dat Hij niet loslaat wat Zijn hand begon, schrijft ds. J. J. ten Brinke in De Waarheidsvriend.

De Waarheidsvriend is het huisorgaan van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland.

Toch is dat in de Bijbel op geen enkele manier een reden om achterover te leunen. In onder meer de Hebreeënbrief worden we met klem aangespoord tot volharding. Verrassend is dat in dat bijbelboek ‘volharding’ verbonden is met ‘vrijmoedigheid’. Kernachtig klinkt het in 10:35-36: ‘Werp uw vrijmoedigheid niet weg (…), want u hebt volharding nodig.’

Waarachtig hart
Volharding komt tot uiting in aanhoudend verbonden zijn aan Christus, aan de troon van Gods genade. Volharden betekent gelovig gebruik maken van de door God verleende vrijmoedigheid. De belijdenis dat wij vrijmoedigheid ontvangen hebben (10:19) en het zicht op de Hogepriester in de hemel in Wie die vrijmoedigheid geborgd is (10:20-21), spoort aan om te naderen ‘met een waarachtig hart, in volle zekerheid van het geloof’ (10:22). Volharding wordt beoefend in het blijven naderen.

Volharden betekent gelovig gebruik maken van de door God verleende vrijmoedigheid.

Het naderen mag en moet gebeuren ‘in volle zekerheid van het geloof’. De uitdrukking zou verkeerd opgevat kunnen worden, alsof het gaat om de zekerheid van ons subjectieve geloven (‘ik weet zeker dat ik echt geloof’). Zo is het hier echter niet bedoeld. Het gaat om de zekerheid die ligt in het vóórwerp van het geloof; het gaat om Hem, in Wie je gelooft. Niemand minder dan Jezus Christus, Die als Hogepriester zit aan Gods rechterhand en de toegang openhoudt, is Degene in Wie zekerheid ligt. Een broeder uit een van de gemeenten die ik als predikant heb mogen dienen, vertrouwde het mij toe, kort voor zijn sterven. Hij zei: ‘Het is goed, dominee!’ Ik vroeg hem: ‘Hoe weet u dat zo zeker?’ Zijn antwoord luidde: ‘Omdat Christus voor mij tussentreedt.’ Dat is de volle zekerheid van het geloof: zeker zijn van Hém.

Het naderen mag en moet ook gebeuren ‘met een waarachtig hart’. Niet dubbelhartig. Niet door wel te bidden om Gods zegen en genade, maar tegelijk de zonde aan de hand te houden of gemakzuchtig in het leven te staan. Met een waarachtig hart, dat wil zeggen: oprecht, eerlijk voor God. Zó naderen.

Gods wil
Volharden heeft alles te maken met het volbrengen van de wil van God (10:36). Als het daarover gaat, wijst de Hebreeënschrijver allereerst terug naar Christus, Die de wil van God volkomen heeft gedaan (10:7, vgl. Ps.40). De oproep om de wil van God te volbrengen is dan ook allereerst een oproep om verbonden te zijn aan Christus, Die plaatsvervangend Gods wil volbracht. Vanuit de geloofsverbondenheid met Hem wordt het volharden heel concreet.

Volharding is in het christenleven geen plusje dat ook wel gemist kan worden.

Het is allereerst de belijdenis van de hoop vasthouden (10:23). Gelovig staan en blijven staan op het Woord, op de beloften van God. Hoe het ook kan tegenlopen, toch op Gods goedheid blijven hopen. Want Hij, Die het beloofd heeft, is getrouw. Het is vervolgens ook op elkaar letten door elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken (10:24). Binnen de gemeente elkaar durven aansporen, maar ook: je láten aansporen. Het derde dat hoort bij volhardend Gods wil volbrengen is het niet nalaten van de onderlinge bijeenkomsten (10:25). De beoefening van de onderlinge gemeenschap, juist in tijden van crisis, is van groot belang om persoonlijk en samen te kunnen volharden in de strijd van het geloof.

Verwachte beloning
Volharding is in het christenleven geen plusje dat ook wel gemist kan worden. Hoewel tot onze troost beleden mag worden dat onze volharding ten diepste vastligt en gegarandeerd is in de volhardende voorbede van Christus, doet dat niets af aan de klemmende verantwoordelijkheid die vanuit het Woord afkomt op allen die onder de bediening van het Evangelie leven. De uitkomst van het christenleven staat of valt met de beoefende volharding. De Hebreeënschrijver verbindt de noodzaak van volharding met het al dan niet verkrijgen van de vervulling van de belofte (10:36). Het wordt zelfs een beloning genoemd. Deze beloning is er niet omdat wíj beloond zouden moeten worden, maar wel omdat het werk van Christus vruchtdraagt; niet omdat een mens iets verdient, maar wel omdat God ons genadig bedient. De beloning is het gevolg van Gods werk in ons.

Wat is de inhoud van de beloning die mag worden verwacht? Het is ‘de vervulling van de belofte’. Bedoeld wordt datgene wat beloofd is; wat in de belofte is vervat. In de verkondiging van het Evangelie wordt de belofte zelf ontvangen. Het ‘beloofde’ is wat nog uitstaat en wat biddend wordt verwacht.

Ds. J. J. ten Brinke is predikant van de hervormde gemeente te Oud-Beijerland en lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. Lees hier het volledige artikel. Geïnteresseerd in meer lezenswaardige artikelen? Neem een jaarabonnement (€ 49,00). Als welkomstgeschenk ontvangt u De Waarheidsvriend twee maanden gratis. Of maak gebruik van deze actie en lees De Waarheidsvriend vier maanden voor € 10,-!

Klik hier om abonnee te worden van De Waarheidsvriend!

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

H
Misschien wat flauw, maar de volharding van de heiligen is volgens mij geen grondbeginsel van het christelijk geloof, maar grondbeginsel van calvinistische theologie.
G
Vreemde opmerking, dus de bijbel is geschreven door calvinisten????
Toon meer antwoorden (2)