Luke Marjan Aubrey
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

SAMEN MET WYCLIFFE

 

"Verkondig je een Grotere Macht? Daar kan je maar beter bij horen"

Ze ontmoetten elkaar op het zendingsveld in Papoea-Nieuw-Guinea.” “We hebben een paar jaar met elkaar samengewerkt en toen werden we verliefd op elkaar, de rest is geschiedenis”, zeggen Luke en Marjan Aubrey met een grote glimlach. Ze zijn actief voor Wycliffe: “Wij gaan vaak naar de taalgroepen waar de taal nog leeft en ook een dringende nood is.”

Hoe is het om in Papoea-Nieuw-Guinea zendeling te zijn?
“Boeiend”, zegt Marjan, die net als haar man van oor tot oor straalt. “Heel erg boeiend.”

Waar kwam het verlangen om daar naartoe te gaan vandaan?
Luke: “Ik werkte in de Verenigde Staten als timmerman, maar ik bad God elke dag of Hij iets anders had voor mij. Ik was altijd bezig met vrijwilligerswerk en het helpen van mensen uit de kerk of in de regio die problemen hadden. Toen ben ik op twee korte zendingsreizen geweest en die tweede keer heb ik duidelijk Gods roepstem verstaan. Net als Abraham wist ik niet waar ik heen zou gaan maar zei ik gewoon ‘ja’. Een paar maanden later zat ik met Wycliffe in Papoea-Nieuw-Guinea. Ik had daar gelijk een klik met de mensen en het is ook een prachtig land. Ze zijn er zo open en vriendelijk. Er is veel saamhorigheid.”

Wat doen jullie daar precies?
Luke: “Wij geven Bijbelcursussen. We gaan naar de dorpen waar mensen al eerder een Bijbel hebben ontvangen. Je plukt de vruchten van het werk dat anderen in de jaren voor jou hebben gedaan. Als je hen lesgeeft, begrijpen ze de dingen over God en zijn liefde beter.”

Jullie geven dus Bijbelcursussen, ook wel SALT-cursussen genoemd. Wat houden die in?
Marjan: “Dat staat voor Scripture Application and Leadership Training. Het is een soort Alpha-cursus. Je krijgt twintig lessen over wat de waarheid is, wie God is, wie satan is, hoe je om moet gaan met de wet en hoe je het beste kunt leven. Dat is om de lokale leiders daar te trainen, zodat zij het Evangelie ook weer door kunnen geven aan hun dorpsgenoten en kerken.” Luke vult aan: “Sommige leiders zijn misschien al 40 of 50 jaar christen maar hebben nooit scholing gekregen. Of ze hebben 30 jaar geleden een keer een jaar een opleiding gedaan maar nooit een opfriscursus gehad. Voor hen is het echt iets waarvan ze zeggen: ‘Oh ja, zo was het. Nu ben ik weer een stap verder gekomen en kan ik het Evangelie beter verkondigen’.”

Marjan: “Als je zegt dat je een Grotere Macht verkondigt dan hun eigen goden, zijn ze vaak heel erg geïnteresseerd. Daar kun je dan maar beter bijhoren. Ze zijn vaak op zoek naar het geheim achter de krachten van de witte mens met al zijn welvaart. Als Paulus het dan in Kolosse heeft over echte rijkdom en het geheim dat hij gaat openbaren zijn ze héél benieuwd. Ons antwoord is dan: ‘Christus in U, de hoop op glorie’. Dat moet dan wel verder uitgelegd worden, want dat zegt ze meestal nog niet zoveel.”

Er zijn 823 verschillende talen in Papoea-Nieuw-Guinea. Dat lijkt mij een ontzettend grote uitdaging.
Marjan: “Zeker, daar ligt het werk. Het zijn allemaal totaal verschillende talen. Elke taal heeft iemand nodig die het op schrift zet en naar de klanken luistert. Sommige talen sterven wat uit. Dan is het soms niet meer nodig om er achteraan te gaan.”

Luke: “De meeste mensen spreken de handelstaal, anderen zijn boven de 50 jaar en hun taal is na een aantal jaar uitgestorven. In onze organisatie heb je ook mensen die de talen proberen te conserveren zodat ze niet verloren gaan. Wij gaan vaak naar de taalgroepen waar de taal nog leeft en ook een dringende nood is. Waar de taal gebruikt wordt door de mensen in de kerk en bij het lezen van de Bijbel.”

Kunnen jullie een voorbeeld geven van iemand die jullie ontmoet hebben waarvan je zegt: ‘daar doen we dit werk voor’?
Marjan: “Jazeker. Ik heb daar een hele goede vriendin ontmoet, die echt een zus voor mij is geworden. Ik heb zoveel van haar geleerd in de vijf jaar waarin we samen in hetzelfde huis woonden. De gastvrijheid, het delen van alles en je huis openstellen. Je moet zoveel leren als je ergens komt en zij heeft mij daar in getraind. Met haar ontstonden er ook bijzondere gesprekken. Er zat bijvoorbeeld een rat bij ons op zolder en daar wilde ik een rattenval voor neerzetten. Zij keek mij aan en begon tegen het plafond te slaan: ‘Geest van verstoring, ga weg’, riep ze. Ik vroeg mij toen wel af of ik die rattenval nog wel moest neerzetten. Zou dat voor haar een teken van ongeloof zijn? Of doe ik haar daar dan mee tekort?"

"Het lokale team was ook een paar keer heel erg bang als ze ‘s nachts een uil hoorden roepen. Ze dachten namelijk dat die uil de geest van een mensenziel roept en dat er dan binnen een paar dagen iemand zou sterven. Daar hebben we vervolgens mooie gesprekken over gehad. Want is het misschien niet gewoon een mooie vogel die God gemaakt heeft en die God ‘s nachts aanbidt? Waar komt die angst vandaan, misschien door de verhalen van voorouders? De volgende keer dat ze dan een uil horen roepen zie je ze opeens heel dapper zijn. Ze ontvangen zo vrijheid door hun geloof in een liefdevolle Vader die voor hen zorgt.”

Luke: “Een van onze teamleden die we al lang hebben mogen trainen in Gods Woord, heeft nu een passie ontwikkeld om in zijn dorp over Jezus te getuigen. De tovenaars in dat dorp werden daar heel boos over. Ze bedreigden hem en zeiden dat ze hem zouden vergiftigen, hij was de volgende op hun lijst. Op een avond kwam deze man laat terug van een Bijbelstudie, in het donker. Dat doe je daar niet, alleen als je problemen wilt hebben. Hij liep daar gewoon en was God aan het aanbidden. Toen zag hij opeens iets over hem heen vliegen, een bepaald attribuut dat tovenaars gebruiken om iemand buiten bewustzijn te brengen. Maar ineens werd hij opgetild en over het ravijn gedragen door de Geest. Hij keek naar beneden en zag vijf mannen in de struiken zitten met hun wapens om hem dood te schieten. Hij stond aan de andere kant van het ravijn en zag de mannen nog de andere kant op kijken. Hij riep hen toe: ‘Hey jongens, het is niet veilig om zo laat nog buiten te zijn’. Ze plasten in hun broek: hoe was hij ineens aan de andere kant van het ravijn gekomen? Niemand in het dorp durfde meer iets over deze man te zeggen, ze wisten dat hij echt de kracht van Jezus bezat!”

Help mee om het evangelie te verspreiden!