Ds. J. M. J. Kieviet
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

17 mei 2021 door Jeffrey Schipper

Kerkelijke verdeeldheid: CGK-predikant steekt hand in eigen boezem

De bestaansgrond en -reden van de gereformeerde kerken die in de negentiende eeuw afscheidden van de Nederlands Hervormde Kerk is er niet meer. Dit constateert ds. J. M. J. Kieviet in een artikel van Protestants Nederland. De christelijke gereformeerde emerituspredikant spreekt van 'het faillissement van de Afscheiding'.

Het artikel van ds. Kieviet is gebaseerd op de Afscheiding van 1834. De Afscheiding van 1834 is de aanduiding van een kerkelijke beweging in het Nederland van de 19e eeuw, die uiteindelijk heeft geleid tot zelfstandige gereformeerde kerken naast de Nederlandse Hervormde Kerk. Onder andere de Christelijke Gereformeerde Kerken, waar ds. Kieviet onderdeel van uitmaakt, kwamen hieruit voort. Bezwaarden vonden dat de gereformeerde belijdenis niet meer in de praktijk functioneerde en de Nederlandse Hervormde Kerk 'niet de ware, maar de valsche kerk' (citaat uit de Acte van de Afscheiding, red) is.

In het artikel maakt de CGK-predikant de balans op en constateert dat van 'de oude Gereformeerde Kerk in Nederland niet veel meer is overgebleven dan een ruïne. 'Wat resteert zijn op het bot verdeelde en in veel scherven uiteen gevallen brokstukken. Kon in 1973 nog geschreven worden over 'Tien keer gereformeerd', inmiddels is dat aantal nog verder gegroeid. Zeker nadat in 2004 de vorming van de Protestantse Kerk in Nederland leidde tot verdere verscheurdheid.'

'Wat een kleine 200 jaar geleden werd verweten aan de Hervormde Kerk, namelijk een valse kerk te zijn, geldt - gemeten naar de maatstaven van de Afscheiding - nu die kerken zelf!'

'Maar ernstiger dan de fysieke versplintering is de inhoudelijke neergang van de kerken in Nederland. De afgescheiden en dolerende kerken zijn daarbij geen uitzondering. Ondanks hun oorspronkelijke hoge ambities. Degenen die in 2004 'terugkeerden' (Kieviet wijst op de toen ontstane Hersteld Hervormde Kerk, red.) zijn zeker niet dezelfden als die in 1834 of 1886 de Hervormde Kerk verlieten. (...) Dit allemaal is ver verwijderd van inhoud en toon van de Acte van Afscheiding.'

Hij constateert dat het beginsel van de Afscheiding nauwelijks meer doorklinkt vandaag de dag. 'Het brengt me tot de ernstige conclusie dat dit het faillissement van de Afscheiding betekent. En tevens dat de bestaansgrond en -reden van de kerken die dit betreft er niet meer is. Wat een kleine 200 jaar geleden werd verweten aan de Hervormde Kerk, namelijk een valse kerk te zijn, geldt - gemeten naar de maatstaven van de Afscheiding - nu die kerken zelf!'

'De afgescheiden kerk achtte zich blijkens de Acte van Ulrum de wettige voortzetting van de 'aloude Gereformeerde Kerk'. In geen geval wilde men als een nieuw genootschap worden aangemerkt. Dit paste echter niet binnen het eenheidsstreven van de verlichte koning Willem I. Het werd de aanleiding voor allerlei sancties van overheidswege. Toch duurde het maar enkele jaren of aan diezelfde overheid werd erkenning aangevraagd. Dat betekende dat de principiële claim werd ingeleverd... met als nevengevolg een nieuwe scheuring.'

'We zingen het wel, met Psalm 102: 'Elk heeft deernis met haar gruis. Elk toont ijver voor Gods huis.' Maar meestal richt de ijver zich op het eigen huis.'

'De beginjaren van de afgescheiden kerk vertonen een weinig verheffend beeld. De onderlinge geschillen en ruzies waren vele. Het ideaal van de Afscheiding, een gezuiverde kerk te zijn, was niet het beeld dat zij vertoonde. Binnen een enkel jaar bleken ook nog eens grote verschillen van opvatting rond verbond en doop, verkiezing en prediking. Veler wegen gingen uiten. We spreken over de crisis der jeugd. Helaas is sindsdien dit het beeld van de afgescheidenen gebleven: dat van de repeterende breuk. Kloven tussen de kerken en zelfs gesloten kansels binnen de kerken. Wie zou niet wenen?'

'Alleen - er werd en wordt niet zoveel geweend, vrees ik. Van toen weet ik het niet. Wat het nu betreft: er is waarlijk wel reden toe. De vraag aan Paulus, gesteld aan de in partijschappen verdeelde Korinthiërs, is actueel: Is Christus gedeeld? We zingen het wel, met Psalm 102: 'Elk heeft deernis met haar gruis. Elk toont ijver voor Gods huis.' Maar meestal richt de ijver zich op het eigen huis. Van deernis voor het geheel bleek en blijkt niet zoveel.'

Op de vraag of de Afscheiding van 1834 een vergissing is, laat Kieviet het antwoord over aan de lezer. Zelf houdt hij het bij 'een kleine diagnose'.

Reacties

Goed om bij ds. Kievit te lezen over zijn afschuw over de ziekelijke neiging bij de Gereformeerden tot afscheiding ‘van iedereen die niet op dezelfde manier zijn veters strikt als wij’. We kunnen over veel zaken van mening verschillen, als er maar heel duidelijk eenheid is in het belijden van de levende God Die ons verlost door Zijn Zoon, van de reddende ruil op Golgotha, van de redding uit genade alleen, door Christus alleen en door het geloof alleen. ‘In deze waarheid eenheid, in twijfelgevallen vrijheid, in alle gevallen liefde’.
H
Ach....Als ik zo heel het wereld gebeuren es aanschouw , plus dan ook nog eens ons "kerkelijke leven/ Nederland " overdenk .... dan komen bij mij als maar meer de woorden van de Heere Jezus naar voor:

Als ik zal wederkomen op de wolken des hemels , zal Ik dan nog GELOOF vinden?

Draait het ten diepste niet om GELOOF ( "kinderlijk") dat Jezus zich heeft gegeven , voor zondaren , en niet voor de meest best kerkelijke kerkmens...??

Waarom toch die kerkelijke stellingen en bevindingen als juiste en enige leer??



D
Vreemd dat A Kuipers meent dat ds Kievit hier consequenties aan moet verbinden.Daar spreekt andermaal weer de behoefte uit om zich te moeten positioneren, alsof de CGK predikant dit al niet deed.Dus er is niets vreemds aan A.Kuipers.
Toon meer reacties (2)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen