gedenkstenen
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

21 augustus 2020 door Gerhard Rijksen, Uitgeverij Gideon

Gedenkstenen: een herinnering aan wat God voor mij en jou heeft gedaan

Wie regelmatig in Noorwegen op vakantie is geweest, zal bovenstaande afbeelding herkennen. Op een mooie plek in de natuur, kom je opeens een stapeltje platte stenen tegen. Een stapeltje waarmee de maker heeft willen zeggen: ik was hier. Een klein monumentje voor jezelf waarmee je aan jezelf en anderen laat zien dat jij ook op dit bijzondere punt bent geweest.

Wie de Bijbel een beetje kent, moet dan onmiddellijk denken aan een bijbelverhaal zoals het verhaal over de doortocht door de Jordaan naar het Beloofde Land, van het volk Israël (Jozua 3:13-4:9). Als het volk op wonderlijke wijze door God door een droge Jordaanbedding is geleid en aan de overkant gekomen, geeft Jozua de opdracht om twaalf grote stenen te zoeken en daarmee een gedenkteken te maken voor de toekomstige generaties. Zowel voor de huidige generatie die erbij was, als voor de generaties die het verhaal alleen van horen zeggen kennen, zal het daarmee een teken zijn dat God aanwezig was bij het volk en iets groots voor hen deed.

Jaren geleden heb ik eens een maand lang al mijn gebeden opgeschreven in een schrift. Als zo’n gebed dan was verhoord maakte ik er een aantekening bij in de kantlijn, met de datum erbij. Ik kan iedereen aanraden dat experiment een keer aan te gaan. God kan het hebben en voor jezelf zal het een grote zegen zijn! Wat bleek namelijk… God verhoorde veel meer gebeden dan ik had gedacht. En daarbij leerde ik dat grote zorgen van bijvoorbeeld de maandag, drie dagen later al compleet door mij vergeten waren. God verhoorde daadwerkelijk, én God liet mij zien hoe ik bepaalde zaken kon relativeren (wat misschien wel de grootste les was die ik van het experiment leerde).

Gedenkstenen als getuigenissen: dat wat God voor mij heeft gedaan, wil Hij ook nu nog doen, ook voor jou.

Inmiddels zijn we enkele decennia verder. God heeft grote dingen in mijn leven gedaan, zoals Hij dat bij elk van Zijn kinderen doet. (Iedereen zou dit verhaal kunnen schrijven. Sterker: we zouden allemaal dit soort verhalen moeten schrijven. Als gedenkstenen voor onze dierbaren om ons heen; als gedenkstenen voor volgende generaties; als eerbetoon aan onze Schepper-God, Redder-Koning. Als herinnering aan onszelf dat we Zijn volle aandacht genieten, dat Hij van ons houdt en betrokken is bij ons leven. Gedenkstenen als getuigenissen: dat wat God voor mij heeft gedaan, wil Hij ook nu nog doen, ook voor jou. Misschien een idee voor CIP om er een dagelijkse, anonieme rubriek van te maken? (Anoniem, zodat de aandacht niet naar ons uitgaat, maar naar onze God en Hij geprezen wordt.)

Vaak volgden Gods daden in ons leven op gebed. Soms heel bewuste gebeden, soms bijna achteloze gebeden die we ons achteraf nauwelijks nog konden herinneren. Ik herinner me één van die gebeurtenissen nog als de dag van gisteren. Ik krijg het letterlijk nog koud van schrik als ik eraan terugdenk.

We zouden die dag ons bijbelkringjaar afsluiten met de gezinnen van alle kringleden, bij een zwemplas in onze regio. Bij het middageten voor ons vertrek naar de plas hebben we ongetwijfeld gebeden voor bescherming. Maar zo achteloos, zo vanzelfsprekend, zo uit gewoonte, dat ik het nauwelijks met zekerheid durf te zeggen.

Eenmaal gesetteld aan de plas vermaakten de kinderen zich aan het water, en vermaakten de volwassenen zich met elkaar, in goede gesprekken en met een smakelijke koffielekkernijen. Alles uiteraard met daarbij één oog gericht op de kinderen. Zelf was ik druk in gesprek met een dorpsgenoot, toen er opeens door mijn hoofd flitste: ‘Ga verzitten, dan kun je het water beter zien.’ Ik stelde het voor aan mijn gesprekspartner en we draaiden onze stoelen iets om.

Ik had mezelf nooit vergeven als hem iets zou zijn overkomen. God reageerde op ons achteloze gebed en bracht me op de gedachte dat het tijd was de stoel iets te verzetten.

Nog geen minuut later zie ik zo’n dertig meter voor me onze jongste in het water kopje ondergaan en niet meer boven komen. Ik sprintte naar de waterkant. Een andere jongen (12) had het gelukkig ook gezien en hij was er nog eerder bij dan ik. Samen hielpen we onze jongste, die heftig geschrokken was, op de kant. Hij heeft de halve middag op mijn schoot zitten huilen en zei tegen me: ‘Ik zei tegen mezelf: kracht, kracht! Maar het ging niet.’

Ik had mezelf nooit vergeven als hem iets zou zijn overkomen. God reageerde op ons achteloze gebed en bracht me op de gedachte dat het tijd was de stoel iets te verzetten.
Tegenwoordig komen we niet meer bij die zwemplas. Onze kinderen zijn er te oud voor. Maar elke keer dat we er kwamen na deze gebeurtenis, moest ik even naar de plek lopen en dankte ik God.

Zo zou ik meer verhalen kunnen vertellen. Zo zou jij meer verhalen kunnen vertellen. Zo hebben we elkaar heel wat te vertellen. Johannes schrijft aan het eind van zijn evangelie (21:25) dat hij andere verhalen over Jezus maar heeft weggelaten omdat zijn boek anders te dik zou worden. Het vorige hoofdstuk van datzelfde evangelie sluit Johannes af met de woorden: ‘maar deze dingen zijn beschreven opdat u gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat u, door te geloven, het leven zult hebben in Zijn Naam’ (Johannes 20:31).

Gebed kan bergen verzetten. En als je bidt, wil je dat dat gebeurt; grote en kleine bergen. Je wilt zien dat God er is en dat Hij liefdevol op je leven betrokken is. Je wilt leren bidden. John Eldredge reikt in zijn boek Gebed dat bergen verzet een schat aan gebedslessen aan. Maar vergeet daarnaast vooral niet die gedenkstenen op te richten. Voor je zelf. Voor je omgeving. Voor de generaties na jou. Voor God.

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Download hier al onze gratis e-books + achtergronden!