Joop en Rina Teeuwen herenigen op het vliegveld, beeld: Lieuwe de Jong
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

SAMEN MET ZOA

 

Zij werkt in Afghanistan, hij in Zuid-Sudan: "Onze roeping is om hoop te brengen in hopeloze landen"

Ze zijn getrouwd, werken beiden voor noodhulp- en wederopbouworganisatie ZOA, maar wel op ruim 8000 kilometer afstand van elkaar. Joop Teeuwen is landendirecteur in Zuid-Sudan en zijn vrouw Rina werkt in Afghanistan. “Ik tel de dagen en uiteindelijk zelfs de uren af naar ons weerzien.”

We zijn er voor onze naasten in nood die lijden in deze gebroken wereld. We zijn er voor mensen die alles kwijt zijn geraakt door een oorlog of een ramp. Samen met jou kunnen we in noodsituaties snel te hulp schieten. En hen ook daarna trouw blijven, door te helpen bij het opbouwen van een nieuw bestaan. Net zo lang totdat ze zichzelf weer kunnen redden.

Na twee maanden gescheiden te zijn ge­weest, ontmoetten jullie elkaar dit voorjaar weer op Schiphol. Hoe is zo’n hereniging? Joop: “Dat is uiteraard heel gaaf. Het was wat spannender dan normaal vanwege de reisbeperkingen door corona. De tijd samen is echter vrij kort, we hebben slechts twee weken. Dat maakt dat je wat intensiever wilt genieten van de tijd die je samen hebt."

Zet je een knop om of kijk je echt uit naar de hereniging?
Rina: “Absoluut dat laatste. Ik tel de dagen en uiteindelijk zelfs de uren af.”

Hoe houd je het dan vol als je elkaar zo mist?
Rina: “We beeldbellen bijna elke dag ook al is het maar heel kort als we moe zijn. Het gaat erom dat we elkaar vertrouwen en respecteren. Ik zou het moeilijker vinden om nu bijvoorbeeld in mijn eentje in Nederland te zitten, terwijl Joop in Zuid­-Sudan zit. Ik ervaar in Afghanistan veel voldoening in mijn werk. Daardoor is het in balans.”

Joop: “Rina is in Afghanistan echt op haar plaats. Haar werk is haar passie.” In 2002 verhuist het hele gezin Teeuwen naar Afghanistan om daar te wonen en te werken. Als ze in 2009 besluiten dat het voor de kinderen beter is om terug te keren naar Nederland, blijft Joop in Afghanistan achter voor ZOA.

Rina: “Terugkijkend op die periode – zeker de eerste twee jaar – waren het echt geen leuke jaren. Maar op een gegeven moment zet je je eroverheen. Ik ben toen een studie gaan doen. Een master in International Development en dat was voor mij levensreddend. Dan heb je weer een daginvulling, je zit met gelijkgezinden in de klas, heel internationaal.”

Joop: “Ik zat toen alleen in Afghanistan. Dat was lastig. Ik ben wel meer introvert en kan prima tegen alleen zijn. In Nederland waren we echter net verhuisd en zaten we ook met dingen als een verbouwing, die Rina in haar eentje moest managen. De hele situatie was inderdaad zeker niet ideaal. Maar je gaat er toch aan wennen.”

Zuid-Sudan
Deze zomer is Zuid­-Sudan jarig: in juli is het precies tien jaar geleden dat het jongste land van Afrika zich afsplitste van Sudan. Maar er is weinig reden voor feest: gewapende conflicten, overstromingen en hongersnood hebben een groot deel van de bevolking op de vlucht doen slaan naar buur­ landen, terwijl ook de achterblijvers weinig hoop hebben voor de toekomst van hun land. Niet voor niets prijkt Zuid­-Sudan op plek vier van de ‘Vergeten Lijst’.

Joop: “Onlangs vroegen we in dit land rond wat de drie grootste noden waren en het antwoord was: voedsel, voedsel, voedsel. Dat is wat de gewone man in het leven van alledag merkt van de rampen: een leeg bord. Overstromingen spoelen het zaaizaad en de vruchtbare toplaag weg. Dus een overstroming leidt tot voedselonzekerheid. Er is ook steeds meer gewapend geweld door veediefstallen. Als je wilt trouwen, betaal je een aantal koeien als bruidsschat. Als je die niet hebt, ga je ze stelen in een ander dorp. De groep waarvan vee gestolen is, wordt opgejut om wraak te nemen. Zo kom je in een vicieuze cirkel.”

Dat klinkt uitzichtloos.
“Als je uitzoomt is er niet veel om vrolijk van te worden: het geweld en de overstromingen nemen toe. Maar wij zijn er niet in de eerste plaats voor het land, maar voor de mensen. Dus daar put ik moed uit: ieder mens telt, en als we één leven meer perspectief kunnen geven dan geeft dat me hoop. Zoals mevrouw Duwop, een weduwe met zes kinderen die pinda’s verbouwt. In de boerengroep van ZOA leert ze hoe ze pinda’s langer kan bewaren. Met die groep kan ze ook een vuist maken, waardoor ze nu een betere prijs voor de pinda’s krijgt. Dit maakt voor haar het verschil of ze al haar kinderen naar school kan sturen of niet. Ook heeft ze nu iedere dag gevarieerd voedsel voor het hele gezin. Zij heeft letterlijk weer hoop voor de toekomst gekregen.”

