Henri van Dijk en Rutger van Dijk
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

14 juli 2021 door Henri van Dijk en Rutger van Dijk

De ongemakkelijke God

Wij denken dat de meesten van u wel vertrouwd zijn met de woestijn metafoor. Je ervaart Gods nabijheid niet en voelt je in de “woestijn”. Een mooi voorbeeld is de preek 'Als God je in de woestijn leidt', van Ido Buwalda uit de kerk Mozaiek0318 te Veenendaal. Hierin is de uitleg gekozen dat de woestijn (plotseling) op je pad komt, als iets wat je te dragen hebt, een verzoeking. Sommige uitleggers zien dit als het gevolg van zonden die je begaan hebt; andere uitleggers kiezen voor een zieliger versie waarbij je de slachtofferrol aanneemt. Voor beide is wat te zeggen. Wij, lieve lezer, gaan u een ander verhaal vertellen. Als u Gods nabijheid niet ervaart, is dat uw eigen weigering. Gód is het slachtoffer.

Godszoektocht en hoe wij hem lieten verliezen
WIJ ervaren geestelijke dorheid en lezen dat terug in de tocht van Israël in de woestijn. Wij zien de woestijn als een halte/kruispunt in ons leven waar WIJ ons door God verlaten voelen of verlaten zijn. Echter, dat is niet waar. God geeft genoeg, maar de Israëlieten willen altijd meer.

Als u Gods nabijheid niet ervaart, is dat uw eigen weigering. Gód is het slachtoffer.

De Bijbel is een consequente zoektocht van God naar een rechtvaardige samenleving. God zoekt naar herstel, van de zondvloed tot ballingschappen, waar het volk telkens een nieuwe kans krijgt. Lees bijvoorbeeld het Bijbelverhaal van het gouden kalf eens vanuit dit perspectief. God was er in de woestijn, maar Israël ontkende zijn aanwezigheid, ze wezen God af, keken niet naar Zijn doel (uitkomen bij het beloofde land), maar naar zichzelf. In de woestijn was er geen sprake van verzoeking, maar een schreeuw van het volk. De Israëlieten hadden reeds een rookkolom, maar er moest ook een gouden kalf komen. Het vertrouwen in het bestaan van God werd door de Israëlieten zelf tot crisis gemaakt.

Deze schreeuwreflex om meer God is herkenbaar. We willen allemaal wel meer ervaren van God, nietwaar? Wij laten anno 2021 echter de wereldse samenleving links liggen, en richten ons op geestelijke redding van het individu. Hebben we daarmee Gods verlies geaccepteerd? Zijn we gestopt met het streven naar de rechtvaardige samenleving?

Dit verlies van God is groter. Onze houding tegenover vluchtelingen of stikstofuitstoot van onze BijbelseBoerenBond niet te bestempelen als meewerken aan een nieuwe aarde. Hier zit de ontkenning verscholen in de argumenten die wij teruggeven in dialogen: ‘we kunnen nou eenmaal niet iedereen toelaten’, ‘ik ben een druppel op de gloeiende plaat’. Merkels “wir schaffen das” is een uitgesproken Christelijke Credo waar wij Amen op moeten zeggen.

Het vertrouwen in het bestaan van God werd door de Israëlieten zelf tot crisis gemaakt.

Geld
Dit wordt ook duidelijk als het over geld gaat. We denken er liever niet over na en ontwijken alle vragen over ons uitgavenpatroon. Het percentage christenen dat bijvoorbeeld een Audi rijdt is zorgelijk hoog, en als iemand de vraag stelt of je wel een Audi mág rijden valt er stilte.

Wij zijn murw geslagen door ons vermogen en denken niet meer na over onze luxe. Het is gewoon geworden. Maar dat is het niet! Er is ook een andere paradox: je wil laten zien dat het christelijk leven goed is, maar daarmee niet andermans ogen uitsteken. Dus blijft het geld op je bankrekening/in de akker en doen we niets. Dat is de andere houding: alles beknibbelen en geen geld uitgeven. Als geld de wortel van het kwaad is, vereist dat inzet van onze groene handen.

Als dit allemaal “ongeloof” is, niet zoeken naar een rechtvaardige samenleving, dan is niets wat we doen goed. En dat willen we niet, dus zoeken we een genadevolle boodschap van Gods liefde van de (digitale) kansels. Dat is gek, want juist door het besef - dat we niets goed doen - wordt de genade van God ten volle wordt getoond.

Credo?
Terug naar het verhaal van Israël, wat laat zien dat ongeloof meer is dan ontkenning. De Israëlieten accepteerden Gods bestaan. Voor zover beschreven is er gedurende de ‘afwezigheid’ van God geen twijfel. Niemand valt terug op ratio en komt tot inzicht dat de rookwolk atmosferische druk was die geheel toevallig zich tot rookwolk vormt. Geen viruswaarheid.nl of andere wappies.

We schetsen God als de lieve vader en de zorgzame moeder. Maar God sloeg de Israëlieten herhaaldelijk met rooftochten van andere volken.

Kijk met die blik naar de kerk van nu. In onze pogingen om zieltjes te winnen moet onze naaste eerst netjes zijn voeten vegen over onze geloofsdeurmat en erkennen dat God bestaat. Als je deze drempel (nog) niet over kan, word je gezien als een ongelovige. Met vieze schoenen mag je ons heilig huisje niet in. Met diezelfde logica is geloof verworden tot sec de erkenning van Gods bestaan. Maar geloof zonder werken is dood.

Eros - genoegdoening
En dan gaan we bij onszelf te rade of we genoeg doen - het bekende problemen met de reformatie. We kunnen het niet verdienen, maar toch wil God meer. God wil ons hart en zelfs verder dan Agape, God wil Eros. God wil met ons het duet uit Hooglied aangaan. Dat beeld van Eros schuurt. We schetsen God als de lieve vader en de zorgzame moeder. Maar God sloeg de Israëlieten herhaaldelijk met rooftochten van andere volken. Wat als God nog steeds streng is en een corrigerende tik geeft als wij niet zien wat Hij allemaal doet? Wederom wijzen we God af.

In dit Godsbeeld herkennen we ons niet (meer). Vaders en leraren mogen hun zonen/dochters/leerlingen niet slaan. Als we God voorstellen als een strenge Vader leidt dat tot vervreemding. “Dat is niet meer van deze tijd.” God is vader én moeder, maar geen goedkope vrouw. God wil verleid worden door onze daden uit ons hart. Hij ziet recht door onze bos bloemen van het tankstation heen: hebben wij onze handen vies gemaakt? Dé manier om ongeloof te remmen is de anderhalve meter tot onze naaste te doorbreken met onze blote handen.

Talenten gezocht
We barsten van de talenten, maar we zetten ze pas in als we een (persoonlijke) roeping krijgen. Dán zeggen we onze baan op, starten een crowdfundingactie en gaan we marathons in Kenia lopen of waterputten graven. Er wordt vooral aangemoedigd dat men ‘zijn hart’ moet volgen. Als dit inderdaad een Goddelijke roeping is en je luistert, dan helpt het om te groeien: een (positieve) ontwikkeling voor jou, maar vooral voor je naaste. Maar met welk of wiens doel? Zoeken wij het niet te hard op? Moeten wij oprecht zijn of is oprecht veinzen voldoende?

Moeten wij oprecht zijn of is oprecht veinzen voldoende? We blijven vastzitten in de modder van ons eigen poldermodel van zelfanalyse.

Dan komt de vraag op: is mijn of andermans roeping/talent Gods wil? Dit wordt circulair denken waarbij we verzanden in analyse-paralyse: is dit wel het beste? Wat als ik beschimpt word? Zo raken we de existentiële vraag: bestaat God (voor mij)? We blijven vastzitten in de modder van ons eigen poldermodel van zelfanalyse.

Deze zoektocht is ook ervaren door C. S. Lewis. Hij vertelt in Verrast door vreugde hoe hij God heeft “mogen” ervaren. Het daarna herhaaldelijk opzoeken van deze ervaring stelde hem meer en meer teleur, want God was niet meer te vinden door dezelfde omstandigheden te zoeken. De Godservaring toont zich op onverwachte momenten, als een dief in de nacht.

Amen
Een wijs man zei ooit: “We zijn allen Godsmedearbeiders in de strijd des levens. Het is niet nuttig voor een soldaat om zich af te vragen of hij wel in de goede loopgraaf zit en of hij überhaupt soldaat had moeten worden. We zitten al in de oorlog.” Bekender is de Ratzinger-oplossing: alles wat je doet kan alleen maar goed zijn: doe iets, vertrouw op God, en wees niet eigenwijs, luie flikkers. (Ratzinger was nog niet zo woke op homoacceptatie, plaatsvervangende excuses)

De oplossing is dus simpel: doe iets, begin klein, en kijk of het werkt voor de ander. Zoek een Aäron om je op koers te houden. Ratzinger beschrijft dit schitterend met de relatie Credo - Amen: zoek iemand die amen zegt als jij Credo ervaart én wees andermans Amen. Deel je voortgang met iedereen, maar vooral met de afwijzers. Laat het geen aantekeningen uit de ondergrondse worden, blijf Amen zeggen en zoeken.

Bovenstaand artikel is toegestuur door Henri van Dijk en Rutger van Dijk. Wil je de auteurs naar aanleiding van hun verhaal benaderen? Dan kun je een e-mail sturen.

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

K
Sommige gelovigen worden door de kerk of de gelovige omgeving waarin ze zich bevinden, de woestijn in gejaagd.
M
Wat een vreemd en onnavolgbaar artikel...