Hielke Zantema
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

Nieuws

25 maart 2021 door Patrick Goede

Hielke Zantema was voor ZOA in conflictgebied Ethiopië: "De spanning was voelbaar"

Hielke Zantema is net teruggekeerd uit Tigray, de provincie in Ethiopië die wordt geteisterd door een burgeroorlog. Hij was daar voor ZOA, een christelijke hulporganisatie, zij verloren eind vorig jaar een medewerker door de geweldadigheden tussen het Tigray People’s Liberation Front en het Ethiopische leger. “Hij was geen toevallig slachtoffer en echt voor ZOA aan het werk op dat moment”, vertelt Hielke.

We zijn er voor onze naasten in nood die lijden in deze gebroken wereld. We zijn er voor mensen die alles kwijt zijn geraakt door een oorlog of een ramp. Samen met jou kunnen we in noodsituaties snel te hulp schieten. En hen ook daarna trouw blijven, door te helpen bij het opbouwen van een nieuw bestaan. Net zo lang totdat ze zichzelf weer kunnen redden.

“We hadden een heel aantal projecten lopen toen opeens de oorlog uitbrak. In eerste instantie is dan de grootste zorg de veiligheid van onze staf. Die was maandenlang heel zorgelijk en onduidelijk, we konden gewoon geen contact met ze krijgen. De berichten die dan uiteindelijk doorkwamen waren: ‘Jullie moeten voedsel sturen, dat hebben we nodig anders overleven we het hier niet’. En dat zijn dan gewoon je eigen collega’s”, zegt Zantema.

26 januari van dit jaar mocht Hielke dan eindelijk die kant op om zijn mensen daar bij te staan. “Lange tijd hoorden we geruchten over één van onze collega’s die zou zijn omgekomen. Dat doemscenario is helaas werkelijkheid geworden. Hij is vrij doelbewust omgebracht. Hij was geen toevallig slachtoffer en echt voor ZOA aan het werk op dat moment. Hij was bewaker van een deelkantoor van ons.”

"Ik vond mijn eigen leven altijd al heel waardevol maar nu ik kinderen heb vind ik het helemaal extra belangrijk dat ik weer levend uit zo’n gebied terugkom"

Was je niet bang om daar heen te gaan?
“Wij werken per defintie eigenlijk in gebieden die zijn getroffen door een conflict of door een ramp. Dus ik ben in die zin ook wel vaker in een conflictgebied geweest. We hebben ook een uitgebreid veiligheidsbeleid dus we sturen niet zomaar mensen ergens heen. Ik sta achter dat beleid en de keuzes die we daarin maken. In die zin ben ik daar op voorbereid. Al zijn er altijd risico’s, je weet nooit helemaal wat er gaat gebeuren. Maar ik heb mij er niet echt zorgen over gemaakt.”

Je moet dus niet bang aangelegd zijn als je bij ZOA gaat werken?
“Nou ik moet zeggen, qua professionele kant is het oké maar privé voel ik het wel hoor. Ik heb een jong gezin met twee jonge meisjes van 1 en 3 jaar oud. Die laat je dan achter om naar zo’n gebied te gaan. Sinds ik kinderen heb, heb ik een groot gevoel van verantwoordelijkheid naar hen toe gekregen. Ik vond mijn eigen leven altijd al heel waardevol maar nu ik kinderen heb vind ik het helemaal extra belangrijk dat ik weer levend uit zo’n gebied terugkom.”

Hoe maak je die afweging dan, ga je ervoor in gebed?
‘We zijn een christelijke organisatie dus dat speelt zeker een rol en uiteindelijk is het ook een kwestie van de juiste informatiebronnen hebben. We zijn in nauw contact met de Verenigde Naties die daar allerlei werkgroepen hebben rondom veiligheid en toegang. Mijn collega’s kennen het gebied ook heel goed en als zij zeggen: ‘Je kunt komen, we hebben een aantal zaken geregeld zoals een hotel, een satelliettelefoon en standaardprotecollen voor als er iets mocht gebeuren’, dan kom je op een punt dat je het loslaat en ervoor gaat. Ons doel is nu eenmaal noodhulp verlenen in dit soort gebieden en dan maak je die keuze.”