Zuid-Sudan staat hoog op de Vergeten Lijst met landen die we door de hopeloosheid van de ellende niet meer willen zien. Wat is jouw hoop voor dit land?
“Mijn hoop is dat mensen het doorgaande conflict willen doorbreken. Ik doe dit werk ook vanuit mijn geloof in God. God zegent ons werk. Daardoor is er hoop. Het is vaak drie stappen naar voren en twee naar achteren – maar we gaan naar voren.”

Rina, je bent op bezoek geweest bij Joop in Zuid-Sudan. Wat valt je op als je het vergelijkt met Afghanistan?
Rina: “De weerbaarheid van de vrouwen. De vrolijkheid ondanks alle ellende. Ze proberen er toch het beste van te maken. Afrikaanse vrouwen nemen meer initia­ tief. In Afghanistan zijn er zoveel culturele obstakels waar vrouwen omheen moeten laveren... In Afghanistan is het bijvoorbeeld een schande voor een man als een vrouw geld binnenbrengt. Ik zie het trouwens wel verbeteren in Afghanistan. Stel dat de Taliban weer terugkomt ­ dat is helemaal niet ondenkbaar ­ dan denk ik dat vooral in de grote steden vrouwen de invloed van de Taliban zo klein mogelijk willen houden. De vrouwen laten hun verworvenheden niet zomaar weer afpakken.”

In beide landen lijkt de situatie uitzichtloos. Toch staat Afghanistan niet op de Vergeten Lijst. Wat maakt Afghanistan ‘beter’?
Joop: “In de officiële lijstjes is Afghanistan er beter aan toe. Zuid­-Sudan bungelt behoorlijk onderaan als het gaat om economie en geluk.”
Rina: “De overheid is net zo corrupt, de economie ligt net zo op z’n gat. Ik denk dat de infrastructuur van wegen, telefoonnet­ werken en internet in Afghanistan beter is. Ook het onderwijsniveau ligt hier hoger, al is het nog steeds slecht. Maar qua corruptie en veiligheid is het vergelijkbaar.”

Het is altijd onrustig en gevaarlijk in Afghanistan. Wat trekt je?
Rina: “Ik heb een soort haat­liefde verhouding met Afghanistan. Er zijn dingen die ik enorm haat, zoals de vrouwenonderdrukking en discriminatie tussen etnische minderheden. We hebben behoorlijk wat vrienden verloren die omgebracht zijn door de Taliban en criminelen. De liefde voel ik bij de veerkracht van de mensen. Wij hebben in ons hart een roeping voor moslims. Om getuige te zijn van Christus en onvoorwaardelijke liefde te geven, omdat we allemaal zijn geschapen naar het evenbeeld van God. Je zou dat kunnen omschrijven als een soort roeping.”

Jullie delen de passie voor ‘hopeloze’ landen. Waar zit ‘m dat in?
Rina: “Onze karakters kunnen dit aan. We zijn optimistisch en enthousiast.”
Joop: “Die passie wordt gedreven door de liefde van God voor mensen die ik door wil geven in de omgeving waar ik geplaatst ben. Kansarme mensen. Dat is mijn antwoord op christelijke roeping. Het is gemakkelijk om cynisch te raken, maar ik word gemotiveerd door individuele verha­ len. Dat is wat mij gaande houdt.”

Rina: “Ik haal inspiratie uit het beeld van de nieuwe aarde. In Jesaja staat dat God wil dat mensen in vrede voor hun huis zitten, van hun eigen opbrengsten kunnen eten, waar kinderen gezond opgroeien in weder­ zijds respect en vrede. Dat zie ik als mijn visie voor de wereld. Dat begint in de ge­ meenschappen in Afghanistan. Maar dat zie ik hier ook in Woerden – waar we wonen ­in contacten met onze buren, door elkaar te ondersteunen. Dat ieder tot z’n recht komt en echt leeft zoals God dat voorzien heeft.”

Hoe zijn jullie elkaar tot steun op zo'n grote afstand?
Rina: “We houden elkaar scherp, want we zijn het lang niet altijd met elkaar eens. We bemoedigen elkaar door hoopvolle verhalen te delen. Als ik bijvoorbeeld merk dat ‘mijn’ vrouwen het project doorstarten ben ik ape­ trots en deel ik dit meteen, zodat we samen trots kunnen zijn.”
Joop: “Soms gaat dat ver. Afgelopen nacht is Rina tot twee uur bezig geweest met een voor­ stel voor deze vrouwengroep en heb ik mijn in­ put weer gegeven. We zijn gepassioneerd door ons werk. We herkennen frustraties en kritiek is gemakkelijk te geven. Dan is misschien wel gedeelde smart halve smart.”

Benieuwd naar het werk van ZOA? Kom meer te weten!
Dit artikel is eerder gepubliceerd in ZOA-magazine. Ontvang het magazine (gratis!)

Beeld: Lieuwe de Jong, ZOA