Dr. R. W. de Koeijer
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

27 juli 2021 door Dr. R. W. de Koeijer

Het geheim van de godsvrucht: de gezonde leer

Meestal omschrijven we het christenleven met bijbelse kernwoorden als geloven, liefhebben, bekeren, navolgen en gehoorzamen. Maar we komen in de Bijbel ook de term ‘godsvrucht’ tegen. Wat betekent deze aanduiding en in welke samenhangen komt ze voor?

De Waarheidsvriend is het huisorgaan van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland.

De term ‘godsvrucht’ komen we bijna alleen tegen in de beide brieven aan Timotheüs en aan Titus, de zogenaamde pastorale brieven. Het Griekse grondwoord (eusebeia) komt in de eerste Timotheüsbrief tien keer voor en kan dan ook gerust een kernbegrip worden genoemd.

Vreze des HEEREN
Om het woord godsvrucht te begrijpen, moeten we terug naar het Oude Testament. De term die we daar tegenkomen, is ‘vreze des HEEREN’. Denk aan twee bekende teksten waarin deze uitdrukking voorkomt: ‘Wie is de man die de HEERE vreest? Hij onderwijst hem in de weg die hij moet kiezen’ (Ps.25:12) en: ‘De vreze des HEEREN is het beginsel van de kennis’ (Spr.1:7). God vrezen betekent niet dat gelovigen angst voor Hem hebben, maar wijst op een grondhouding van eerbied en ontzag.

Cornelius kende dus eerbied voor God en dat was te merken aan zijn leven, vooral aan zijn liefdegaven voor de armen en aan zijn gebedspraktijk.

We kunnen deze uitdrukking alleen begrijpen als we haar in het juiste verband plaatsen. Ten eerste komt ze op uit de kennis van de God van Israël, Die almachtig en ontzagwekkend is. Ten tweede is ze liefdevolle eerbied, want ze is verbonden met de liefde tot de HEERE, de trouwe God van het verbond. Ten derde neemt ze Gods geboden volstrekt serieus.

Via de Griekse vertaling van het Oude Testament (Septuaginta) wordt godsvreze in het Nieuwe Testament meestal verwoord als godsvrucht, godzaligheid (Statenvertaling) of vroomheid (Nieuwe Bijbelvertaling). In de Grieks-Romeinse wereld komen we het woord voor eerbied vooral tegen in de officiële verering van de goden. Het Nieuwe Testament spitst godsvrucht echter toe op de eerbied voor de ene ware God, niet alleen in de eredienst, maar ook in het dagelijkse leven. Enkele keren komen we de aanduiding tegen in het boek Handelingen. Zoals in hoofdstuk 10, waar de Romeinse legerleider Cornelius wordt voorgesteld als een man die met heel zijn huis God vreesde (vs.2). Cornelius kende dus eerbied voor God en dat was te merken aan zijn leven, vooral aan zijn liefdegaven voor de armen en aan zijn gebedspraktijk.

Christelijke leer
We krijgen meer zicht op de precieze betekenis van godsvrucht als we de twee kanten van het woord overdenken: ‘God’ en ‘vrucht’. De eerste kant wijst erop dat het centrum van het christenleven de gerichtheid op God is. Dit brengt ons bij het grote belang van de christelijke leer. De eerste Timotheüsbrief geeft helder aan dat godsvrucht nauw is verweven met de gezonde leer, zoals in deze centrale tekst: ‘En buiten alle twijfel, groot is het geheim van de godsvrucht: God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in de Geest, is verschenen aan de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid. (3:16)

De uitdrukking ‘het geheim van de godsvrucht’ betekent niet dat het kennen van de Heere is gericht op een verborgen en onbegrijpelijk mysterie. De tekst wijst op het wonder van Gods heil, dat gelukkig niet verborgen is gebleven. De goede leer is toegespitst op Christus, op de heilsgeschiedenis vanaf Zijn geboorte tot en met Zijn hemelvaart. ‘Geheimenis van de godsvrucht’ houdt in dat de christelijke geloofsleer niet in het verstand opgeborgen moet blijven. Ze vormt juist de basis van de geestelijke omgang met God en van een leven met Hem.

Vanwege de nauwe relatie tussen godsvrucht en geloofsleer klinkt in de pastorale brieven regelmatig de waarschuwing tegen dwalingen.

Oefening
De nauwe verbinding tussen godsvrucht en christelijke leer komen we later in de eerste Timotheüsbrief opnieuw tegen. In hoofdstuk 4 wekt Paulus zijn geestelijke zoon op tot oefening in de godsvrucht (vs.7). Daarbij denkt hij aan een leven van liefde, geloof en reinheid (vs.12). Wanneer Timotheüs op deze manier leeft, zal hij geestelijk groeien en goede leiding kunnen geven aan de gemeente. Even later zien we de verbinding tussen leer en leven in de opwekking: ‘Geef acht op uzelf en op de leer.’ (4:16) Een voorbeeldig leven dient dus samen te gaan met een concentratie op het ware Evangelie. De brief eindigt met Paulus’ oproep om het ‘toevertrouwde pand’ te bewaren (6:20), waarmee opnieuw de gezonde leer aan de orde komt.

De betekenis van de christelijke geloofsleer is dat alleen de kennis van Gods heil godsvrucht zal brengen. De al genoemde inleiding op de eerste Timotheüsbrief in de HSV-Studiebijbel schrijft kernachtig: ‘Het ware Evangelie zal altijd leiden tot godsvrucht onder aanhangers.’ Zonder deze kennis van Christus kun je tot een beschaafd leven van normen en waarden komen, zoals ook in de Romeinse wereld te zien was. Maar een beschaafd leven is nog geen godsvrucht, want daarin staat God Drie-enig centraal.

Dwaalleer
Vanwege de nauwe relatie tussen godsvrucht en geloofsleer klinkt in de pastorale brieven regelmatig de waarschuwing tegen dwalingen. Hoewel we niet precies weten hoe de dwaalleer eruit heeft gezien, lijkt het te gaan om uitvoerige discussies over geslachtsregisters (1:4) en over de wet (1:7). Eindeloze discussies over bijzaken en verkeerde opvattingen over Christus leiden tot verkeerde levenspraktijken, waarbij verwaandheid, hebzucht en vooral geldzucht een grote rol spelen (6:3-10).

Daartegenover is Timotheüs geroepen de goede leer vast te houden en te verdedigen. De beoefening van de godsvrucht hoort daarbij, want ook een christelijke levensstijl is een passend antwoord op de dwaalleer. Vanwege de nauwe verbinding tussen de kennis van het Evangelie en een leven van godsvrucht is dwaalleer gevaarlijk voor een gezond en krachtig geloofsleven.

Dr. R. W. de Koeijer is predikant van de hervormde gemeente te Waddinxveen en lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. Lees het volledige artikel op de site van De Waarheidsvriend.

Klik hier om abonnee te worden van De Waarheidsvriend!

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

DK zegt: ‘Geheimenis van de godsvrucht’ vormt juist de basis van de geestelijke omgang met God en van een leven met Hem. Vrucht dragen voor God is dat de vrucht van Gods geest zich in ons volledig ontwikkelt, dat wij (hierdoor) openbaar worden als zonen van God, dat Jezus (zo) zichtbaar wordt in de zijnen, dat wij gelijkvormig worden aan Jezus Christus, dat wij als mens de volmaaktheid bereiken en tenslotte ervaren dat ‘God alles in allen wordt’, dus ook in ons. Bereiken we dat niet door de liefde na te jagen en te streven naar de gaven van God
... en te streven naar de gaven van Gods geest? (zie o.a. 1 Kor. 14:1).
Het is evident dat de schrijver van dit artikel wel degelijk aangeeft dat er een geloofsleer is, maar deze niet op zichzelf staat, maar dat het (G)eestelijk leven daartoe behoort om de verborgen omgang met God te vervullen of te completeren. Dat niet expliciet naar de Geestesgaven wordt verwezen betekent 'm.i. niet dat de schrijver dat overslaat of weglaat. De geloofsleer alleen leidt niet tot een vruchtbaar leven, omdat zonder relatie met de Heilige Geest, de Schrift niet tot leven kan komen. De Geest maakt Levend en leidt ons.
Toon meer reacties (1)