"Er is een bepaalde spanning die in de stad hangt. Iedereen heeft een bepaalde alertheid"

Wat trof je uiteindelijk aan?
“Op het vliegveld zelf was er nog niet zoveel aan de hand. Maar bij het checkpoint werd ik er wel door het legeruitgepikt, als westerling. Puur op ons humanitaire mandaat kom je dan binnen. Ik kreeg toestemming om in de hoofdstad van Tigray te mogen zijn, daar ben ik ook niet buiten geweest. De echte schade en oorlog heeft zich met name buiten die stad afgespeelt. Maar in de stad zie je ook wel overal militairen rondlopen, ik heb twee dagen in mijn hotelkamer gezeten omdat het te onveilig en onrustig was op straat. Ik heb ook een paar keer schoten gehoord. Het is lastig te omschrijven maar er is een bepaalde spanning die in de stad hangt. Iedereen heeft een bepaalde alertheid. Ik heb ook in andere Afrikaanse landen gewoond als Uganda en meestal is er dan een ontspannen sfeer op straat. Er gebeurt veel. Maar hier was de spanning voelbaar. Ik ben op zoek gegaan naar een kantoorruimte om onze noodhulp te kunnen opschalen. Ik heb vacatures uitgezet voor nieuwe lokale stafmensen en vervolgens ook mensen aangenomen. Je bent operationeel bezig met ondernemers om te kijken hoe je die noodhulpverlening in goede banen kan leiden. Ik stuur aan en coördineer . Het is dus niet zo dat ik die voedselpakketten in eigen persoon uitdeel.”

Dat doen de lokale stafleden?
“Ja, we werken daar eigenlijk uitsluitend met locals. Ik word er drie weken heengestuurd om de boel op te zetten maar de verantwoordelijkheid ligt nu verder bij de Ethiopiërs en de mensen uit Tigray. We hebben denk ik 1 of 2 expats in dienst en verder een stuk of 150 locals.”

"Uiteindelijk bereiken we tienduizenden mensen met onze hulp"

Hoe lang duurt de nasleep van zo’n conflict en de daarbij behorende hulpvoorziening ongeveer?
“Onze ervaring is dat het jaren duurt voordat zo’n conflict hersteld is. Wij zijn als ZOA doorgaans 10 tot 15 jaar in een gebied om noodhulp te bieden en daarna te helpen bij de wederopbouw. Maar er is geen blauwdruk voor een conflict als deze.”

Welke hulp verlenen jullie nu concreet?
“Wij helpen mensen aan voedsel, water en onderdak. We hebben dit keer met andere hulporganisaties in het gebied besloten dat wij het water en onderdak regelen omdat zij de logistiek voor de voedselvoorziening al hebben opgezet. We leveren nu non-food items: matrassen, zeep, handdoeken, potten, pannen, jerry cans, et cetera. Deze week hebben we voor duizend gezinnen kits met allerlei materialen (omtrent hygiëne) beschikbaar gesteld. Volgende week gaan er daar ook weer 1500 van de deur uit. Uiteindelijk bereiken we tienduizenden mensen met onze hulp.”

Hoe kunnen christenen jullie helpen?
“We hebben sowieso fondsen nodig natuurlijk. We krijgen meestal ook wel steun van het ministerie van Buitenlandse zaken, maar er gaat vaak veel tijd overheen voordat die fondsen beschikbaar komen. We hebben gelukkig een hele trouwe achterban die vaak direct in actie komt met een bijdrage waardoor wij gelijk kunnen beginnen met de noodhulp. Dat is ook deze keer weer gelukt.”

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen