Kerkdienst in coronatijd
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

05 februari 2021 door Ilonka Terlouw

Ik geloof in de kerkdienst (ook in coronatijd)

Na weken gesloten te zijn, opende onze gemeente in juni 2020 op de zondagochtenden de deuren voor ‘Momenten van bezinning & ontmoeting’.
Elk halfuur was er gelegenheid om een meditatief moment in de kerkzaal
bij te wonen, om daarna in de hal een kopje koffie te drinken en elkaar op
anderhalve meter afstand te ontmoeten. Van de gemeenteleden die van de
gelegenheid gebruikmaakten, hoorde ik voornamelijk één ding: ‘De mensen;
wat heb ik díe gemist!’

Het voorgaan als geloofspraktijk
Om de impact van het ontbreken van kerkdiensten op mij als voorganger beter te begrijpen, is het belangrijk om te beseffen dat dit gemeenschappelijke ritueel mijn persoonlijk geloofsleven in sterke mate bepaalt en tegelijk een belangrijke fysieke en zintuigelijke dynamiek kent. Het deelnemen aan de eredienst als voorganger is een geloofspraktijk die verder strekt dan het betreffende uur op de zondagochtend. Het bepaalt mijn week en neemt daarbij mijn hele wezen, ziel en lichaam, met huid en haar, in beslag. ‘De krachtigste liturgieën,’ zegt James K. A. Smith terecht, ‘zijn afgestemd op onze lichamelijkheid; ze spreken onze zintuigen aan, ze kruipen onder onze huid. De weg naar ons hart loopt via het lichaam, zou je kunnen zeggen.’ (60) In het persoonlijke geloofsleven geldt dit evenzo.

Het voorgaan in de eredienst neemt mijn lijf letterlijk in beslag.

Het ‘voorgaan in de eredienst’ vormt voor mij een wekelijkse routine die doordrongen is van dergelijke ‘lichamelijkheid.’ Het omvat de pijn in mijn rug en schouderbladen na een dag stevig kauwen op de exegese van een Bijbeltekst. Het omvat de nachtrust die verstoord wordt door malende gedachtes die zoeken naar orde en een preekstructuur. Zaterdagavond leg ik mij anders te ruste dan de overige avonden. Ook het opstaan op zondagmorgen is anders. Mijn geest is gericht op de dienst die ik leiden moet. Aldus stap ik onder de douche met net iets meer alertheid in mijn lijf en leden dan gewoonlijk. Ik föhn mijn haar daarna zorgvuldiger dan anders. Ik besteed tijd aan mijn make-up, iets waar ik doordeweeks de moeite niet voor neem. Als ik mijn panty voorzichtig aantrek en vervolgens het mantelpakje dat de hele week in de kast heeft gewacht tot de zondag weer aanbrak, dan is de kerkgang voor mij al volop aan de gang. Het voorgaan in de eredienst neemt mijn lijf letterlijk in beslag.

Als ik vervolgens in de auto stap, controleer ik nogmaals of ik mijn mapje met preek wel bij me heb. De stemming in de hal van de kerk is hartelijk maar ook nog ingetogen, verwachtingsvol. Alle zintuigen doen mee bij het betreden van de kerkzaal. Ik voel een lichte spanning in me als ik de ruimte met zijn eigen geluiden en geroezemoes over me heen laat komen. Het verstommen van het geroezemoes en het geluid van mijn hakken die over de grond tikken zijn eigen aan het moment dat ik naar voren loop. Dan volgt de stilte die over mij en de gemeente komt als ik achter de tafel ga staan. Het is één van de weinige momenten in de week dat ik me bewust ben van mijn eigen ademen, als tenslotte die woorden weerklinken: ‘Onze hulp…’.

Als de gewoonte van het voorgaan wegvalt, valt het geloof niet direct weg. Het verliest wel aan kracht.

