De opstanding van Jezus, feit of fictie?

10-04-2009 door Rik Bokelman
Het christelijk geloof kent eigenlijk maar één echt probleem; het heeft een historische gebeurtenis als grondslag van haar boodschap. Het evangelie staat of valt met de opstanding van Jezus Christus. Indien het niet is gebeurd, valt het Christelijk geloof als een kaartenhuis in elkaar. Er is dan geen basis voor verlossing, geen hoop op een leven na de dood en geen verzoening met de Schepper. Het christendom is dan gebaseerd op een leugen. Als de opstanding echter wél is gebeurd, hebben we te maken met een van de meest wonderlijke gebeurtenissen ooit. Dit wonder biedt dan hoop voorbij de dood, een ontsnappingsroute uit de wanhoop van het tijdelijke.

De opstanding is sinds de Verlichting fel aangevallen door filosofen, wetenschappers en theologen. De opstanding zou gebaseerd zijn op een voorwetenschappelijk wereldbeeld. Het zou gaan om een legende of een mythe. Vandaag de dag wordt de opstanding door weinigen meer als een serieuze historische gebeurtenis gezien.

Nu zijn er drie mogelijke reacties en alle drie kunnen we ze in de kerk waarnemen: (A) Men geeft het geloof in de opstanding op. (B) Men ontkent de kritiek en steekt de kop in het zand. (C) Men kijkt kritisch naar de kritiek op de opstanding. Die laatste benadering is de mijne. Ik wil kort met enkele stappen uitleggen waarom het feit van de opstanding een goede historische basis heeft, waarom de aanname van de opstanding niet irrationeel is, waarom de opstanding waarschijnlijk is, én wat dat betekent voor ons vandaag.

Stap 1 De mogelijkheid van wonderen (en dus de opstanding)
De 18de eeuwse filosoof, David Hume, beschouwde wonderen als totaal onwaarschijnlijk. Getuigenverklaringen over wonderen zijn niet te vertrouwen en daarom is historiciteit van wonderen totaal onwaarschijnlijk. Hume zou pas het bewijs voor een wonder aannemen als het tegendeel van dat bewijs nog wonderlijker zou zijn dan het wonder zelf.

Maar is dat terecht? Er zijn na Hume wetenschappelijke methoden ontwikkeld om vast te stellen wat historisch is. Met het waarschijnlijkheidsmodel van Bayes kan woren vastgesteld hoe waarschijnlijk iets is in relatie tot andere zaken. De echte grond van afwijzing van de opstanding is voor Hume en degenen die na hem kwamen een naturalistisch wereldbeeld dat stelt dat de natuurlijke werkelijkheid zichzelf verklaart én dat er geen God is. Met dit vooroordeel wordt God en daar mee de mogelijkheid van wonderen buiten de deur gehouden. Wanneer God bestaat zijn wonderen wel mogelijk én dus de opstanding.

Het naturalistische wereldbeeld houdt dan niet langer stand wanneer het bestaan van God kan worden aangetoond. In de afgelopen decennia is er een enorme opleving gekomen van christelijke filosofie én daarmee interesse in de argumenten voor het bestaan van God. Deze argumenten zijn zo sterk dat atheïsten er geen antwoord op hebben. Enkele van deze argumenten zijn het morele argument (onze moreel besef verwijst naar een Auteur van de moraal), het argument van de eerste oorzaak (er moet een eerste oorzaak zijn van alles en die oorzaak is God) en het argument van doelmatigheid (wij zien overal tekenen van de Ontwerper).

Aangezien God bestaat, moet de opstanding van Jezus in dat kader worden bezien. Het is niet zomaar een rare onverwachte gebeurtenis; het is een daad van God ter bevestiging van Jezus' missie.

Stap 2 De oude datering van de NT documenten
Wonderen mogen dan mogelijk zijn, maar nog steeds zal het bezwaar zijn dat Jezus misschien wel bestaan heeft, maar dat men pas enkele generaties later mooie dingen over Hem ging schrijven. Het NT is dan niet meer dan de weerslag van één grote legende. Het huidige christendom staat ver van de 'echte' Jezus die niet meer dan een gewoon mens was. Jezus is niet opgestaan; we weten eigenlijk helemaal niets over Hem.

Dit bezwaar houdt geen stand wanneer we beseffen hoe oud de boeken zijn die samen het NT vormen en hoe veel manuscripten we hebben. We hebben zo'n 20.000 fragmenten en manuscripten van de 2de tot de 4de eeuw. Het oudste fragment gaat terug tot 120 na Christus.

Bovendien is het NT zeer vaak geciteerd door de kerkvaders van die tijd. Met die citaten alleen al zouden we in staat zijn vrijwel het hele NT te reconstrueren. Ook zijn er duizenden vertalingen naar het Syrisch uit die tijd. Als het NT langzaamaan ontstaan was en uit de duim gezogen, zouden we verschillende versies moeten hebben. Maar er is maar één NT.

Van de belangrijkste gedeelten van het NT kunnen we ook vaststellen dat ze vlak na de dood van Jezus zijn ontstaan. Handelingen maakt bijvoorbeeld geen melding van de vervolgingen onder Nero in 64 en moet dus voor die tijd geschreven zijn (ongeveer 55). Het Evangelie naar Lukas is vóór Handelingen geschreven en dateert dus van ongeveer 50 na Christus. Mattheüs en Lukas maken gebruik van Markus én een onbekende bron (Q). Die moeten dus ergens in de jaren 40 zijn ontstaan (zeg maar 10 tot 15 jaar na de kruisiging). In het NT vinden we bovendien een aantal liturgische of rabbinische passages die bedoeld waren voor memorisatie of gebruik in de erediensten van de vroege kerk. Eén zo'n passage is 1 Korinthiërs 15:1-3 die handelt over de opstanding. De tekst moet ergens uit de jaren 30 stammen, vlak na de dood van Jezus.

Zoals Paulus in 1 Kor.15:1-3 al aangeeft, zijn de verslagen van de opstanding gebaseerd op getuigenverklaringen. Het is wetenschappelijk aangetoond dat voor legendevorming minimaal 40 jaar nodig is. Daar is in het geval van de opstanding niet genoeg tijd voor geweest. We concluderen dat reeds de eerste christenen geloofden dat Jezus uit de dood was opgestaan. Dat geloof was gebaseerd op hun eigen empirische waarneming.

Stap 3 De historische feiten pleiten voor de opstanding
Als we nu onze aandacht specifiek richten op de opstanding zien we drie vaststaande historische feiten die de basis vormen voor de opstanding van Jezus (a) het lege graf, (b) de verschijningen van Jezus aan zijn volgelingen, (c) het geloof in de opstanding van de vroegste kerk. Er zijn maar weinig wetenschappers (christen of niet) die dit ontkennen.

Denk niet dat diezelfde wetenschappers nu staan te springen om de opstanding te aanvaarden. Daarvoor zit hun naturalistisch vooroordeel te diep ingebakken. Verschillende oplossingen zijn bedacht om de verschijnselen te verklaren. Uiteindelijk zal echter de oplossing die de beste verklaring biedt van de feiten verkozen moeten worden. Verschillende hypothesen die men bedacht heeft om de opstanding weg te redeneren zijn:

(a) De discipelen hebben Jezus' lichaam verstopt en de leugen verspreid dat Jezus was opgestaan. Echter wanneer we de evangeliën lezen, kunnen we ons maar moeilijk voorstellen dat zulke eerlijke en transparante mensen zo oneerlijk zouden zijn. Bovendien is het onbegrijpelijk waarom ze dan bereid waren hun leven te verliezen en een marteldood te sterven omwille van een leugen.

(b) De discipelen hadden hallucinaties waardoor ze dachten dat Jezus was opgestaan. Als dat zo was hadden de Joodse leiders makkelijk het lijk van Jezus door de straten van Jeruzalem kunnen slepen. Maar dat deden ze niet.

(c) De schijndood van Jezus. Kan iemand die gegeseld, gekruisigd en met een speer doorstoken is, overleven? Deze hypothese is ronduit belachelijk. Een kruisiging overleeft men niet.

(d) De vrouwen keken bij de verkeerde graftombe of het lichaam was per ongeluk verplaatst door Josef van Arimathea. Opnieuw zou het voor een farizeeën een peulenschil zijn geweest om het lijk tevoorschijn te toveren. Bovendien: is het waarschijnlijk dat een hele religie ontstaat op grond van de vergissing van een paar vrouwen op zondagochtend? Zou Josef van Arimathea de discipelen niet bij hebben gepraat?

De opstanding van Jezus is de enige mogelijkheid die volledig recht doet aan alle ons bekende historische feiten. Alleen, wij westerlingen vinden dat zo'n opstanding niet kan en niet mag. Maar waarom? Laten we verder kijken.

Stap 4 Jezus voorspelde zijn dood en opstanding
Al deze feiten die verwijzen naar de opstanding van Jezus staan niet in een vacuüm. Het is niet alsof ineens Napoleon voor ons staat. We moeten kijken naar Jezus' woorden. Wat Hij over zijn identiteit zei én wat Hij zei dat er met Hem ging gebeuren.

Jezus zag Zichzelf als de Messias van Israël en de Verlosser van de wereld. Hij noemde Zich de Zoon des Mensen (een verwijzing naar de Messias) én Zoon van God (godslasterlijk als het niet waar zou zijn). Bovendien voorspelde Jezus meerdere keren zijn eigen dood én zijn eigen opstanding uit de dood. Ook niet-gelovige wetenschappers erkennen de authenticiteit van deze woorden.

Het feit dat een analyse van de gebeurtenissen ons eigenlijk dwingt te concluderen dat Jezus uit de dood opstond, komt dus overeen met wat Jezus had gezegd, nl. dat Hij uit de dood zou opstaan. We moeten dus de opstanding in de context zien van de God (die bestaat en) van wie Jezus zei dat Hij zijn Vader was en van wie Jezus zei dat Hij Hem uit de dood zou opwekken omdat Jezus de Messias was.

Conclusie
We concluderen daarom dat Jezus uit de dood is opgestaan. (a) Het is mogelijk, omdat God bestaat en dus zijn wonderen mogelijk. (b) Het biedt de beste verklaring voor de ons bekende en vaststaande historische feiten. (c) Het komt overeen met de woorden van Jezus over Zichzelf. (d) Jezus voorspelde zijn dood en opstanding Zelf!

Maar, mag ik jullie vragen, wat betekent dit dan dat Jezus uit de dood is opgestaan? Het is een historisch feit van ongekende proporties: door Hemzelf voorspeld, door God gedaan. Met zijn opstanding wordt het bewijs geleverd dat wat Jezus leerde waar is: Hij is de Messias, Verlosser van de mensheid, Brug naar God. Er is geen grotere hoop dan deze. U kunt met uw Schepper verzoend worden door Hem!

Hebt u de levende Christus al ontmoet? Hij is gestorven voor uw zonden; zijn opstanding is het begin van het nieuwe leven dat reeds velen hebben ontvangen. Wilt u het ook? Stel uw vertrouwen op Jezus en zijn offer en vraag Hem in uw hart te komen wonen.

Ontvang het online magazine voor christenen!

Daily Newsletter
Weekly Newsletter


Discussie over De opstanding van Jezus, feit of fictie?
Reacties uitzetten op CIP.nl? Klik hier!