Joke van Nieuw-Amerongen-Meeuse
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

Nieuws

06 juli 2021 door Kicg

De ‘religiostity gap’: religie en spiritualiteit vragen aandacht binnen de ggz

Een groot deel van de klinische ggz patiënten, zowel in christelijke als in reguliere setting stelt aandacht voor religie en/of spiritualiteit in de behandeling op prijs. Er bestaat veel behoefte aan ‘een hulpverlener met een vergelijkbare levensbeschouwing’. Op de tweede plaats komen ‘gesprekken over religie en/of spiritualiteit’ en daarnaast waarderen ook veel mensen aandacht voor deze zaken in hun behandelprogramma. Dit blijkt uit promotieonderzoek van Joke van Nieuw-Amerongen-Meeuse, verbonden aan de Universiteit voor Humanistiek (UvH) en het Kennisinstituut christelijke ggz (Kicg is een initiatief van Eleos en De Hoop ggz). Het onderzoek vond plaats op de klinische afdelingen van de ggz-instellingen Altrecht en Eleos.

Waar diverse (buitenlandse) onderzoeken laten zien dat een gelijke levensbeschouwing niet voor iedereen belangrijk is, toont de huidige studie aan dat veel patiënten hier tijdens een opname of dagbehandeling wel degelijk prijs op stellen. Dit geldt voor protestants christelijke patiënten, maar ook voor onkerkelijke patiënten, die op hun beurt voorkeur hebben voor een niet-kerkelijke hulpverlener. Een gelijke levensbeschouwing biedt veiligheid, begrip en geeft een gevoel van vertrouwen, in een periode dat het zoeken naar de zin van en zin in het leven centraal staat; en/of relaties, prestaties en dag-invulling te lijden hebben onder ziekte.

Gemiste religieuze en/of spirituele zorg
Sommige patiënten kaarten religieuze en spirituele onderwerpen vrij gemakkelijk zelf aan, maar anderen ervaren hoge drempels, zeker wanneer er sprake is van worstelingen op dit vlak. Zo komen zorgbehoeften op het gebied van religie en/of spiritualiteit niet goed op tafel en blijven ze onbeantwoord. Onder zorgbehoeften die relatief vaak onbeantwoord zijn vallen: ‘uitleg over geloof en ziekte door mijn behandelaar’, ‘gesprekken over geloofsworstelingen met een verpleegkundige’, ‘bidden met een verpleegkundige’ en ‘contact tussen mijn behandelaar en geestelijk verzorger’. Meer dan de helft van de patiënten die deze zorg graag zou willen tijdens een opname of dagbehandeling ervaart deze zorg niet.

Het onderzoek toont aan dat wanneer patiënten ten aanzien van hun wensen voor religieuze en/of spirituele zorg tevreden zijn, er een positief verband is met de ervaren behandelrelatie. Ontevredenheid daarentegen laat een omgekeerd – en dus negatief verband – zien: deze mensen ervaren een slechtere behandelrelatie. De ervaren behandelrelatie is in de ggz één van de belangrijkste bouwstenen voor het slagen van de behandeling.

Bidden met je hulpverlener: controversieel?
Een opvallend resultaat was dat bidden met een hulpverlener door veel patiënten niet als problematisch wordt ervaren.
Zeker binnen een christelijke zorgsetting waarderen veel patiënten het als een verpleegkundige met hen wil bidden. Hulpverleners zijn over het algemeen terughoudender: men vreest over de grenzen van professionaliteit heen te gaan. Toch blijkt dat veel verpleegkundigen – met de voorwaarde van een gelijke levensbeschouwing – bidden met een patiënt als taak zien, wanneer deze het zelf door ziekte niet zelf kan.

Al met al biedt dit onderzoek diverse aanknopingspunten voor manieren waarop religie en spiritualiteit in de klinische praktijk van de psychiatrische zorg geïntegreerd kunnen worden.

Joke van Nieuw-Amerongen- Meeuse MSc MD promoveert op 9 juli 2021 aan de Universiteit voor Humanistiek op het proefschrift The Religiosity Gap: Religious and spiritual care needs in clinical mental health care. Promotoren: Prof. dr. A.W. Braam, prof. dr. C.W. Anbeek en prof. dr. J. Schaap-Jonker. Joke is arts en gezondheidswetenschapper.

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen