Dr. R. W. de Koeijer
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

03 november 2020 door Dr. R. W. de Koeijer, De Waarheidsvriend

Calvijn over het leven als christen: verlangen naar toewijding

Calvijn had veel te zeggen over het thema heiliging en navolging van Christus. Het deel uit de 'Institutie' dat gaat over het leven als christen, is zelfs apart uitgegeven onder de titel 'Het gulden boekske', merkt dr. R. W. de Koeijer op in De Waarheidsvriend.

De Waarheidsvriend is het huisorgaan van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland.

Het eerste motief voor het christenleven is heiligheid, waarmee direct het unieke van elke gelovige is aangegeven. Hij is namelijk nauw met God verbonden en dat heeft directe gevolgen voor zijn dagelijkse leven. Zo is hij geroepen om zijn God in een christelijke levensstijl te weerspiegelen, allereerst in heiligheid. Met het oog op deze roeping wijst Calvijn op het bijbelwoord Leviticus 19:1 dat in het Nieuwe Testament, in 1 Petrus 1:16, opnieuw klinkt: ‘Wees heilig, want Ik ben heilig.’ Het nauwe verband is duidelijk: omdat God heilig is, dient Zijn volk ook heilig te zijn. In zijn derde Schriftcitaat wijst Calvijn op de toekomst, want de eigenheid van het nieuwe Jeruzalem is haar heiligheid, waardoor niets onreins mag binnenkomen (Open.21:10,27). Calvijn bedoelt niet dat heiligheid een soort voorwaarde is om tot gemeenschap met de Heere te komen. Het gevaar van verdienste ligt dan op de loer en dit wil de hervormer op allerlei manieren tegengaan. Hij wil juist aangeven dat de omgang met God niet samen kan gaan met ongerechtigheid en onreinheid, maar met de heiligheid die in Zijn wet zichtbaar wordt.

Calvijn bedoelt niet dat heiligheid een soort voorwaarde is om tot gemeenschap met de Heere te komen.

Gelijkvormigheid
Op de vraag hoe Gods heiligheid zichtbaar wordt in het christenleven, kunnen we vervolgens wijzen op Gods geboden. Toch slaan we dan volgens Calvijn een belangrijke tweede motief over en dat is de gelijkvormigheid aan Christus. Hij omschrijft deze gelijkvormigheid als volgt:

‘En om ons nog meer daartoe op te wekken laat de Schrift zien dat God de Vader ons niet alleen met Zich verzoend heeft in Zijn Gezalfde, maar ons in Hem ook het beeld getekend heeft waaraan wij naar Zijn wil gelijkvormig moeten worden.’

Op dit punt komt een belangrijk verschil met de heidense leefwijze aan het licht. Heidense filosofen riepen ook op tot een humane levensstijl, maar zij kwamen niet verder dan opwekkingen om de menselijke natuur met menselijke middelen te ontwikkelen. Zoals we zagen, wijst de Bijbel de mens volgens Calvijn op de compleet andere richting van de heiligheid. Het onoverkomelijke probleem is echter dat niemand deze kan weerspiegelen, want elk mens is zondaar geworden en heeft verlossing nodig.

Hier komen we bij Calvijns tweede kernmotief voor het christenleven: de Verlosser Jezus Christus is tegelijk het grote Voorbeeld van een heilig en toegewijd leven. De hervormer verwerkt hier wat de Bijbel zegt over Gods grote doel met de Zijnen: de gelijkvormigheid aan de Zoon (Rom.8:29). Hij bedoelt dat een leven in gehoorzaamheid aan Gods geboden alleen mogelijk is vanuit de gemeenschap met Christus en de navolging van Hem. Christenzijn in de praktijk betekent immers dat het beeld van Christus zichtbaar wordt.

Als God Vader wordt genoemd, is het dan niet ondankbaar wanneer Zijn kinderen niet als kinderen leven?

Dankbaarheid
De genoemde motieven heiligheid en gelijkvormigheid kunnen de indruk geven dat het leven als christen erg intensief en daarom onaantrekkelijk is. Het derde motief dat Calvijn noemt, geeft echter aan in welke sfeer het geestelijke leven staat: die van de dankbaarheid. We kunnen dit vergelijken met het derde deel van de Heidelbergse Catechismus, waarin het christenleven plaats krijgt in het stuk van de dankbaarheid. Calvijn verbindt de christelijke dankbaarheid aan de drie-enige God. Als God Vader wordt genoemd, is het dan niet ondankbaar wanneer Zijn kinderen niet als kinderen leven? Als Christus de gelovigen heeft gereinigd van hun zonden, is het dan niet ondankbaar als ze zich opnieuw geestelijk bevuilen? Als Hij Hoofd in de hemel is, ligt het dan niet voor de hand om de heilige hemelse dingen te zoeken en niet de aardse en zondige (Kol.3:1-2)? Als de Heilige Geest gelovigen tot tempels maakt waarin Hij woont, moeten zij er dan niet voor zorgen dat hun lichamen zuiver en ongeschonden blijven? Dagelijkse dankbaarheid voor Gods verlossing is dus een belangrijk motief om als christen te leven.

Dr. R. W. de Koeijer is predikant van de hervormde gemeente te Waddinxveen en lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. Lees hier zijn volledige artikel.

Klik hier om abonnee te worden van De Waarheidsvriend!

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Error: could not load events