Al deze concrete acties en ervaringen maken onderdeel uit van het eigenlijke voorgaan in de zondagse eredienst. Ze maken dat dit voorgaan is verweven met mijn leven van week tot week, bijna van dag tot dag. Voor veel gelovigen is de zondagse kerkgang een goede gewoonte. Zo is voor mij het voorgaan op zondagochtend een goede, krachtige gewoonte waarin ik het geloof beoefen en afgestemd raak op het Verhaal van het evangelie, van God, van zijn sjalom. Bewust en onbewust word ik bepaald bij wat ertoe doet en wie ik mag zijn: geroepen om God te dienen en zijn mensen. Zo treedt God mij tegemoet, van week tot week, en neem ik deel aan dat ‘heilige gebeuren’ waarin God mij tenslotte ontmoet. Als de gewoonte van het voorgaan wegvalt, valt het geloof niet direct weg. Het verliest wel aan kracht.

Zijn er alternatieven?
De afgelopen maanden heeft de kerk haar best gedaan om het gat dat ontstond door het wegvallen van de kerkdiensten te vullen. Ook in mijn gemeente organiseerde ik ‘online diensten’, telkens met tussenpozen van enkele weken. Het waren, zoals gezegd, oases voor mij en voor veel gemeenteleden. Kan deze online gestalte zich echter meten aan de fysieke? Kan zij haar vervangen? Dat zou een miskenning zijn van het karakter van de eredienst, van het geloof dat erdoor gevormd wordt en van wie wij als mensen zijn. In online vieringen mag ik de boodschap weliswaar uitdragen, maar van gemeenschappelijk participeren in een tastbaar, liturgisch gebeuren
is nauwelijks sprake. Het ‘heilige gebeuren’ dat ons aller harten en zielen grijpt, boet in aan kracht of blijft zelfs geheel achterwege. Evenzo is het mij veel te veilig om ieder voor zich in z’n eigen huiskamertje brood en wijn tot zich te laten nemen in plaats van met die ander aan tafel te schuiven. Gods genade voor ieder mens en de naastenliefde waartoe wij geroepen zijn, verworden eenvoudig tot mentale concepten in plaats van geleefde realiteiten.

Wat mij betreft vormt dat geen pleidooi tegen online vieringen. Eerder een oproep om bewuste keuzes te maken in de opzet van online vieringen. Hoe maken we er – zoveel mogelijk en zolang nodig – een materiële en gemeenschappelijke praktijk van? Een volwaardige vervanging zal het echter nooit worden. Het samenkomen in kleine groepen om de online vieringen te volgen, vind ik theologisch gezien een prachtig alternatief. De praktijk is helaas vaak weerbarstiger: Hoe vaak zijn het niet vriendengroepjes, die samenkomen voor een gezellig koffie-uurtje of fungeren als persoonlijk supportgroepje? Dat zijn allemaal waardevolle dimensies van samen kerk-zijn, maar geen vervanging van de eredienst.

De gebrekkigheid van online vieringen deed bij mij in ieder geval precies dat: het verlangen in mij brandend houden naar de echte samenkomst.

Het gemis van de kerkdienst is niet eenvoudig te ondervangen, alle mooie initiatieven ten spijt. We zullen het met het gemis moeten uithouden. Ik betwijfel echter of dat het grootste probleem is. Het teloorgaan van het verlangen naar de levendige gemeenschap met onze Heer en elkaar is dat des te meer. Dat roept bij mij de vraag op welke praktijken dat verlangen zouden kunnen cultiveren en activeren. De gebrekkigheid van online vieringen deed bij mij in ieder geval precies dat: het verlangen in mij brandend houden naar de echte samenkomst. Zou het, met oog op het koesteren van dat verlangen, ook niet lonen om te investeren in gezamenlijke gewoontes met
het gezin of huishouden waartoe je behoort? Als gemeenschappelijke praktijken zo krachtig en vormend zijn voor het geloof als Smith uiteenzet, dan liggen hier kansen. Het voorkomt enerzijds dat het geleefde geloof aan het zijden draadje van persoonlijke discipline en individuele toewijding hangt. Anderzijds kan het gezin de christelijke gemeente niet vervangen maar als afgeleide daarvan ons verlangen wel richten op die gemeenschap in en met de Heer.

Dr. I. Terlouw is predikant van protestants gemeente Tollebeek. Ze promoveerde in 2015 op een praktisch-theologisch onderzoek naar de ‘persoonlijke relatie met Jezus’ van evangelischprotestanten. Het volledige artikel van Ilonka Terlouw verscheen eerder in Kontekstueel - tijdschrift voor gereformeerd belijden nú. Klik hier om voor een abonnement op Konstekstueel.

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen