Christian Kwakernaak
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

24 december 2020 door Christian Kwakernaak

Nieuwe weg terug na Holocaust-schuldbelijdenis 'David'-generatie

Wanneer koning David tegen het einde van zijn 40-jarige regeringsperiode de misdaad van een volkstelling begaat, met een dodelijke plaag als gevolg, krijgt hij na boetedoening een openbaring over het Huis van God. Een situatie die betekenisvol is voor de Kerk die in coronatijd schuldbelijdenis aflegt voor haar aandeel tijdens de Holocaust en voor Joods bloedvergieten tijdens het Gemeente-tijdperk.

'Dit is het huis van de Here God'
In 1 Kronieken 21 lezen we over die situatie waarin koning David een volkstelling laat uitvoeren. Wanneer als gevolg daarvan de pest uitbreekt en 70.000 man sterven, krijgt David berouw en zoekt verzoening voor zijn misdaad. Als hij op de dorsvloer van de Jebusiet Ornan een altaar-van-verzoening opricht en God antwoordt met vuur, roept David het uit: 'Dit is het huis van de Here God!' (1 Kron. 22:1 NBG'54). God had David blijkbaar geleid naar de plaats waar hij openbaring zou gaan krijgen over het Huis van God – het Huis dat hijzelf echter niet mocht bouwen omdat hij 'veel bloed had vergoten' (2 Kron. 3:1; 1 Kron. 22:6-10). Na voltooiing van de tempelbouw door zijn zoon Salomo zou ook de ark des Heren – een beeld van Gods manifeste tegenwoordigheid – overgeplaatst worden van Davids tabernakel naar de tempel die Salomo op het Loofhuttenfeest zou gaan inwijden als Bedehuis voor de volken (1 Kon. 8:41-43; Jes. 56:3-8). Een verplaatsing van Gods heerlijkheid die betekenisvol kan zijn voor de Kerk vandaag de dag.

Ik ben namelijk van mening dat Davids koninkrijksregering en de tabernakel die hij oprichtte een schaduwbeeld is van het tijdperk van de Gemeente.

Davids regeringsperiode en het Gemeente-tijdperk
De hele gebeurtenis vindt plaats tegen het einde van Davids 40-jarige koninkrijksregering (2 Sam. 5:4-5). Ik geloof dat dit iets te zeggen heeft voor de Kerk die leeft in een tijd dat ‘de tijd der heidenen’ tot vervulling aan het komen is (Luc. 21:24; Rom. 11:25). Ik ben namelijk van mening dat Davids koninkrijksregering en de tabernakel die hij oprichtte een schaduwbeeld is van het tijdperk van de Gemeente. Enerzijds leiden we dit af uit Handelingen 15:13-18 waar staat dat God de hut van David zal herstellen 'om een volk uit de heidenen te vergaderen'. Anderzijds maken we dit op uit de 'route' die de ark des Heren aflegt: van Mozes' tabernakel – een beeld van het tijdperk van Gods verbond met Mozes tót aan Christus' eerste komst (Joh. 1:14-17) – via Davids tabernakel naar de tempel van Salomo die als koning van rust en vrede een type is van Christus in het Messiaanse Vrederijk (1 Kron. 22:9; Mat. 12:42).

De tijd der heidenen
In Zijn rede over de laatste dingen spreekt Jezus over het Jeruzalem-teken in relatie tot de 'tijd der heidenen' (Luc. 21:24). De vervulling ervan zou volgens Jezus gekenmerkt worden door het herstel van Jeruzalem; iets waar we in de vorige eeuw getuige van zijn geweest (1967), sinds de verwoesting van de stad in het jaar 70. Onder bewind van het Romeinse Rijk (het 'nieuwe Babylon', 1 Petr. 5:13) werd toen het Joodse volk verstrooid onder de volken. Vervolgens werd in de vierde eeuw óók de Kerk 'als vrouw' gekoppeld aan het Romeinse Rijk dat 'van hier beneden' was (vergelijk met Jezus' Koninkrijk 'in Sion' dat niet van deze wereld is – Joh. 18:36). De Kerk die in een Rooms-Protestants Kerksysteem terechtkwam creëerde bovendien haar eigen 'nieuwe verbond' (vervangingsleer). Daarmee plaatste de Kerk zichzelf buiten het Nieuwe Verbond van God: een verbond dat weliswaar open stond voor de heidenvolken, maar dat in Christus met Israël was gesloten (Jes. 42:6). Maar het ergste van alles was dat dit Kerksysteem voedingsbodem werd voor christelijk antisemitisme in Europa.

Schuldbelijdenis in coronatijd
In 1 Kronieken 21:1 lezen we dat satan David aanzette tot een volkstelling. De dodelijke plaag dreef hem uiteindelijk tot het doen van schuldbelijdenis voor zijn misdaad. Op dit punt is het goed om het christelijke antisemitisme in gedachtenis te brengen dat culmineerde in de verschrikkelijke genocide van de Holocaust. Een genocide die vooraf werd gegaan door herdruk van Luthers boek 'Over de Joden en hun leugens', als propagandamateriaal voor de Duitse nazi's in hun streven om het Joodse volk in Europa te vernietigen (Kristallnacht, 9-10 november 1938). Een genocide na aanleiding waarvan de staat Israël (1948) werd opgericht en een terugkeer van het Joodse volk verder op gang kwam. Maar ook een genocide na aanleiding waarvan nu tijdens de huidige coronaplaag schuld is beleden namens de 'David'-generatie. Schuld voor nalatigheid jegens het Joodse volk tijdens de Holocaust, en schuld voor de duistere erfenis van het christelijk antisemitisme tijdens het Gemeente-tijdperk (8 nov. 2020; 15 nov. 2020).

We mogen verwachten dat na gedane schuldbelijdenis namens de 'David'-generatie een wisseling van de wacht gaat optreden die tot uitdrukking komt in een 'Salomo'-generatie die Gods Huis gaat herbouwen.

Gods Huis herbouwd op een nieuw fundament
Als gevolg van zijn misdaad wordt David ‘geduwd’ naar de plaats van verzoening waar God hem een openbaring geeft over het fundament van Zijn Huis. De profeet Nathan had David erop gewezen dat niet híj maar zijn nakomeling Salomo het Huis voor God zou bouwen, omdat David ‘veel bloed had vergoten’ (1 Kron. 22:6-10). We zien een parallel met het herstel in onze tijd, nu God zijn Kerk oproept om terug te keren uit het met bloedschuld beladen Westers Kerksysteem, richting het Bijbelse Nieuwe Verbond en het Bijbelse fundament van Gods Huis (Rom. 11). En God zal Zijn heerlijkheid gaan geven in een Kerk die herbouwd wordt op het juiste fundament 'in Sion', op Gods heilige Berg (Jes. 56:3-8; Ef. 2:18-22). We mogen verwachten dat na gedane schuldbelijdenis namens de 'David'-generatie een wisseling van de wacht gaat optreden die tot uitdrukking komt in een 'Salomo'-generatie die Gods Huis gaat herbouwen.

Gods belofte als stip aan de horizon
Het is noemenswaardig dat aan Davids openbaring de misdaad van een volkstelling voorafging. Het gaat in Gods Huis namelijk niet om de aantallen mensen, maar om het juiste fundament. In onze tijd (2020) hebben we te maken met een coronaplaag die de Kerk uit haar kerkgebouwen ‘duwt’ en waarvan een groot aantal mensen misschien wel niet meer terugkeert. Echter, belangrijker is de vraag of in de Kerk Gods manifeste heerlijkheid terug zal keren, waardoor een volk kan worden aangeraakt (Joh. 17:20-22).

De Kerk die eertijds 'uit Sion' geraakte en nadien verder uiteen brokkelde in tal van kerkgenootschappen (Marc. 3:24-25), kan licht aan het einde van de tunnel verwachten na herstel van de breuk met Israël. Nu in coronatijd ('corona' betekent 'kroon') de Kerk naar 'buiten' wordt geduwd richting verzoening, is het bemoedigend dat God een belofte als stip aan de horizon laat zien: Een Koninklijke Kroon die Hij bestemd heeft voor de plaatselijke Kerk die terugkeert naar het juiste fundament en Gods Huis gaat herbouwen 'in Sion', als model van de hemelse Bruidsstad (Ef. 2:15-22).

Neem een kijkje op de website van Christian Kwakernaak

Reacties

N
Tja ,het zal wel, ,maar dan is het toch wel gek, dat Israël met het Joodse volk niet minder hard worden geraakt door corona als andere volkeren ,zij hebben zich niet bezondigd aan antisemitisme? Dan is corona ook geen straf van God daar voor .En als er dan al een wisseling van de generaties gaat plaatsvinden van een David naar een Salomo generatie, berg je dan maar ,want in tegenstelling tot David is Salomo ,naast de tempel, massaal offerhoogtes gaan bouwen voor vreemde goden ,t.b.v. van zijn harem; deprimerend vooruitzicht

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Error: could not load events