Evangelische Kirche in Witten-Stockum
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

27 mei 2021 door Jan Keuken

Laten we blij zijn met het cultuurchristendom in West-Europa

Inmiddels leven we ruim een jaar na de uitbraak van de coronapandemie. Mijn vrouw en ik wonen met onze zoon in Duitsland, maar wij zijn net als in Nederland inmiddels gewend aan kerkdiensten op afstand. Iedereen werkt zoveel mogelijk thuis, er wordt veel met Teams en Zoom gewerkt ven op zondag kan het scherm dus gewoon aan blijven staan om de kerkdienst te volgen.

Blijft dat een tijdelijke gewoonte? Laten we het hopen. Voor diegenen die wegens lichamelijk ongemak of ziekte thuis moeten blijven, verandert er op dit punt misschien weinig, al wordt de uitzendkwaliteit hopelijk nog beter. Overigens, mooi dat het kan. Twintig jaar geleden had de coronacrisis een nog veel grotere impact gehad op kerkelijk Nederland.

Als de kerkgang alleen nog maar een ritueel en sociaal gebeuren is, waarom zou je dan nog online naar een dienst kijken?

Maar de impact is al groot genoeg. In Duitsland was het voor de kerken veel lastiger om snel technisch te schakelen dan in Nederland. De Evangelische Kirche naast ons huis in Witten had letterlijk een kerktelefoon. Op de deur hing een telefoonnummer dat je daarvoor moest bellen. Na het intoetsen van de toegangscode zat je in een groepsgesprek met andere gemeenteleden. Maar als er iemand tijdens de preek zijn neus snoot, miste je meteen een stukje van de preek. Gelukkig hebben ze inmiddels een livestream.
Ook typisch Duits is dat de kerken ook echt dichtgaan als de overheid dat zegt. Iedereen komt inmiddels digitaal bijeen, ook Bijbelkringen en jongerenbijeenkomsten.

Gewoonte?
Vaak wordt er in kerkelijk Nederland een scheiding gemaakt tussen ‘echte’ christenen en cultuurchristenen. Mensen die zichzelf als cultuurchristen beschouwen, haken bij de kerkgang wellicht als eerste af. Maar misschien ook niet.

Maar de anderen? Gaat corona gevolgen hebben voor de kerkgang als de pandemie weer voorbij is? Wat als christenen die cultuurchristendom altijd veroordeelden nu zelf merken dat zij de traditie van kerkgang vooral in ere hielden omdat het zo hoorde? Ontberen doet begeren, maar als je merkt dat het prima digitaal gaat, waarom zou je dan nog de moeite nemen? En waarom twee keer, als je dat gewend was, en waarom telkens bij dezelfde kerk? Als niemand merkt of je wel of niet inschakelt, ga je dan nog steeds kijken of luisteren?

Misschien is de coronacrisis wel een periode van schifting. Als de kerkgang alleen nog maar een ritueel en sociaal gebeuren is, waarom zou je dan nog online naar een dienst kijken? Dit zijn actuele vragen waar de kerk maar ook christenen zelf een antwoord op moet zien te formuleren.

Cultuurchristendom zorgt ervoor dat de kerk in Duitsland volop in het straatbeeld aanwezig is en dat iedereen weet waar hij of zij met geloofsvragen moet zijn.

Duitsland
In West-Europa hangt, gelukkig ook nog tijdens de coronapandemie, op zijn minst nog een vleugje cultuurchristendom, al is dat in Duitsland veel meer het geval dan in Nederland. Ik zeg gelukkig, maar waarom is dat eigenlijk zo gelukkig?

Cultuurchristendom is in Duitsland een veelvoorkomend fenomeen. Het is de normaalste zaak van de wereld om christen te zijn. Vrijwel alle mensen die wij spreken, zijn gedoopt in de Evangelische of Rooms-Katholieke Kerk. Een doopfeest is een belangrijke gebeurtenis voor ouders en kind. Ook vooral culinair, heb ik begrepen. Op onze islamitische buren na, maar dat is uit te leggen.

In supermarkten liggen bij de kassa’s felicitatiekaarten voor doop en belijdenis, en bij de keuze voor Kindergarten, Grundschule of zorginstellingen is er altijd een Rooms-Katholieke of Evangelische variant. Dat komt mede omdat de Evangelische Kerk en Rooms-Katholieke kerk staatskerken zijn. Als je zegt dat je christen bent, antwoorden de meeste mensen dat zij dat zelf ook zijn. En ja, als je elk jaar op Heiligabend naar de kerk gaat, kun je zelfs spreken van een regelmatige kerkgang. Toen mijn vrouw op bezoek ging bij een christelijke buurvrouw hier in Witten, grijnsden de Boeddhabeelden haar aan. Onze zoon vond de stevige, ontspannen meneer in beton nog wel interessant, maar dat terzijde. Dat lijkt hier prima te combineren. Christen zijn is dus volkomen normaal in Duitsland, maar geloven wordt beschouwd als een persoonlijke zaak.

Cultuurchristendom zorgt ervoor dat de kerk in Duitsland volop in het straatbeeld aanwezig is en dat iedereen weet waar hij of zij met geloofsvragen moet zijn. In Nederland wordt christen zijn eerder geassocieerd met Urk en Krimpen aan den IJssel, je hebt toch wel wat uit te leggen, al wordt christenen verder geen strobreed in de weg gelegd.

Laten we blij zijn dat we in een land wonen waar cultuurchristenen de feesten en rituelen van de kerk vaak nog waarderen.

Positief
Dat is gunstig voor de positie van christenen. Je zal als christen tijdens deze coronajaren maar in een land wonen dat in de top 10 van de Ranglijst Christenvervolging van Open Doors staat.
Het cultuurchristendom zorgt er tenminste voor dat we in Nederland nog christelijke scholen en zorginstellingen mogen hebben. Ook al is de rol van de kerk misschien gemarginaliseerd, de samenwerking tussen het sociaal domein van de gemeente en de diaconieën functioneert ook op lokaal niveau.

Laten we blij zijn dat we in een land wonen waar cultuurchristenen de feesten en rituelen van de kerk vaak nog waarderen. Welk oordeel we hier ook over hebben, het zorgt er wel voor dat we als kerk niet ondergronds hoeven te gaan. En ja, ik vind dat de coronamaatregelen niets te maken hebben met het onderdrukken van de kerken in Nederland. De kerken krijgen al veel meer ruimte dan een gemiddelde vereniging, en laten we vooral geen aanstoot geven in een samenleving die toch al een kort lontje heeft. Sommige kerkgangers overigens ook.

En misschien moeten we wel iets beter ons best doen om de rest van de maatschappij te begrijpen en uit onze comfortzone stappen. Als we een journalist bijna in de tale Känaans beantwoorden, moeten we niet verwachten dat dit positieve PR oplevert, of begrip kweekt. De positieve omgang van de Gereformeerde Gemeente in Kampen met de cameraploeg van de NOS vind ik een prachtig en mooi voorbeeld. Ook verschillende interviews met ambtsdragers van kerken uit Opheusden waren positief en vooral heel erg verhelderend. Het kan dus wel.

Maar stelt u zich nu eens voor dat het cultuurchristendom er helemaal niet meer was, hadden we dan nog steeds de ruimte en krediet die we nu nog steeds hebben?
Al hoop ik natuurlijk met alle andere christenen dat we weer zo snel mogelijk in een volle kerk mogen zingen.

Enny de Bruijn maakte in haar artikel over cultuurchristenen vorig jaar in het Reformatorisch Dagblad een interessante onderverdeling in; Schoonheidszoekers, folklorestrijders, moraalpredikers en traditieliefhebbers.

Laten we blij zijn dat cultuurchristenen bijvoorbeeld kritiek uiten als grote bedrijven hun artikelen, die eerst aan de christelijke feestdagen gekoppeld waren, anders gaan noemen.

Misschien interessant om eens te kijken welke onderverdeling het beste bij ons past? Wie de schoen past trekken hem aan. Maar laten we vooral niet naast onze schoenen gaan lopen. Wij kunnen geloof niet zomaar afdwingen en ook niet bepalen wie wel en wie niet bevindelijk gelovig zijn.

Als we al een onderverdeling kunnen maken, wellicht zorgt deze brede groep van cultuurchristenen er wel voor dat bijvoorbeeld de islam niet dominant wordt in onze samenleving. Ook al is het wellicht een reflex die niet bewust is, soms moeten we ons misschien wat pragmatischer opstellen?

Bescherming
Cultuurchristenen hebben geen goede naam in kringen waarin persoonlijk geloof en persoonlijke bekering benadrukt worden schrijft de Bruin in hetzelfde artikel, maar is dat nu echt nodig?

Laten we vooral de verbinding zoeken, en elkaar waarderen. Cultuurchristen pur sang of bevindelijk christen, dit onderscheid laat zich nauwelijks maken. Wie zijn wij eigenlijk om dat onderscheid überhaupt te maken?

Zelfs het christendom ziet er van land tot land, van cultuur tot cultuur, anders uit. Laten we blij zijn dat cultuurchristenen bijvoorbeeld kritiek uiten als grote bedrijven hun artikelen, die eerst aan de christelijke feestdagen gekoppeld waren, anders gaan noemen: feeststol in plaats van kerst- of paasstol, producten voor het winterfeest in plaats van kerstfeest. Dit heeft meer impact dan alleen een klein groepje gelovigen.

Laten we met Pinksteren in het achterhoofd hopen dat het vleugje cultuurchristendom een frisse wind wordt.

En, zoals Matthijs Schuurman, Predikant binnen de Hervormde Kerk het schreef; ‘Als de herinneringen aan het christendom uit onze cultuur verdwijnen, dan verdwijnen ook mogelijkheden om als buitenstaander onverwacht met de christelijke traditie in aanraking te komen.’

Daar kan ik alleen maar aanvullen; laten we zuinig zijn op onze natuurlijke bondgenoten, en ons vooral niet beter voelen of vinden. Laten we de overeenkomsten koesteren, we missen anders straks pas iets als het er niet meer is. Zoals Schuurman in mijn ogen terecht opmerkt, hebben we nu nog eens kans om te evangeliseren, of willen we alles en iedereen van ons vervreemden? Cultuurchristendom als secularisatie aanduiden helpt hier overigens ook niet echt.

Ik ben benieuwd hoe het cultuurchristendom in Nederland maar ook in Duitsland er uit zal zien als corona niet meer zo’n groot deel van ons leven beheerst. Cultuur verandert namelijk onder interne en externe invloeden, en de coronacrisis kun je best een extreme externe invloed noemen. Toch blijft Degene waar het om draait in het christelijk geloof, altijd dezelfde. Laten we met Pinksteren in het achterhoofd hopen dat het vleugje cultuurchristendom een frisse wind wordt.

Bovenstaand artikel is aangeleverd door CIP-lezer Jan Keuken. Op de foto boven het artikel is de Evangelische Kirche in Witten-Stockum te zien.

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen