Prof. dr. A. Siebesma
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

28 juli 2021 door Prof. dr. A. Siebesma

Hoe denken Messiasbelijdende Joden over de staat Israël?

Shmuel Oswald Rufeisen werd in 1922 geboren in een klein plaatsje vlak bij Oswiecim (dat wij nu kennen als Auschwitz). In zijn jeugd was hij lid van een religieus zionistische jeugdorganisatie. In de tweede Wereldoorlog vocht hij als partizaan tegen de Duitse bezetters en hielp mee om honderden Joden uit het getto van Mir (Wit Rusland) te laten ontsnappen.

Uiteindelijk dook hij onder in een nonnenklooster. Daar kwam hij tot geloof en werd gedoopt. Na de oorlog trad hij in bij de orde van de Karmelieten, een kloosterorde die is ontstaan op de berg Karmel bij Haifa en emigreerde naar Israël. Hij beschouwde zich in de eerste plaats als Jood en zag zijn bekering als een verrijking van zijn Joodse identiteit. Maar toen hij aanspraak wilde maken op het Israëlische staatsburgerschap, werd hem dat geweigerd. Ook al sympathiseerde men met hem, zijn overgang tot het christelijk geloof vormde een barrière om Israëlisch staatsburger te worden. Uiteindelijk werd hij tot staatsburger genaturaliseerd en stierf in 1998 in een klooster in Haifa.

Toen aan het einde van de negentiende eeuw het politiek zionisme ontstond, behoorden de Joodse christenen tot haar grootste pleitbezorgers.

Dit voorbeeld illustreert de moeite die de Israëlische autoriteiten ook vandaag de dag nog hebben met Messiasbelijdende Joden die zich in Israël willen vestigen. Ook al zijn ze halachisch (volgens de joodse wet) Joods, door christen te worden hebben ze (zo meent men) afstand gedaan van hun Joodse identiteit.

Te beginnen vanuit Jeruzalem
Het is daarom opmerkelijk dat de meeste Messiasbelijdende Joden pro-Israël zijn, zij tot de meest uitgesproken verdedigers van de Joodse staat behoren en met enthousiasme goede doelen in Israël financieel steunen. Er zullen ongetwijfeld Messiasbelijdende Joden zijn die kritisch staan ten opzichte van de staat Israël en haar regering, maar zij vormen een minderheid. Zo was dat in het verleden en zo is dat vandaag de dag nog steeds het geval.

Al in de negentiende eeuw, de bloeitijd van de Hebreeuwse christenen, toen veel Joden vanuit een orthodox Joodse achtergrond tot geloof kwamen in Christus, waren deze bekeerlingen gericht op Palestina. Een karakteristiek voorbeeld daarvan is Aaron Bernstein. Hij werd in 1841 in Skalat, een Joods stadje in het district van Tarnopol geboren (toen deel van Oostenrijk, nu Oekraïne). Zijn ouders behoorden tot de chassidiem en hij zelf was een tijd lang volgeling van de chassidische wonderrabbi van dat stadje. Op zeventienjarige leeftijd kreeg hij contact met de joodschristelijke zendeling ds. W. Mayer, die in de plaatselijke synagoge discussies aanging met de sjoelgangers over wie de Messias nu was. Door het lezen van het Nieuwe Testament in het Hebreeuws kwam hij tot geloof, werd gedoopt, studeerde theologie in de Verenigde Staten en werd in 1871 als zendeling naar Jeruzalem uitgezonden. Vanwege gezondheidsredenen moest hij na anderhalf jaar stoppen.

Een hedendaags onderzoek naar Messiasbelijdende Joden in Nederland gaf aan dat 83 % van de ondervraagden zich verbonden voelde met de staat Israël en een kwart zich zeer verbonden.

Je vindt dit patroon meermalen terug in biografieën van Hebreeuwse christenen. Na hun bekering en een theologische studie trok men als zendeling naar het toenmalige Palestina, hoewel daar in de negentiende eeuw nauwelijks Joden woonden. Het verkondigen van het evangelie diende in en vanuit Jeruzalem te beginnen (zie Hand. 1:8). Maar lang hield men het er niet uit. Palestina met haar vele moerassen was toen een ongezond gebied om te leven. Sommige zendelingen zijn daar aan malaria overleden.

Pro-zionistisch
Toen aan het einde van de negentiende eeuw het politiek zionisme ontstond, behoorden de Joodse christenen tot haar grootste pleitbezorgers. Weliswaar konden zij geen lid worden van de zionistische organisaties, maar zij mochten wel de jaarlijkse zionistische congressen in Bazel bezoeken. Bijvoorbeeld David Baron (bekend van zijn Bijbelcommentaar op Zacharia) was als journalist hier aanwezig. Hij kende Theodor Herzl, de grondlegger van het politiek Zionisme, persoonlijk. Karakteristiek voor hun verhouding
was, dat toen op een keer een van de afgevaardigden een tirade begon tegen de aanwezige Joods-christelijke zendelingen, Theodor Herzl demonstratief het podium verliet en naast David Baron en zijn medewerkers ging zitten.

Een hedendaags onderzoek naar Messiasbelijdende Joden in Nederland gaf aan dat 83 % van de ondervraagden zich verbonden voelde met de staat Israël en een kwart zich zeer verbonden. Hadderech, de vereniging van Messiasbelijdende Joden in Nederland, heeft
niet veel leden. Toch heeft ze in het verleden een onderscheiding gekregen van de Collectieve Israël Actie (CIA), een Joodse hulporganisatie, vanwege haar steun aan projecten in Israël.

Waarom pro-Israël?
Waarom voelen Messiasbelijdende Joden zich zo verbonden met de Staat Israël? Daarvoor zijn diverse oorzaken te noemen. Ze hebben er meestal familie of vrienden wonen en hopen er zelf ook een veilige haven te vinden in geval van nood of wanneer het antisemitisme toeneemt.

Het feit dat deze staat ondanks alle vijandschap van de omliggende landen nog steeds bestaat, vervult veel Messiasbelijdende Joden met trots.

Maar het is ook het land van hun voorgeslacht en het land van de Bijbel, die Messiasbelijdende Joden in de regel letterlijk en historisch lezen, als hun eigen geschiedenisboek. Bovendien wakkert de staat Israël bij hen de eschatologische hoop op de wederkomst van de Messias aan. Zij verwachten - net als hun orthodoxe mede-Joden - dat de Messias als Hij komt in Jeruzalem als koning gaat regeren over de gehele wereld. Maar ook in de húidige staat Israël - met al haar menselijke tekortkomingen - wordt Gods hand gezien, als een vervulling van Bijbelse profetieën.

Het feit dat deze staat ondanks alle vijandschap van de omliggende landen nog steeds bestaat, vervult veel Messiasbelijdende Joden met trots. Het is een versterking van hun Joodse identiteit. Dat soms belemmeringen in de weg gelegd worden om zelf op alija te gaan, nemen ze op de koop toe.

Prof. dr. A. Siebesma studeerde Semitische talen en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Leiden. Hij is hoogleraar godsdienstwetenschappen aan de Evangelische Theologische Faculteit (ETF) te Leuven. Bovenstaand artikel verscheen eerder in het magazine van Stichting Messiasbelijdende Joden.

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

Wat pijnlijk voor Shmuel Oswald Rufeisen dat zijn Israëlische staatsburgerschap werd geweigerd omdat men meende dat iemand door geloof in Jezus afscheid neemt van zijn Joodse identiteit.

Maar hoe definieer je dat begrip? Zegt Paulus daar niet iets over in Rom. 2:28 en 29?: “Want niet hij is een Jood, die het uiterlijk is, en niet dat is besnijdenis wat uiterlijk, aan het vlees, geschiedt, maar hij is een Jood, die het in het verborgen is, en de ware besnijdenis is die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter".



Hieruit blijkt maar weer, dat je in zo'n situatie aan de lijve ondervind wat het is: "Vijanden om Christus wil en geliefden om der vaderen wil" Ro.11.
Kijk nogwel eens naar video's van een zekere Amir Tsarfati (messias belijdende Jood) uit Israël. Oprichter en directeur van Behold Israel (www.beholdisrael.org). Hoe zou het daarmee zitten ?