Ster Kerstmis
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

24 december 2020 door Dr. J. de Jong-Slagman

Muus Jacobse wilde bijbelse poëzie schrijven met en voor anderen

‘Geen mens heeft ooit hun naam gemeld’, luidt een regel uit het gedicht ‘De herders’ van Anton van Duinkerken. Ze zijn er echter niet minder bekend om geworden, schrijft dr. Janneke de Jong in De Waarheidsvriend.

De Waarheidsvriend is het huisorgaan van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland.

We kunnen we ons een kerstfeest zonder de herders niet voorstellen. In het evangelie van Lukas staat dat ze 's nachts de wacht hielden over hun kudde. Hoe ze dat deden, weten we niet. God doet grote dingen, of de herders nu net hun schaapjes hebben geteld, of – zoals bij Muus Jacobse – wat minder wakker zijn.

De herders
Als de gedachten slapen
Als nevelige schapen,
Als de gedachten slapen
Als Adam eenmaal sliep,

Gaan hoog de sterren open
Van het verlangend hopen.
Gaan hoog de sterren open
en wordt de hemel diep.

Dan rijzen en dan dalen
In lichtende spiralen,
Dan rijzen en dan dalen
Naar de verlorenheid,

De engelen die melden
De vrede voor de velen,
De engelen die melden
De vrede voor altijd.

En een van hen gaat spreken:
‘Sta op en zie het teken!’
En een van hen gaat spreken:
‘Sta op van alle vrees!

Want God wil u behoren
en uit u zijn geboren,
Want God wil u behoren
en vlees zijn uit uw vlees!

Sta op om Hem te zoeken
Als kindje in de doeken,
Sta op om hem te zoeken
Als God-met-u-en-mij!’

Zij hebben Hem gevonden
In windselen gewonden,
Zij hebben Hem gevonden
Zo eeuwig en nabij.

Engelen rijzen en dalen naar de verlorenheid, onze werkelijkheid. Dat doet denken aan Jakobs droom bij Bethel, waar hij de engelen zag opklimmen en neerdalen.

Jakobs ladder
In de eerste strofe vergelijkt de dichter de gedachten van de herders die langzamerhand gaan slapen met de schapen van de kudde, die vager worden in nevel en duisternis. De slaap brengt de dichter bij Adam. Toen hij sliep, gebeurde er een wonder: hij kreeg van God zijn vrouw.

In de volgende strofe raken de gedachten weg van het hier-en-nu en stijgen ze tot ongekende hoogten, naar de sterren. Je zou kunnen zeggen: naar de oneindigheid. De frase ‘de sterren gaan open’ doet denken aan een toekomst die in de sterren geschreven staat. Er wordt iets onthuld, de vervulling van het oneindige verlangen komt van boven.

Engelen rijzen en dalen naar de verlorenheid, onze werkelijkheid. Dat doet denken aan Jakobs droom bij Bethel, waar hij de engelen zag opklimmen en neerdalen. Nu gaat de hemel open als in een droom: engelen melden vrede. Niet alleen voor de velden van Efratha waar de herders zijn, op dat moment, maar ‘de vrede voor altijd’.

Het lijkt of we weer in de oneindigheid verkeren, boven de sterren, los van de dimensies van tijd en ruimte. Dáár komt Hij vandaan – en Hij is nú bij ons.

Zo eeuwig en nabij
Dan volgt het teken dat de herders krijgen, zoals we dat kennen uit Lukas 2. Op een mooie manier wordt de vermaning van de engel ‘Vreest niet’ gecombineerd met het op weg gaan van de herders. Ze moeten niet alleen letterlijk opstaan, maar ook de vrees achter zich laten: ‘Sta op van alle vrees!’ In strofe 6 varieert de dichter op Adams woorden ‘vlees van mijn vlees’ uit Genesis 2, die hij uitspreekt als hij zijn vrouw ziet. De tweede Adam neemt ons vlees aan en wordt één van ons.

Het teken uit de vijfde strofe wordt in de zevende ingevuld. Dat Kind in doeken gewonden, is Immanuël. Dan is de engel uitgesproken.

De laatste regels lijken een eenvoudige constatering: ze hebben Hem gevonden, in windselen gewonden. Maar we weten dat de herders gehoorzaamd hebben; ze zijn daadwerkelijk opgestaan en op weg gegaan. De vier laatste woorden ‘zo eeuwig en nabij’ vormen een prachtig slot. Het lijkt of we weer in de oneindigheid verkeren, boven de sterren, los van de dimensies van tijd en ruimte. Dáár komt Hij vandaan – en Hij is nú bij ons. Hier en nu, zichtbaar en tastbaar, zo nabij.

Dr. J. de Jong-Slagman uit Bergambacht is docent Nederlands aan Driestar Hogeschool te Gouda. Lees de volledige tekst van dit artikel over de kerstpoëzie van Muus Jacobse in De Waarheidsvriend van donderdag 17 december 2020, of download de gratis pdf.

Klik hier om abonnee te worden van De Waarheidsvriend!

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen