Ds. J. W. Verboom
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

02 september 2020 door Ds. J. W. Verboom, De Waarheidsvriend

Wat houdt Gods barmhartigheid in?, vraagt ds. Verboom zich af

Overal in de heilige Schriften ontdekken we de goddelijke barmhartigheid. Deze vervult de aarde, strekt zich uit over christenen en niet-christenen, omgeeft ons, zet zich in voor ons en roept ons tot het doorgeven ervan, schrijft ds. J. W. Verboom in De Waarheidsvriend.

De Waarheidsvriend is het huisorgaan van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland.

Glanzende eigenschap
Barmhartigheid is een eigenschap die niet hetzelfde is als de identiteitsbepalende eigenschap van Gods liefde (J. Muis). Barmhartigheid is een bijzondere, toegespitste variant van Gods liefde. De glanzende barmhartigheid vertelt in het bijzonder hoe mensen in nood, lijden en tragiek Gods liefde voor hen hebben ervaren. Genade is een andere eigenschap die zich richt op mensen in schuld.

Tegelijk lijken beide niet strikt te onderscheiden en is Gods barmhartigheid niet geheel los te zien van de redding van menselijke schuld (bijvoorbeeld: Neh. 9, Dan. 9, Ef. 2:4-5, Tit. 3:5). Dit heeft ermee te maken dat de tragiek van onze zonde niet los te maken is van de schuld die wij (in het algemeen) daaraan hebben.

De glanzende barmhartigheid vertelt in het bijzonder hoe mensen in nood, lijden en tragiek Gods liefde voor hen hebben ervaren.

‘Barmhartigheid’ en ‘genade’ worden dan ook vaak aan elkaar verbonden (Neh. 9:17, Ps. 86:15, 103:8, 145:8, Joël 2:13, Jona 4:2). Zo zien we dat onder andere in de zelfopenbaring van God aan Mozes: ‘Heere, Heere, barmhartig (rachoem) en genadig,
geduldig en rijk aan goedertierenheid (chesed) en trouw, Die goedertierenheid (chesed) blijft bewijzen aan duizenden (...).’ (Ex. 34:6-7)

Deze zelfopenbaring spreekt met betrekking tot ‘barmhartigheid’ over het Hebreeuwse begrip rachoem/rachamiem (meervoud). Tegelijk – en dat is het verwarrende in onze Nederlandse vertalingen (ook in de HSV) – zien we heel vaak in het Oude Testament dat ook chesed, wat hier in Exodus 34:6-7 wordt vertaald met ‘goedertierenheid’, elders nogal eens wordt vertaald met ‘barmhartigheid’ (of met ‘trouw’ of ‘erbarmen’). Dat zien we onder andere in Exodus 20:6: ‘maar Die barmhartigheid (chesed) doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen’. Als wij dus teruggaan naar de oorsprong van Gods barmhartigheid, komen wij in het Oude Testament uit bij twee Hebreeuwse begrippen: rachoem en chesed

Medelijdende liefde
Rachoem is het bijvoeglijke naamwoord dat is afgeleid van rechem, dat baarmoeder betekent. Deze associatie laat ons zien dat God ‘een baarmoederlijke’ God is, een God met affectie, dat wil zeggen met rommelende ingewanden vol bewogenheid (Jes. 63:15). Rachoem/rachamiem geeft de gepassioneerde diepte aan van de onvoorwaardelijke liefde van God, zoals een moeder haar ongeboren kind in de baarmoeder onvoorwaardelijk liefheeft (Jes. 49:15). Een kenmerk van rachoem is dat dit duidt op de medelijdende beweging die warm wordt in het emotioneel betrokken (Vader)hart over iemand wiens situatie te beklagen is (Gen. 43:30, 1 Kon. 3:26). Deze innerlijke beweging in Gods geraakte ingewanden tekent de diepte van de barmhartigheid.

Verbondstrouw
Chesed kunnen we begrijpen als Gods verbondstrouw/verbondsgerechtigheid uit de Thora die Hij belooft aan de rechtvaardigen/gunstelingen (Deut. 7:9), maar die Hij tot Israëls verrassing herhaaldelijk ook vanuit solidariteit blijkt te bewijzen in tijden van afdwaling en ontrouw. Deze barmhartigheid wordt vaak verbonden met het besef dat deze ‘groot’ is. (Ps.51:3, Neh.9:19, Dan.9:18, Ef.2:4 en 1 Petr.1:3).

In de gelijkenis van ‘de barmhartige Samaritaan’ laat Jezus zien dat Gods grondeloze barmhartigheid een wederkerige eigenschap is.

Daarom is deze mega-barmhartigheid vaak onderwerp van aanbidding en lofprijzing (Ps. 103:8, 145:8, Luk. 1:67-79 en 1 Petr. 1:3). Vanzelfsprekend is deze barmhartigheid niet en ze kan door Gods toorn weggenomen of afgesloten worden; dan is het meteen crisis, ballingschap (Ps. 77:10, Jer. 16:5). Maar op het berouw blijkt Gods barmhartigheid een nooit opdrogende bron, waaruit God uit vrije wil actief weer nieuwe barmhartigheden laat vloeien (Klaagl. 3:22). Deze ontferming van God ontvangt Israël dus als vrije gave, waarbij dit wel altijd in de spanning staat met de verantwoordelijkheid van bekering (Deut. 4:31).

In ‘barmhartigheid’ schuilt dus ook het aspect van Gods verbond. Vandaar dat Zacharias in zijn lofzang het heilig verbond verbindt aan barmhartigheid (Luk. 1:72). Deze verbondstrouw vanuit volstrekte solidariteit (met Israël) tekent de breedte van Gods barmhartigheid.

Wederkerig
In de gelijkenis van ‘de barmhartige Samaritaan’ laat Jezus zien dat Gods grondeloze barmhartigheid een wederkerige eigenschap is. Dat wil zeggen: God geeft barmhartigheid, maar dit brengt bij ons ook een reactie op gang. Hij vraagt barmhartigheid van ons terug: ‘Ik wil barmhartigheid en geen offer.’ (Matt. 9:13) Hij wil dat wij die doorgeven aan hulpbehoevenden die ‘Christus’ om ons heen zijn. Zien wij Christus om ons heen in de arme, naakte, gevangene, de verschoppeling (Matt. 25:40)?

De zon van Gods doorstralende barmhartigheid schijnt in deze wereld namelijk door ons heen naar de naaste. Een barmhartig karakter kenmerkt zich door gebed om bevloeiing door Gods levende Thora (Ps. 119:77), door wijsheid van Gods Geest (Jak. 3:17), door zich innerlijk te laten raken, een teer hart te hebben voor leed en tragiek, oprecht medelijden, een liefdevol bewustzijn en een leven dat bereid is onvoorwaardelijke daden van gerechtigheid en vergeving op te richten (Matt. 18:27). Deze barmhartigheid overwint de toorn van God (Jak. 2:13). Onbarmhartig zal Gods oordeel zijn over hem die geen barmhartigheid bewezen heeft.

Daarom komt de vraag tot ons: Laten wij ons, gedreven door Gods barmhartigheid, raken door nood van anderen om ons heen en zijn we bereid in beweging te komen? Of zijn we onbarmhartig? ‘Zalig zijn de barmhartigen, want aan hen zal barmhartigheid bewezen worden.’ (Matt. 5:7)

Ds. J. W. Verboom is predikant van de hervormde gemeente te Groot-Ammers. Lees de volledige tekst van dit artikel in De Waarheidsvriend van donderdag 27 augustus 2020, of download de gratis pdf.

Klik hier om abonnee te worden van De Waarheidsvriend!

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Krijg nu volledige toegang tot CIP.nl!