Ds. P. H. van Trigt
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

22 juni 2021 door De Waarheidsvriend

Ds. P. H. van Trigt: "Als je de Heere nodig krijgt, volgt de honger naar het Woord"

Betrokken op de zeven gemeenten die hij diende, op het leven van de kerk van Christus, dat kenmerkt ds. P. H. van Trigt. Het meest had hij oog voor de stillen in de gemeente. "Intellect is niet hetzelfde als bijbelse wijsheid, laat staan als de wijsheid van het kruis. Er kan nooit mondigheid zijn buiten de gemeenschap met de Gekruiste."

De Waarheidsvriend is het huisorgaan van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland.

U had oog voor de stillen in de gemeente. Waarom?
"De praktijk leerde je dat de prediking het meest landde bij degenen die niet de grootste mond in de gemeente hadden. Het gebed voor je prediking, voor heel je dienstwerk, werd juist bij die mensen gevonden. Voor de scheuring waren er ook mensen bij die echt wat wisten, die je het geloofsleven niet kon ontzeggen, maar die wel moesten leren dat God zeker zoveel oog voor de stillen had dan voor hen. Nu ontmoet je vaak een arrogante betweterigheid, die gepaard gaat met de verheerlijking van het intellect.

Prof. Graafland heeft wel eens gezegd blij te zijn met dat intellectuele – en nu houd ik zeker niet van een domme gemeente – maar het besef moet wel blijven dat intellect op zich niet hetzelfde is als bijbelse wijsheid, zeker niet als de wijsheid van het kruis. Mijn zorg hierover is toegenomen."

Bedelaar bij de Schrift
"Net als in de Reformatie kan de Bijbel nu op tafel liggen, zonder dat we beseffen dat we ook nu niet zomaar toegang tot de Bijbel hebben. De afhankelijkheid van de Heilige Geest en het gebed kunnen niet gemist worden. Luther zegt dat we tot de laatste snik bedelaars zijn en hij doelt dan niet alleen op het genadeleven. Altijd als ik voor de Schrift kniel, blijf ik een bedelaar. Daartoe zouden we allen in deze tijd opnieuw bekeerd moeten worden. Kloppend op de Schrift, dan komt er meer uit dan je ooit vermoeden kan. De visie van de autonome mens verdraagt zich niet met het verkrijgen van geloofskennis uit de Schriften. De tobbers van vroeger en vandaag beseffen misschien meer dat de Geest het geloof en het geloofsinzicht in ons hart moet werken. Al betekent dat allerminst een lijdelijke houding."

In uw inbreng in ons bestuur sprak u vaak over het gezag van de Schrift, met name de omgang ermee door theologen. Hoe verhoudt zich die tot de omgang van de gemeente met de Bijbel?
"In de prediking werd wel gezegd dat als je de Heere nodig krijgt, je honger naar het Woord krijgt. Die honger kwam tot uiting in een ootmoedige luisterhouding. Nu denkt men soms een kind van God of een ‘theologisch deskundige’ te zijn, die beschikking over de Schrift meent te hebben. De gebroken gestalte, die kunnen we niet missen. Een beroep op de Schrift was onder ons altijd mogelijk. Nu zegt men in de gemeente wel: 'Ja, dat is uw interpretatie van de Bijbel…'. Ik zeg dit overigens niet omdat de hersteld hervormden ons verlaten hebben. Ook onder jonge mensen in die kerk hoor je soms deze geluiden. 'Ieder heeft zijn waarheid, u, en ik ook.'

De brutaliteit waarmee men dit uit, krijgt in onze tijd in allerlei boeken over hermeneutiek zelfs een theologisch vloertje. We kunnen nauwelijks meer uit de voeten met het vreemde van de Schrift als het Woord van de heilige God. Zijn we bereid om te graven in de Schrift? Dan zeggen we niet zo gemakkelijk dat de Schrift alleen vandaag niet voldoende is en niet meer past. We laten ons te veel dicteren door de wereld, terwijl het in Christus zijn betekent dat je een vreemdeling bent. Jezus zegt dat ieder die Zijn Woord bewaart, gehaat, vervolgd én gezegend wordt."

Mondigheid
"De Heere Jezus heeft in de Schriften geleefd. Daardoor en door het gebed heeft Hij het volgehouden. Dat weet de duivel deksels goed. Hij wil ons dit laatste houvast afnemen. Als hij ons de Schrift afneemt, heeft hij ons álles afgenomen. Ik zie gelukkig echt wel dat God in Zijn verkiezend welbehagen hierboven staat. Zijn werk gaat door en wordt voltooid! Ik heb wel zorg dat de gemeente de behoefte aan verdiept inzicht in het heilswerk van Christus én de genoegzaamheid van Christus voor haar concrete levenswandel onvoldoende beseft. We zien dan niet dat de tijdgeest en de filosofie machten zijn die ons totaal gaan beheersen. Maar dit gebeurt onherroepelijk, als wij niet in de genade en in het Woord blijven.

Tot een bijbelse mondigheid moet de gemeente opgevoed worden. Ja, ieder mens volmaakt te stellen in Christus, daar gaat het om, om geestelijke groei in de kennis en genade van Hem. Dát is bijbelse mondigheid. Er kan nooit mondigheid zijn buiten de Gekruiste, Die leeft. Dan beland je in de autonomie, en komt de focus op de zelfredzaamheid van de mens. Als een verkeerde mondigheid domineert, kunnen de stille broeders in de kerkenraden daar niet altijd tegenop. Ik heb niets tegen managers in kerkenraden, maar wel tegen managers die niet gebroken zijn voor God.

Als jongere dominee heb ik vaak oudere predikanten geraadpleegd, bijv. ds. Van Brummelen en ds. Van Gorsel, wanneer ik voor moeilijke beslissingen stond. Meer dan anderen had ik het wellicht nodig om van de wijsheid van ouderen te profiteren. Tegelijk had ik de behoefte om met collega’s die qua leeftijd dicht bij me stonden te delen wat je tegenkomt in je ambt, om samen uit de Schriften de weg voor de gemeente te zoeken. Vandaag is dat echt onmisbaar, denk ik. Ook mijn karakter maakt dat ik die afstemming zoek."

Lees hier het volledige artikel op de site van De Waarheidsvriend.

Klik hier om abonnee te worden van De Waarheidsvriend!

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen