Oude Testament
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

02 maart 2021 door Harold Jacobs

Gods schijnbare onrechtvaardigheid in het Oude Testament

Veel christenen hebben moeite met bepaalde bijbelgedeeltes in het Oude Testament. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de uitroeiing van de Kanaänieten, de zware straffen op schijnbaar kleine vergrijpen en de op het eerste gezicht slechte vrouwenrechten. De schijnbare tegenstrijdigheden met de liefdevolle Jezus in het Nieuwe Testament, doet mensen twijfelen aan Gods onveranderlijkheid en de authenticiteit van de bijbel. Sommigen keren zich om deze redenen helaas af van het christendom. Dat is de reden waarom ik dit onderwerp wil behandelen. Laten we eens enkele van deze lastige bijbelteksten bekijken.

De uitroeing van de Kanaänieten
Deuteronium 20:16-18 - Maar van de steden dezer volken, die u de HEERE, uw God, ten erve geeft, zult gij niets laten leven, dat adem heeft. Maar gij zult ze ganselijk verbannen: de Hethieten, en de Amorieten, en de Kanaänieten, en de Ferezieten, de Hevieten, en de Jebusieten, gelijk als u de HEERE, uw God, geboden heeft; Opdat zij ulieden niet leren te doen naar al hun gruwelen, die zij hun goden gedaan hebben, en gij zondigt tegen den HEERE, uw God.

De wellust, beestachtigheid en losbandigheid van de Kanaänitische mythologie is veel erger dan ergens anders in het Nabije Oosten van die tijd.

Kun je uit dit stuk concluderen dat de onschuldige Kanaänieten uitgemoord moesten worden omdat God aan Israël het land Kanaän beloofd had? Waren de Kanaänieten wel zo onschuldig? Uit archeologisch onderzoek en kleitabletten is relatief veel bekend over dit volk. Hun Baälverering en seksuele escapades zijn uitgebreid beschreven. De zedeloosheid van de Kanaänieten was dusdanig groot, dat ze spreekwoordelijk is geworden onder archeologen. De wellust, beestachtigheid en losbandigheid van de Kanaänitische mythologie is veel erger dan ergens anders in het Nabije Oosten van die tijd. De Kanaänitische bevolking deed aan gewijde prostitutie, slangenaanbidding en kindoffers ter ere van Baäl. Baäl, de God van de vruchtbaarheid, was de populairste god. We lezen van openbare seks, seksorgiën ter ere van Baäl, perverse rituelen en hun godsdienst was vol van seksuele wanpraktijken.

De Kanaänieten konden heel goed weten wie God was. Noach had 3 zonen en daar zijn alle volken op de aarde uit voortgekomen. Noach is 950 jaar oud geworden, heeft 120 jaar aan de ark gebouwd en leefde na de zondvloed nog 350 jaar. Zou hij nooit over God verteld hebben? Zou het zondvloed-verhaal niet opgeschreven zijn? Zouden Gods grote daden met Israël niet bekend zijn bij de omringende volken? Tussen de zondvloed en de vernietiging van Kanaän zat ruim 800 jaar. Hoe lang de Kanaänieten in zonde geleefd heeft en hoe lang God geduld gehad heeft is niet precies te zeggen, maar vermoedelijk honderden jaren.

Persoonlijk geloof ik in een God die op bijzondere wijze plannen samenbrengt. Het borduurwerk waarvan we nu alleen de achterzijde, maar pas na dit leven, de prachtig ontworpen voorzijde zullen zien. Op dit moment was de genadetijd voor de Kanaänieten voorbij, net als destijds voor Sodom en Gomorra en het was voor Israël tijd om een eigen land te krijgen.

Uiteindelijk had deze zware straf ook als bedoeling om het volk tot inkeer te brengen, om uiteindelijk te buigen voor God en om eeuwige redding te ontvangen.

In Genesis 18:20 lezen we als reden voor de vernietiging van Sodom en Gomorra: Dewijl het geroep van Sodom en Gomorra groot is, en dewijl haar zonde zeer zwaar is. In Genesis 4:10 nadat Kaïn zijn broer Abel doodsloeg, lezen we ook over zo’n roep: En Hij zeide: Wat hebt gij gedaan? Daar is een stem des bloeds van uw broeder, dat tot Mij roept van den aardbodem. De vernietiging van Sodom en Gomorra is duidelijk een straf op hun zonden. Hoe ver zij afgedwaald waren lezen we in Genesis 19:4-5. Nadat bekend geworden was dat Lot twee mannen (de engelen) op bezoek had, werd zijn huis omsingeld door het gehele volk, van de jongste af tot de oudste toe. En ze riepen tot Lot, dat hij ze naar buiten moest brengen, zodat ze hen konden verkrachten. En toch, tien rechtvaardigen was voor God genoeg reden geweest om de hele stad te sparen.

Het gouden kalf
In Exodus 32:27 lezen we na de geschiedenis van het gouden kalf, hoe de Levieten hun zwaard moeten nemen, het hele kamp door moeten en iedereen moeten doden die ze tegenkomen, zelfs hun broer, vriend of bloedverwant. Dat klinkt wreed. Het is misschien goed om ons wat meer te verdiepen in wat er nu precies gebeurde. In Exodus 32:25 lezen we dat het volk naakt was, de BMU (bijbel met uitleg) spreekt over vruchtbaarheidsrituelen. In vers 19 lezen we over een feestende menigte. Ze hadden een gouden kalf gemaakt. Dit wijst niet op Egyptische afgodendienst, maar op Kanaänitische afgodendienst, Baälsverering.

Ze waren 400 jaren onderdrukt geweest. Hadden ze 400 jaar lang onthouden en doorgegeven van vader op zoon hoe je Baäl moet vereren? Hadden ze dit geleerd van de vreemdelingen in hun midden? Of had simpelweg iemand dit idee geopperd om een gouden kalf te maken en daar met z’n allen naakt omheen te dansen en vond iedereen dit meteen een goed idee? Er reisden namelijk ook wat buitenlanders met hen mee.

God had ze nog maar net verlost uit Egypte en door de Rode Zee geleid. Tien plagen en vervolgens zo’n muur van water waar je tussendoor loopt, dat lijkt me best indrukwekkend. Toch murmureerden ze om het minste en geringste en wensten ze dat ze bij de vleespotten van Egypte waren gebleven, want daar hadden ze het goed. Dit volk luistert niet naar een zachte stem, het vergt wat meer om het volk in het gareel te houden. In Exodus 32:26 lezen we hoe Mozes roept: iedereen die de Heere toebehoort, kome tot mij. In de King James en de grondtekst lees ik een duidelijke vraag: wie behoort de Heere toe? Alleen de Levieten kwamen. Pas daarna geeft Mozes (Ex 32:27) opdracht om met het zwaard het kamp door te gaan. Uiteindelijk had deze zware straf ook als bedoeling om het volk tot inkeer te brengen, om uiteindelijk te buigen voor God en om eeuwige redding te ontvangen.

Hoe vaak hebben de profeten niet gewaarschuwd voordat God met straffen kwam? Hoe lang heeft het niet geduurd voordat het volk in ballingschap kwam?

De ark ontheiligd
In de NBG51 en de NBV lezen we in 1 Samuel 6:19 hoe God straft, omdat de Israëlieten naar de ark keken. Ruim 5000 Israëlieten worden hierom gedood en het volk bedrijft rouw. In het voorafgaande gedeelte lezen we dat doordat Israël weer in grote zonden vervallen was, de Filistijnen een klinkende overwinning hadden behaald. Ze hadden de ark meegenomen, maar die bracht hen niets dan onheil. Het beeld van Dagon viel voor de ark op de grond en de Filistijnen werden geteisterd door plagen. Vervolgens werd de ark door de Filistijnen teruggestuurd, waarna volgens de NBG51 en NBV de Israëlieten naar de ark keken. Maar: in de grondtekst, de Statenvertaling, de HSV en ook in Het Boek lezen we hoe de Israëlieten in de ark hadden gekeken. In de BMU lezen we hoe dit inging tegen een uitdrukkelijk gebod van de Heere God. Er wordt verwezen naar Numeri 4:5 en 20. In Numeri 4:5 lezen we dat tijdens de reizen de ark bedekt moest worden met het voorhangsel uit de tabernakel. In Exodus 25:17 lezen we dat er een deksel op de ark zat, het gouden verzoendeksel. In Leviticus 16:2 staat dat alleen de hogepriester eenmaal per jaar in heilige der heiligen, bij de ark mocht komen. Als de Israëlieten niet reisden, stond de ark namelijk in de tabernakel. In het heilige der heiligen, achter het voorhangsel. Talloze keren wordt gewezen op de heiligheid van de ark. Het is dan ook geen klein vergrijp om het voorhangsel van de ark af te halen, het grote verzoendeksel op te tillen en in de ark te kijken.

De ontferming van God
In het boek Richteren lezen we tot zesmaal toe hoe (1) Israël ongehoorzaam is aan God, afgoden dient, (2) Israël vervolgens wordt onderdrukt door andere volken, (3) het volk tot inkeer komt, zich bekeert tot God, (4) God een richter geeft en (5) hoe deze richter het volk bevrijdt van de onderdrukker. Wat duidelijk in het Oude Testament naar voren komt, is de straf op zonde, het berouw van het volk, en de ontfermende God die telkens weer het volk redt. Hoe vaak hebben de profeten niet gewaarschuwd voordat God met straffen kwam? Hoe lang heeft het niet geduurd voordat het volk in ballingschap kwam? Denk aan Jesaja, Jeremia, Samuel en vele andere profeten.

In het Nieuwe Testament lezen we de prachtige tekst: Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn! hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens bijeenvergadert onder de vleugels; en gijlieden hebt niet gewild. (Matth 22:37). En Joh 3:16, Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. In 2 Petr 3:9, De Heere vertraagt de belofte niet (gelijk enigen dat traagheid achten), maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen. Hieruit blijkt dat God erg bewogen is met ons eeuwige bestemming en niet wil dat er iemand verloren gaat.

Ziende op al de profeten in het Oude Testament, de waarschuwingen, de moedwilligheid van de overtredingen in de bijbel en de dan alsnog ontfermende God, is er denk ik reden genoeg om deze God te vertrouwen.

De uitroeiing van een volk betekent overigens niet per definitie dat onschuldigen gestraft worden. In Nederland worden per jaar 30.000 kinderen aan Moloch geofferd (in de vorm van abortus). Nadat de Tweede Wereldoorlog voorbij was en we verlost waren van de Duitsers, hadden we God niet meer nodig. Kerken werden (en worden nog steeds) massaal verlaten en het eerste en tweede gebod wordt collectief vervangen door ‘Hebt uzelf lief boven alles en iedereen’. Christelijke ambtsdragers die geen homo’s willen inzegenen, worden uit hun ambt gezet. Zondagsrust is minder belangrijk dan het recht om zeven dagen per week te winkelen. De gewetensbezwaren van christenen en christelijke ambtsdragers zijn minder belangrijker dan de rechten van homo’s en transgenders. En toch ben ik ervan overtuigd dat, ook al komt God volgend jaar met zijn oordelen, dit niet betekent dat wij collectief verloren zullen gaan. Er is voor ons een mogelijkheid om behouden te worden, ook in dit Sodom en Gomorra van 2020.

Men kan zich afvragen: is het genadiger om een volk uit te roeien of om een volk te laten bestaan zodat hun kinderen en diens kinderen ook verloren zullen gaan? Is het genadig iemand te laten leven, zodat hij/zij zijn zonden kan vermeerderen, na alle vergeefse waarschuwingen? Waarom worden sommigen 80 jaar oud en anderen 10 jaar? Weten we wie behouden is en wie niet? Weten we of doodgeboren baby’s verloren gaan of behouden worden?

Dit zijn vragen die alleen God kan beantwoorden denk ik. Alleen God weet hoeveel roepstemmen en waarschuwingen mensen genegeerd hebben, voordat zij sterven. We kunnen lezen dat God in het Oude Testament vele profeten heeft gestuurd, voordat het volk Israël in ballingschap kwam. Als volken of mensen gestraft werden, was dit omdat ze willens en wetens de wet overtraden die God hen gegeven had. En zelfs dan nog, betekent dit niet per se dat ze eeuwig verloren gaan. De Bijbel schrijft dat we dat aan God moeten overlaten en ons moeten richten op onze eigen zaligheid (Joh. 21:21, 22). Ziende op al de profeten in het Oude Testament, de waarschuwingen, de moedwilligheid van de overtredingen in de bijbel en de dan alsnog ontfermende God, is er denk ik reden genoeg om deze God te vertrouwen. Reden genoeg om te geloven dat God goed is, rechtvaardig, liefdevol en niet willende dat enigen verloren gaan.

Bovenstaand artikel verscheen eerder op Logos.nl en is met toestemming overgenomen door CIP.nl. Neem een kijkje op de site van Logos.

Reacties

c
De verwoestingen van soddom en gomorra was niet mild. Er wordt beweerd dat 1e eeuw na Christus nog rook van de plek opsteeg. Nu in onze tijd wordt op de plek nog steeds zwavel gevonden met een gehalte zwavel die nergens anders gevonden wordt. En voor die God komen wij straks te staan. Dan heb ik echt wel Jezus nodig anders blijft er ook niks van mij over.

Maarjah tegenwoordig wordt er verteld dat we alleen maar een God van liefde hebben. ( Een eigen God gecreëerd hebben die maar half in de bijbel past)
De barmhartigheid van God voor de heidenen in het OT zien we bij Rachab de hoer.

Zij zei tegen de verspieders dat ze wist dat de HEERE het land (Kanaän) aan de Israëlieten had gegeven en dat alle inwoners beefden van angst en zij beleed “uw God is een God boven in de hemel en beneden op aarde”. Hadden alle inwoners dit maar beleden en evenals Rachab om goedertierenheid gevraagd (Jozua 2). Ik denk ook aan Ninevé.

J
Men wenst niet te erkennen dat Gods Woord dé waarheid is!

En DUS, omdat God de ultieme rechtvaardigheid is,

kan Zijn opdracht NOOIT onrechtvaardig zijn!

Alleen men is zo overtuigd van zijn eigen geestelijke capaciteiten om te kunnen beoordelen of iets rechtvaardig is of niet,

dat men zelfs de rechtvaardigheid van GOD´s motieven meent te kunnen narekenen!

Lees Job 38 tot en met 41, -- `snotneus´ die ik ben!!

Met het gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog.

Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw in stof en as.

Toon meer reacties (5)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen