Gerrianne Pennings
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

SAMEN MET ZOA

 

‘Het leven in Jemen was al zwaar, nu is 't helemaal erg'

“Bij ZOA geloven we nooit dat een situatie uitzichtloos is, maar het is in Jemen wel heel zwaar”, zegt Gerrianne Pennings, ZOA-medewerker in Jemen. Zij geeft een inkijkje in haar leven en neemt ons enkele dagen mee op reis door dit zwaar geteisterde land.

We zijn er voor onze naasten in nood die lijden in deze gebroken wereld. We zijn er voor mensen die alles kwijt zijn geraakt door een oorlog of een ramp. Samen met jou kunnen we in noodsituaties snel te hulp schieten. En hen ook daarna trouw blijven, door te helpen bij het opbouwen van een nieuw bestaan. Net zo lang totdat ze zichzelf weer kunnen redden.

Week 1 - Dinsdag
Het is ’s avonds een beetje afgekoeld, maar het is nog steeds ergens tussen de 25 en 30 graden. Ik voel de hitte van de muren afkomen, sterren staan aan de hemel. Mijn oordopjes gaan in, de podcast aan. Ik loop heen en weer op een ommuurd dakterras. Op de achtergrond klinken de gebedsoproepen van lokale moskeeën. Er komt een voicemail­ berichtje binnen van m’n zusje. Wat zou ik graag weer met haar discussiëren over het avondeten! Ik slaak een diepe zucht. Van­avond komt er ook bericht dat er opnieuw een vredesvoorstel op tafel ligt, maar het is direct alweer afgewezen door de andere partij.


Gerrianne Pennings werkt voor ZOA in Jemen

Mijn dagen zijn altijd uitdagend en nooit saai, maar ook vaak pittig en lang

Week 2 - Maandag
Na een weekje Rest and Recuperation - verplichte rust in stressvolle gebieden – weer aan de slag op kantoor. Maskers op, desinfectiemiddel bij de hand. Ik probeer een paar belangrijke deadlines te halen en stuur berichtjes naar collega’s in de Jeme­nitische hoofdstad Sana’a en Nederland. Tientallen e­mails op een dag, werken aan nieuwe projectvoorstellen en data­-analyse. Het grootste deel van mijn werk ziet er zo uit. Mijn dagen zijn altijd uitdagend en nooit saai, maar ook vaak pittig en lang.

Week 2 - Donderdag
Vandaag ga ik naar de dorpen Fara’a en Mutain in de Al Nokhyla vallei, in het Al Musaymir district (Lahj). Het is afgelegen, droog en heet in de woestijnachtige bergen van Jemen. Geen druppel water, geen groene boom te zien. Toch wonen er al eeuwenlang mensen in deze arme, onherbergzame gebieden in het Midden­-Oosten. Voor de oorlog in Jemen was het hier al zwaar, maar nu,­ na zes jaar oorlog, is het helemaal erg.

DE VROUW heeft geluk dat er een auto is met brandstof

In het eerste dorpje waar we aankomen staat een oude, krakkemikkige pick-­up klaar om te vertrekken. Eén van de vrouwen heeft medische zorg nodig. Het gaat minstens een uur duren voordat ze bij een kliniek komt waar hopelijk net die dag een dokter zal zijn. Even bellen om te checken gaat niet, want er is geen netwerkbereik hier diep in de bergen. Maar zij heeft geluk dat er een auto is met brandstof...

In het dorpje zwermen kinderen rond. Zij gaan niet naar school, want er zijn geen leraren beschikbaar. Dat geldt trouwens voor de meeste mensen in dit gebied, zij zijn nooit naar school geweest. Ik loop mee met Muna, één van de vrouwen in ons team, naar een van de huisjes. Daar zitten we met een oude vrouw in de schaduw en vragen haar naar de omstandigheden. Op dit moment zijn er twee tijdelijke latrines van golfplaten, die alle dorpsbewoners met elkaar moeten delen. ZOA zal in dit dorpje meer latrines gaan bouwen.

Na dit bezoek rijden we verder. Nog dieper de bergen in. De zon kan hier echt een vijand zijn. Heet, stekend en warm. Elk spatje regen verdampt.

Hoewel ik goed besef dat ik nooit zal begrijpen wat haar tot het uiterste heeft gedreven, raakt het me diep

In het volgende dorpje horen we hetzelfde. De dichtstbijzijnde markt waar je verse groenten en fruit kan kopen en medische zorg kunt vinden, is zo’n twee uur rijden ervandaan. Als je tenminste geld voor brandstof hebt om er te komen. Een van de dorpsbewoners vertelt dat pas een vrouw tijdens de bevalling haar kindje heeft verlo­ren. Er was simpelweg geen geld en geen auto om haar naar de dokter te brengen. Ook hoor ik over een vrouw die uit pure wanhoop zichzelf van het leven heeft beroofd. Hoewel ik goed besef dat ik nooit zal begrijpen wat haar tot het uiterste heeft gedreven, raakt het me diep.

Terwijl ik op het stoepje zit van een huisje waarin helemaal niets te vinden is, behalve een matje op de vloer, lach ik niettemin met de kinderen en leer ik hun namen in gebro­ken Arabisch. Ik luister naar de vrouwen met verweerde gezichten en diepe lijnen, die spreken van overgave en kracht. Ik zie de kinderen met dunne armpjes en benen. Ik luister naar de visie van de vertegenwoor­diger van de lokale autoriteiten. Hij vertelt hoe organisaties als ZOA het beste kunnen werken in deze afgelegen gebieden. Ik denk met het team onderweg na over hoe we ervoor kunnen zorgen dat we veilig een vertrouwensband kunnen opbouwen met deze gemeenschappen.

Week 2 - Vrijdag
Het is weekend. Bij een kopje koffie lees ik mijn e­mails en werk even de meest urgente dingen bij. Naast me ligt een stapel met kaartjes vol Arabische woorden en een boek over de complexe politieke geschiedenis van Jemen. Maar wat me vooral motiveert en inspireert zijn de mensen. De warme, vriendelijke, koppige, gastvrije en sterke Jemenieten. Die blijven volhouden, ook na zes jaar oorlog. En door een klein stukje van hun verhaal te delen, hoop ik dat ZOA kan blijven werken in dit ingewikkelde, door oorlog verscheurde, prachtige land.

Beeld: ZOA Jemen

Dit artikel is eerder gepubliceerd in ZOA-magazine. Ontvang het magazine (gratis)!