Ds. J. Belder
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

17 juni 2020 door Ds. J. Belder, De Waarheidsvriend

Ds. J. Belder: Laat er ook onder ons veel kerkhonger zijn

Mobiliteit, individualisme en tanend gemeenschapsgevoel leidden tot een buitenproportioneel shopgedrag. Jongeren – en niet alleen zij – zoeken na verhuizing ‘een gemeente die bij ons past’, vindt ds. J. Belder.

De Waarheidsvriend is het huisorgaan van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland.

Wij lazen aan tafel 1 Korinthe 1. Gekomen bij de verdeeldheid in de gemeente herinnerde ik mij weer het afscheid van ds. B. Haverkamp op 8 april 1985 van de hervormde gemeente van Kesteren. Vooral de toespraak van burgemeester D.J. Pott bleef hangen.

Hij betreurde de kerkelijke verdeeldheid in Kesteren en Opheusden. ‘De één zegt: ik ben van Paulus, een ander is van Apollos, weer een ander is van…’ Toen bleef de burgervader steken. Hulpzoekend keek hij naar de scheidende dominee, die droog komisch antwoordde: ‘zeg maar van Haverkamp.’ Er werd besmuikt gelachen in de propvolle kerk. Ondertussen raakte hij een gevoelige snaar. Hoe staat het met de gemeenschap der heiligen? Is coronatijd de lakmoesproef?

Shopgedrag
Al schrijvend dwalen mijn gedachten af naar de predikantsweduwe mevrouw Vera Tukker-Terlaak. In een vraaggesprek met het Reformatorisch Dagblad in 1999 vertelt zij van haar zondagse kerkgang in het Groningse Spijk, een gemeente van moderne snit. ‘Ik ben altijd naar de gemeente gegaan waar we horen, al is dat niet zo eenvoudig.’ Noem het een oer-hervormd standpunt. Ik ken hen nog uit mijn jeugd: de getrouwen die in een snel veranderende gemeente zich steeds meer vreemdeling voelden worden en toch – biddend! – bleven. Uit gehoorzaamheid aan God. Meer dan eens werd het oude gezangenvers aangehaald: Gij hebt o albestierend Koning, de plaats bestemd van ieders woning, de kring waarin hij werken moet.

En kennelijk dus ook de kring waarin hij kerken moet. Het is er vandaag wel heel ver vandaan. Mobiliteit, individualisme en tanend gemeenschapsgevoel leidden tot een buitenproportioneel shopgedrag. Jongeren – en niet alleen zij – zoeken na verhuizing ‘een gemeente die bij ons past’. De vraag is niet langer: wat heeft de gemeente aan mij, maar wat heb ik aan de gemeente? Als dat geen consumentisme is… Wie gedwongen onder een magere verkondiging zit, zal meer gebed hebben voor zijn dominee dan wanneer we preken en vormen van eredienst voor het uitkiezen hebben. Wie lijdt nog aan de kerk?

Gemeenschap
Ruim een halve eeuw geleden schreef de Utrechtse theologiehoogleraar A. A. van Ruler zijn nog altijd actuele boek Waarom zou ik naar de kerk gaan? Hij somde maar liefst 21 argumenten op. Ik focus hier op het hoofdstuk over de kerk als gemeenschap. Een gemeenschap is verbonden door gedeelde kenmerken, normen en waarden, zoals taal, afkomst, politieke betrokkenheid en voorkeur. En natuurlijk ook door religie. Van Ruler wijst allereerst op een ‘smartelijke scheidingslijn’. Een steeds groter deel van de samenleving is vervreemd geraakt van God, Bijbel en kerk. ‘Zij willen niet ingelijfd worden in de gemeenschap van de Middelaar en de drie-enige God. Daarom ook niet in de gemeenschap met ons.’ Is het goed, dan zijn wij als leden van de gemeente ‘verbonden in het geloof waarin we leven en waarop we sterven’ aan de Heere en aan elkaar. Vele zondagen wordt in de tweede dienst beleden: ‘ik geloof de gemeenschap der heiligen.’ We kiezen elkaar niet uit, maar krijgen elkaar. Of we elkaar al dan niet liggen, is de kwestie niet.

Verbondenheid
Deze gemeenschap beperkt zich ondertussen niet tot de zondagse kerkgang, maar vertaalt zich door in alle facetten van het samen-gemeente-zijn. Juist in de coronatijd komt die zorg voor en verbondenheid aan elkaar in menige gemeente verrassend naar voren. Met zondag 21 van de Heidelbergse Catechismus belijden we dat Christus Zich een gemeente vergadert. Dat doet Hij door Zijn Woord en Geest. Ook in deze ongekende periode in de kerkgeschiedenis van gesloten kerkdeuren. Ook nu gaat het Woord uit en komt het langs digitale kanalen onze huizen binnen. ‘Ik moet heden in uw huis verblijven.’ (Luk.19:5b) Wat nog maar heel kortgeleden onmogelijk werd geacht, lijkt nu de gewoonste zaak ter wereld te zijn. Veel gemeenten doen meer dan ‘alleen’ kerkdiensten uitzenden, die overigens de gemeenschappelijke kerkgang nooit kunnen vervangen.

In Trouw viel onlangs het woord ‘kerkhonger’. Het rolde uit de pen van een rooms-katholiek, maar laat er ook onder ons veel kerkhonger zijn, verlangen en gebed om met elkaar fysiek weer samen te komen voor het aangezicht van God.

Lofzang
Wanneer mogen en kunnen we weer fysiek samenkomen? Is dat voor ons een gebedszaak? Ontberen doet waarderen. We forceren niets, beseffend dat er vanuit ‘de wereld’ vaak met argusogen naar de kerk gekeken wordt. Zullen we het moeten doen met kortere diensten, zonder zang? Zal de lofzang verstommen? De gemeente zingt toch tot in eeuwigheid? We zingen niet om het zingen, maar uit innerlijke behoefte. En daarom houden we de lofzang gaande. Misschien kunnen we in de kerk nu niet zingen, maar met des te meer overtuiging doen we het thuis.

Ds. J. Belder uit Harskamp is emerituspredikant. Lees de volledige tekst van dit artikel in De Waarheidsvriend van donderdag 11 juni 2020, of download hier de gratis pdf.

Klik hier om abonnee te worden van De Waarheidsvriend!

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Krijg volledige toegang tot CIP.nl. Bekijk onze abonnementen.