Christian Kwakernaak
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

05 maart 2020 door Christian Kwakernaak

Gelovige Jood en niet-Jood weer verzoend in één Huisgezin

Onlangs vond de Internationale Holocaustherdenking plaats, 75 jaar na de bevrijding van Auschwitz. Ook de Nederlandse regering bood dit jaar excuses aan voor haar houding tijdens de Holocaust. Ruim drie jaar na de Shoah werd een eigen Joodse staat geboren. Zo kon de terugkeer van het Joodse volk naar het land van hun voorvaderen verder op gang komen (Jer. 16:14-15; 31:20-22).

Het Heil is uit de Joden
Met de terugkeer van de stammen van Israël vindt echter nóg iets bijzonders plaats (Jes. 66:8-24). Want met hún terugkeer uit de volken kunnen we ook een beweging onder diezelfde volken verwachten, in het bijzonder onder de Kerk (Hand. 15:13-18). Dit heeft ermee te maken dat Efraïm – de kleinzoon van Jakob en tevens de naam voor het Tienstammenrijk van Israël (Ez. 37:15-19) – een speciale zegen meekreeg: Efraïms nageslacht zou “een volheid van volken worden” (Gen. 48:19). Deze beweging die dus eigenlijk al in Genesis (´geboorte´) begon en met de komst van de Messias verder tot vervulling kwam, krijgt in onze dagen opnieuw betekenis (Ez. 37; Rom. 11:25-29).

Het geheimenis van het Evangelie
Die beloofde zegen voor de volken werd al aan Abraham en zijn nageslacht gegeven (Gen. 12:3; Gal.3:16). Met de komst van de Messias zou het Evangelie van Gods Koninkrijk alle volken op aarde kunnen gaan bereiken (Ex. 19:3-6; Mat. 24.14). Dit zou op wonderbaarlijke wijze via het Tienstammenrijk Efraïm voortgang krijgen: De stammen van Israël waren over de heidenvolken uitgestrooid, om als het ware een volheid van volken op te halen en bijeen te verzamelen (Micha 4-5; Jes. 25:6, 55:5; Luk. 21.24; Rom. 11:25). In lijn met dit reddingsplan bracht Paulus het Evangelie ook éérst aan Joden in de synagoge, met als gevolg dat ook heidenen tot geloof kwamen.

In het Hogepriesterlijk gebed bidt Jezus voor de eenheid van gelovigen uit zowel Joden als niet-Joden (Joh. 17). Ook Paulus schenkt in de Efeze-brief aandacht aan dit “geheimenis van het Evangelie” (Ef. 2-3). Hoofdstuk 2 en 3 vormen het hart van de eerste vier hoofdstukken waarin een opbouw in de eenheid van de Gemeente is waar te nemen: Van de eenheid met Christus (Ef. 1), via de eenheid met het gelovige Israël (Ef. 2-3) naar de eenheid van de gehele Gemeente (Ef. 4).

De eenheid van de Gemeente
De eenheid van de Gemeente vormt een actueel thema binnen de Kerk van Nederland. Uit de opbouw van Efeze 1-4 kan worden afgeleid dat deze eenheid vooraf gegaan wordt door de eenheid met Christus en met het gelovige Israël (Gen. 12:3; Rom. 11:17). De Kerkgeschiedenis laat ook zien dat de Kerk in West-Europa verder uiteengescheurd is na haar eerste officiële breuk met Gods eerstgeboren zoon Israël (Ex. 4:22), in de vierde eeuw. Op dat moment verviel zij van een geestelijk Koninkrijk-in-de-hemel tot Staatskerk, toen zij ´als vrouw´ gekoppeld werd aan het Romeinse Rijk dat van hier beneden was (Joh. 18:36; Ef. 2:6, 3:10; Hebr. 12:22).

In het volgende verhaal wil ik je meenemen door tweeduizend jaar Kerkgeschiedenis, om vervolgens uit te komen bij hetgeen God in onze dagen wil herstellen. De samenvatting hiervan is dat God, nu Hij Israël zal terugbrengen naar het Heilige Land, Hij ook de Kerk opnieuw bijeen wil verzamelen in Zijn Huis (Ez. 36-37; Jes. 2:2-3, 56:3-8).

Gezinshereniging op het hoogste niveau
Het verhaal gaat over een vader die met zijn twee zonen op de berg Sion woonde. Aanvankelijk was er vrede en harmonie in het gezin, tot het moment dat tussen beide broers onenigheid uitbrak over een bepaald erfrecht. De ruzie groeide aan en van een hecht gezin kon nauwelijks meer gesproken worden. Het leidde zelfs tot een breuk binnen het gezin, toen de jongste zoon vol ongenoegen besloot het huis de rug toe te keren.

Daar ging hij dan, vastbesloten zijn eigen weg te gaan. Maar ook al woonden de broers niet meer onder één dak, toch bleef de jongste zoon een afkeer jegens zijn oudere broer koesteren. Bovendien, omdat de jongste zoon al vroeg van huis was weggelopen, had hij niet van vader geleerd een degelijk en harmonieus huis op te bouwen. Zijn eigen huis leek bij tijd en wijle dan ook meer op een vervallen ´ruïne´, dan dat sprake was van een huis dat door een kundig Bouwmeester werd gebouwd en beheerd.

Ook besloot hij zijn eigen huisgezin te stichten en kreeg kinderen. Maar omdat hij niet met de wortel van zijn teleurstelling had afgerekend, kon de wond door-etteren en werkte dit door in zijn verdere familie-boom waar ook weer scheuringen ontstonden. Het was en bleef één en al geprotesteer in het nageslacht van deze jongste zoon! Tótdat op een dag in hem het verlangen begon te ontkiemen om terug te keren naar het huis van zijn vader die nog altijd in Sion woonde. Beseffende dat ontwortelen van zijn vertrouwde omgeving niet zonder slag of stoot zou gaan, begon hij desondanks toch de moed bij elkaar te rapen voor het plannen van zijn terugreis.…

Waar denk je dat dit verhaal over zou gaan? Over een willekeurig gezin? Nee, het gaat over ons! Die jongste zoon in dit verhaal… dat zijn wíj, de Kerk uit de heidenvolken! Wij die niet langer als vreemdelingen in deze wereld waren, maar door geloof in Jezus tot zonen en dochters van God de Vader waren aangenomen, deel kregen aan Christus´ Lichaam en medeburgers en huisgenoten van Gods huisgezin werden. Ja wij, die door het geloof ingelijfd werden in Gods vernieuwde verbond met onze oudste broer Israël, medeërfgenaam werden van de belofte in Christus, en mochten delen in de Koninklijke roeping van Gods eerstgeboren zoon!

Maar wij vonden het niet genoeg om samen met de oudste zoon te delen in de erfenis. Nee, wij werden afkerig en meenden dat onze oudere broer het recht op erfgenaam had verspeeld met de kruisiging van de Messias. Bovendien wilden wij graag delen in Vaders zegen, maar dan zónder onze oudere broer. Zélfs toen volgens Gods raadsbesluit de oudste zoon onder de volken werd verstrooid, zodat daarmee de beide broers alsnog in éénheid Vaders zegen konden uitdragen onder die volken. Maar onze afgunst groeide uit tot vijandschap, en daarbij schuwden wij leugen noch moord. Bovendien overtuigden wij onszelf ervan dat wij nu de status van ´nieuwe´ oudste zoon hadden verkregen, en noemden deze leugen vervangingstheologie.

Ja, wij Kerk uit de heidenen waren het die ´van huis´ wegliepen en daarmee de merkbare aanwezigheid van Vader verloren. Als ‘vreemdelingen´ gingen wij weer op onder de heidenen en konden de druk van vriendschap met de wereld haast niet weerstaan. Een aardse heerser in die tijd – de keizer van het Romeinse Rijk – maakte daar gretig gebruik van en deed ons het verleidelijke voorstel om samen met hem een eigen koninkrijk op te bouwen. Ingaan op dat aanbod was aanlokkelijk, maar bleek een grote vergissing te zijn geweest. Als Kerk kwamen wij in geestelijke ballingschap terecht, onder de invloed van het Romeinse (Kerk)systeem. Wij werden tot ´vrouw´ van deze andere ´man´ genomen en verloren de status van Koninklijke Bruid. Ja, wij werden zelfs tot ´slaven´ in het diensthuis van die aardse ‘Farao’, die zelfs onder dreiging van het vagevuur zijn onderdanen aflaten liet betalen.

Maar onze Vader deed een man opstaan die hiertegen in opstand kwam. En met succes, want door de tussenkomst van Maarten Luther werd de Kerk al een stukje in de goede richting afgebogen! Echter, met de wortel van het probleem – een vijandschap jegens onze oudere broer Israël – was nog altijd niet afgerekend. Integendeel, met zijn werk ´Over de Joden en hun leugens´ (Wittenberg, 1543) gooide Luther nog eens extra olie op het vuur van de brandstapel. En zo etterde afkerigheid en vervangingstheologie voort, ook binnen het Protestantisme. Tótdat de Kerk nu na 500 jaar Reformatie op het punt staat een volgende en beslissende afslag te nemen, op weg terug naar het Huis van de Vader die nog steeds in Sion woont.

Deze vernieuwde hereniging van de beide broers is actueel in onze dagen. Want nu de Vader zich over Sion aan het ontfermen is, zal Hij zich ook over de Kerk ontfermen en haar weer in genade ´naar huis´ terugroepen. Zijn verlangen is dat beide zonen – van wie Hij zo veel houdt – weer met elkaar verzoend worden in één Huisgezin. Ja, in Zíjn eigen Huisgezin dat door de onderlinge harmonie weer zo aantrekkelijk is dat nog vele andere zonen (volken) zullen volgen en willen delen in de rijke zegen van Gods Huis.

Ja, deze terugkeer van de jongere broer naar het Huis van de Vader – gevolgd door een groot Feest – vormt in onze dagen het wonder van Gods handelen met de Kerk. Wij horen erbij! En Hij wil in Christus ook ons weer herbouwen op Sion, op het fundament van apostelen en profeten, tot een vernieuwde woonstede in de Geest en vervuld met Zijn heerlijkheid!

Neem een kijkje op de website van Christian Kwakernaak

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals
Krijg volledige toegang tot CIP.nl. Nú de eerste maand gratis.