Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

Nieuws

02 juli 2021 door Redactie

Justitiepredikant Ben F. van Veen promoveert op Paulus

Op vrijdag 9 juli verdedigt drs. Ben F. van Veen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam zijn proefschrift getiteld: ‘Oral Performance and the Veil of Text. Detextification, Pauls’ Letters, and the Testcase of Galatians 2-3’.

Binnen de gemeenschap van bijbelwetenschappers is het gemeengoed dat de boeken die samen de Bijbel vormen geplaatst dienen te worden in een tijd die bepaald werd door het gesproken en gehoorde woord. Bijvoorbeeld: de brieven van apostel Paulus werden niet als tekst geschreven om gelezen te worden, maar om ter plekke voor te lezen door een medewerker van de apostel die ermee op reis werd gestuurd. De vraag is hoe je recht kunt doen aan het gesproken woord als medium, als de Bijbel alleen als tekst toegankelijk is – en dus lezen noodzakelijk is. Omdat elk medium – tekst of gesproken woord – een eigen mindset vraagt, ontwikkelde Ben van Veen in zijn promotieonderzoek een methode om de verschillende media te onderscheiden en de verschillende bijbehorende mindsets in kaart te brengen.

Ieder medium een eigen mindset
Van Veen: “Het uitgangspunt van mijn onderzoek is een stelregel van Walter Ong, namelijk dat ieder medium om zijn eigen mindset vraagt, dat is de manier waarop gedachten gestructureerd wordt. Met het oog hierop heb ik een methode ontwikkeld, detextificatie.” Kort gezegd betekent dat waar tekst - dat een abstractie in zichzelf is van de werkelijkheid - leidt tot abstraherend denken, daar volgt het gesproken woord een metonymisch spoor. “Noem een term, thema, metafoor, of een fragment van een bekend verhaal of bestaande redenering en de hoorder zal de matrix van vooronderstellingen, beelden en emoties, die daarbij horen (de context) oproepen. Een voor ons bekend voorbeeld is 9/11. Detextificatie beoogt een manier van Bijbellezen waarin naast het fenomeen ‘Bijbeltekst’ de vraag naar wat wij als ‘de betekenis’ van de tekst verstaan, onderwerp van debat wordt”, aldus Van Veen.

Hedendaagse universitaire context
Ieder medium vraagt om een eigen vorm van kennis. Dit geldt des te meer als een bepaalde cultuur en gemeenschap door een bepaald medium is gevormd. In dit opzicht wordt onderscheid gemaakt tussen de tijd van het Nieuwe Testament, die door het gesproken en gehoorde woord werd gedomineerd, en die van de hedendaagse universitaire context, die door tekst wordt gedomineerd. Van Veen: “De bijdrage van mijn onderzoek ligt in de doordenking van de gelaagde en verwarrende situatie waarin de Bijbelwetenschapper zich bevindt: enerzijds erkent men dat deze documenten toen en daar voor de oorspronkelijke betrokkenen functioneerden als gesproken woord/publiekelijk optreden, maar zelf leest men ze hier en nu alleen en in stilte als teksten, terwijl men zich afvraagt ‘Wat betekent dit?’.

Ben van Veen (geb. 1973) studeerde in Heverlee (Evangelische Theologische Faculteit), Apeldoorn (Theologische Universiteit), Grand Rapids (Calvin Theological Seminary), Amsterdam (Vrije Universiteit), Tübingen (Eberhard Karls Universität) en Durham NC (Duke Divinity School). Hij was predikant in Amsterdam (2002), Heeze (2004), leraar levensbeschouwing in Amersfoort (2010) en is sinds 2016 werkzaam als justitiepredikant.

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen