Matthijs Vlaardingerbroek
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

31 januari 2020 door Matthijs Vlaardingerbroek

Hoe het verhaal van Jakob de evangelische beweging verder kan helpen: durven wij te gaan wankelen?

Iemand die de evangelische beweging zou kunnen helpen om volwassen te worden, is de Bijbelse figuur Jakob. Jakob is mijn inziens het toonbeeld van de jongerenfase, zelfs als man van middelbare leeftijd en vader van dertien kinderen!

Allereerst was hij sterk. Jakob was degene die de steen van de put kon halen, terwijl normaliter hier een aantal mannen voor nodig waren. Op een onbegrijpelijke manier bleef Jakob het woord van God; de belofte in zich meedragen, waar hij ook naar toe ging. Als laatste streed Jakob voortdurend tegen alles wat in zijn ogen niet juist was; tegen zijn broer, zijn vader, zijn oom, zijn zonen. Jakob streed wat af.

Uiteindelijk komt Jakob bij de rivier aan. Dit is zijn overgang van de jongerenfase naar de vaderfase, hoewel hij dit misschien nog niet weet. Eerst brengt hij zijn vrouwen en kinderen naar de overkant, dan zijn bezit. Jakob zelf gaat echter nog niet. Er moet eerst iets gebeuren, voordat Jakob zelf de overtocht kan wagen. Hij moet nog één keer strijden.

In de jongerenfase streed Jakob tegen mensen, tegen wat fout was in zijn ogen.
In het proces van het vader-zijn worstelt hij met God.

Vaders en moeders worstelen met God
Die nacht in het midden van de duisternis komt God naar hem toe en strijdt met hem. Fascinerend om te zien dat Jakob in het begin helemaal niet door heeft dat het om God gaat. Maar het is God in de vorm van een mens, die in de duisternis met hem worstelt. Voordat de zon opkomt en de man moet vertrekken, vraagt deze naar Jakobs naam en zegt: “Voortaan zult u geen Jakob meer heten, maar Israël, want u hebt met God gestreden en met mensen en u hebt hen overwonnen.”

Jakob vroeg: ‘Maak mij uw naam bekend.’ Maar hij zei: ‘Waarom vraagt u naar mijn naam?’ Toen gaf hij hem op die plaats zijn zegen. Jakob noemde die plaats Peniël; ‘Want’, zo zei hij, ‘ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en ik ben toch in leven gebleven.’ De zon ging op, zodra hij Peniël voorbij was. En Jakob bleef mank aan zijn heup.

In de jongerenfase streed Jakob tegen mensen, tegen wat fout was in zijn ogen.
In het proces van het vader-zijn worstelt hij met God.

In zijn boek, Report to Greco, vertelt Nikos Kazantzakis het volgende verhaal:
“Als jongeman bracht hij een zomer door in een klooster hoog in de berg. Tijdens zijn bezoek had hij een aantal gesprekken met een oude monnik, genaamd Vader Makarios. Op een dag vroeg hij hem: “Vader Makarios, worstelt u nog steeds met de duivel?” Waarop Vader Makarios antwoordde: “Nee, dat deed ik wel toen ik jonger was. Maar ik ben nu oud en moe geworden. En de duivel is met mij oud en moe geworden.”

“Dus nu is uw leven er zeker gemakkelijker op geworden?” reageerde Nikos. “Oh nee,” antwoordde Vader Makarios, “het is veel erger geworden. Nu worstel ik met God!” Nikos vroeg hem, “U worstelt met God en hoopt te winnen?” “Nee,” antwoordde Vader Makarios, “Ik worstel met God en hoop te verliezen.”

Wat moet de evangelische beweging met zo’n verhaal?
Wat betekent het om te worstelen met God en te hopen dat je verliest?

Iemand in de vaderfase weet twee ogenschijnlijke tegenovergestelde zaken met elkaar te verbinden. Hierdoor ontstaat er ruimte. Ruimte voor jezelf en ruimte voor de ander.

Vaders en moeders creëren ruimte voor de eigenheid van de kinderen
Het is interessant om te zien wat Johannes in zijn eerste brief over de vaderfase zegt:
“Ik schrijf u, vaders, dat u Hem kent die er was vanaf het begin.”

Kinderen kennen de Vader.
Jongeren kennen de Vader en hebben Gods woord in zich wonen.
Vaders kennen Hem, die er was vanaf het begin.

Wat een mysterieuze omschrijving van God! Theologisch gezien kan je in deze omschrijving zowel God de Vader lezen (die van eeuwigheid tot eeuwigheid is, de eeuwig Ik Ben), als Jezus Christus (het Woord dat vanaf het begin bij God was en God zelf was) en misschien wel de Geest die vanaf het begin over de wateren zweefde. Om welke van de Drie gaat het? Heeft Johannes het hier nu over de Vader, de Geest of de Zoon? Waarom zegt hij het zo mysterieus?

Natuurlijk weet ik het antwoord hierop niet, maar ik heb wel een vermoeden. Misschien laat Johannes hier expres het antwoord open, om op deze wijze iets van de ruimte te weergeven, die er in de vaderfase (en moederfase) gaat vrij komen.

In de jongerenfase denk je eerder of/of. Iets is of zwart of wit. Het is of goed of fout.
In de vaderfase komt er steeds meer ruimte voor nuance en kleurverschil. Een ander woord hiervoor is non-dualistisch. Iemand in de vaderfase weet twee ogenschijnlijke tegenovergestelde zaken met elkaar te verbinden. Hierdoor ontstaat er ruimte. Ruimte voor jezelf en ruimte voor de ander.

Een vader (of moeder) is iemand die kleine kinderen structuur biedt en voor oudere kinderen ruimte creëert, zodat al zijn kinderen kunnen groeien.

Liefde maakt ruimte. Dit geldt zowel voor vaders en moeders in gezinnen, vaders en moeders in gemeentes, vaders en moeders in bewegingen.

Een vader (of moeder) kent zijn kinderen en biedt zijn kleine kinderen regels en zijn oudere kinderen vrijheid, zodat ze uiteindelijk hun eigen weg kunnen gaan. Zelfs al leidt deze weg tot keuzes die hij zelf nooit zou maken, zoals die ene tatoeage, de tongpiercing, het samenwonen of het bungeejumpen…

Een vader (of moeder) laat zich oprekken door zijn liefde voor zijn kinderen.

Zoals die vader die vanuit Bijbels opzicht altijd tegen homoseksualiteit was. Totdat een van zijn dochters lesbisch bleek te zijn en hij zomaar in zijn hart de ruimte vond om zijn dochter te accepteren zoals ze is, zonder enige veroordeling. Zijn broeders in de kerk vroegen hem hoe hij dit gedrag kon goedkeuren. Het enige wat hij kon antwoorden, was: “Liefde maakt ruimte…”

Liefde maakt ruimte. Dit geldt zowel voor vaders en moeders in gezinnen, vaders en moeders in gemeentes, vaders en moeders in bewegingen.

Vaders en moeders leven met een nieuw beeld van God
Terug naar het worstelen met God. Jakob moest in het donker met een onbekende man vechten. De God met wie hij vecht, blijkt heel anders te zijn dan de God, die hij in zijn hoofd met zich meedraagt. Als de ochtend komt en hij de stap naar het vader-zijn maakt, gebeurt er iets moois. Hij heeft God van aangezicht tot aangezicht gezien en draagt nu een vernieuwd beeld van God in zich mee. Het oude beeld van God laat hij aan de ene kant van de rivier achter. Met een nieuw zicht op wie God is, gaat hij verder.
Willen we als evangelische beweging de stap naar het vader-zijn kunnen maken, zullen ook wij opnieuw naar ons beeld van God moeten kijken en hiermee gaan worstelen. In veel gevallen gaat het wellicht om een portrettekening vol vlijmscherpe lijnen en krachtige hoeken.

Willen we als evangelische beweging de stap naar het vader-zijn kunnen maken, zullen ook wij opnieuw naar ons beeld van God moeten kijken en hiermee gaan worstelen.

Als tegenreactie op de vage en soms uitgeveegde tekening van God bij de vrijzinnigen is onze evangelische tekening van God vaak heel scherp en rechtlijnig, waardoor er een soort vierkante, geblokte afbeelding tevoorschijn lijkt te komen. We roepen: “Dit is de enige, ware God”, terwijl wij niet doorhebben, dat ook wij misschien als tegenreactie zomaar een vertekend beeld van God hebben gemaakt. Deel van het volwassen zijn is, dat wij de worsteling met God durven aangaan, ons vertekende beeld van God durven achter te laten om net als Jakob met een nieuw zicht op wie God is verder te gaan.
God wordt hiermee groter, maar misschien ook mysterieuzer. Zijn wij bereid om iets van onze greep op God los te laten?

Vaders en moeders zijn de ontmoeting met het trauma aangegaan
Jakob staat in het donker aan de oever van de rivier. Aan de andere kant ligt volwassenheid, maar ook een onbekende en een onveilige toekomst. Zijn trauma staat op hem te wachten. Jakobs trauma is Esau, zijn grote en machtige broer die gezworen heeft om hem te doden en alles van hem af kan pakken. Zijn hele leven is Jakob voor Esau, voor dit trauma op de vlucht.

Aan de overkant van de Jordaan is er een grote broer die op hem staat te wachten. Jakob moet zijn jeugdtrauma, zijn verraad, zijn angst voor Esau onder ogen komen, wil hij als volwassen vader verder kunnen gaan.

Als evangelische beweging kunnen wij deze oversteek nog niet maken. Als wij als beweging volwassen willen worden, betekent dit dat wij ons trauma; onze angst voor geloofsonzekerheid onder ogen moeten komen.

Net als wanneer Jakob zijn ‘trauma’ Esau ontmoet en er een omhelzing plaatsvindt, zo zullen we onze angst voor geloofsonzekerheid moeten omhelzen

Net als wanneer Jakob zijn ‘trauma’ Esau ontmoet en er een omhelzing plaatsvindt, zo zullen we onze angst voor geloofsonzekerheid moeten omhelzen. Over de rivier trekken betekent dat wij het proces van ons jeugdtrauma gaan afmaken en dit uiteindelijk zelfs durven loslaten.

Wat betekent dit loslaten van ons trauma? Welke ruimte ontstaat hierdoor?

Wanneer wij van deze angst loskomen, ontstaat er meer ruimte voor liefde. Liefde voor God, maar ook liefde voor de ander. Ruimte voor God, maar ook ruimte voor de ander. Ruimte voor vragen stellen en voor een veelkleurigheid aan inzicht.

Dit inzicht zullen we nodig hebben, want volwassenheid ligt namelijk in een onbekend land, waar veel dingen niet helemaal meer zo helder zullen zijn. Niet helder, maar wel vertrouwd, want we mogen juist hier God op een nieuwe manier leren gaan kennen.

Vaders en moeders durven echt te geloven
Voorbij de rivier ligt namelijk het land waar we moeten gaan geloven. Tot nu toe hebben wij als evangelische beweging nog niet echt hoeven te geloven. We hebben ons vooral vastgehouden aan het ‘begrijpen’ en het ‘zeker weten’ en dit krachtige duo gelijk aan ‘geloven’ gemaakt. ‘Begrijpen en zeker weten’ is voor ons als gelovigen erg verleidelijk. Ze bieden ons de emotionele bevestiging die we nodig hebben. Ondertussen hebben we niet door dat ‘begrijpen en zeker weten’ zomaar lijnrecht tegenover ‘geloven’ kunnen komen te staan. Vooral wanneer ons ‘begrijpen en zeker weten’ betekent dat we stoppen met het zoeken naar wie God nog meer is.

Geloven is niet hetzelfde als zeker weten, want geloven gaat boven zeker weten uit. Ook als we het niet zeker weten, geloven we het toch!

Geloven is namelijk ten diepste een houding van vertrouwen ten midden van onze onwetendheid van God. Als je zeker weet wie God is, hoef je Hem niet verder te ontdekken. Als je beseft dat God kennen ook een deel onwetendheid over God inhoudt, komt er ruimte en misschien wel het verlangen om Hem verder te gaan zoeken. Geloven is niet hetzelfde als zeker weten, want geloven gaat boven zeker weten uit. Ook als we het niet zeker weten, geloven we het toch! Geloven moedigt ons aan zelfs ten midden van onze onwetendheid ruimte te creëren voor meer van Gods veelkleurigheid.

Vaders en moeders zijn sterk vanuit zwakte
’s Morgens vroeg slaat God Jakob op de heup, waardoor hij voortaan wankelend door het leven moet gaan. De krachtige jongere wordt de wankelende vader. Deel van het volwassen worden van de evangelische beweging ligt in het leren wankelen. Dit vraagt om moed. Mag God ons als beweging op de heup slaan? Ik geloof dat God dit pas kan doen, als wij Hem hier de toestemming voor geven. Maar wie wilt nu een goddelijke wond?

Paulus schrijft over de doorn die God hem gegeven heeft. Deze doorn was er nog niet in zijn kinderfase, toen hij net bekeerd was en over de muur in een mandje naar beneden ging. Lezend in zijn brieven lijkt die wond er ook niet te zijn in zijn jongerenfase, wanneer hij reizend alle gemeentes sticht. In zijn latere fase, in de vaderfase slaat God hem op de heup.

Drie maal vraagt hij aan God om deze doorn, deze wond, dit wankelen van hem af te nemen. Maar Gods antwoord is: “Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid.”

Hier vind je nou zo’n paradox die symbool staat voor het groeiend aantal paradoxen in de fase van de vaders en de moeders.

Leven met paradoxen vraagt om moed:
In de jongerenfase ben je sterk vanuit de kracht die God je heeft gegeven. Dat is mooi. Dat is goed.

In de vader- en moederfase ben je sterk vanuit de zwakte die God je heeft gegeven. Dit is ook mooi, ook goed. En tegelijkertijd zo anders.

Deel van het volwassen worden van de evangelische beweging ligt in het leren wankelen. Dit vraagt om moed.

Weet je, als je als christen in een kinderfase zit en je bent net tot geloof gekomen, dan kan je je niet indenken hoe het zal zijn om een jongere in het geloof te zijn. Wij als mensen vinden het heel moeilijk om ons in te leven in een fase of een niveau dat verder ligt dan degene waarin wij ons op dat moment bevinden.

In de jongerenfase lijkt het vaderschap met alle paradoxen iets mysterieus, misschien zelfs wel beangstigend. Wat is het dan prettig om met beide benen krachtig op het fundament te staan en je sterk te voelen in de Heer. Nogmaals, dit is heel goed. Elke fase is goed!

Als vader of moeder overleven in de evangelische gemeente
Vroeg of laat gaat er bij mensen in de ‘vader of moeder fase van geloven’ een innerlijke botsing ontstaan ten aanzien van de evangelische gemeente waar zij deel van zijn. Hoe overleef je in een gemeente die vastzit in de jongerenfase, terwijl jij die fase al gepasseerd bent?

Dit is een lastige vraag. Het is als een weegschaal. Hoe vind je de balans tussen je eigen behoeftes en je eigen groeiproces aan de ene kant en je trouw en verantwoordelijkheid ten opzichte van de gemeente aan de andere kant? Zolang er kleine kinderen en tieners in je gezin zijn, valt de weegschaal meestal uit ten opzichte van de gemeente. Als voorbeeld voor je kinderen en omdat je weet dat dit goed voor hen is, ga je voor en met hen naar de gemeente. Maar wat als je kinderen uit huis gaan? Waar vind je dan de motivatie om actief in de evangelische gemeente betrokken te blijven?

De tienermentaliteit van “Kom, laten we allemaal gaan staan en de Heer gaan prijzen!” heb je wel gehad. Je beseft dat de preek afgesteld moet worden op de laagst gemene deler en dat nieuwkomers in de gemeente het ook moeten begrijpen. Natuurlijk is het voornamelijk ‘melk’ in de zondagsdienst in plaats van ‘vlees’. En wat is dat dan ‘vlees’? Wat heb je nodig als volwassen christen? Weet je dit zelf wel? En kan je dit wel binnen de gemeente ontvangen?

Om maar te zwijgen over het spanningsveld tussen het zwart/witte in de gemeente en het grijze gebied, waar jij je misschien meer thuis in voelt. De spanning tussen ruimte willen geven aan de ander en een gevoel van zelf opgesloten zitten en nog erger dat de ander opgesloten zit en niet verder kan ontwikkelen.

Als de vaders en moeders de gemeente verlaten, loop je het risico dat je als gemeente extra stevig vast blijft zitten in deze tienerpsyche, omdat er niet voldoende vaders of moeders zijn die een ander geluid laten horen.

De spanning tussen je meer en meer thuis voelen in mysterie, in God veel groter later zijn dan je ooit gedacht had, in zwakte en in geloven ten midden van niet begrijpen, terwijl de gemeente zich thuis voelt in duidelijkheid, in een afgebakende God, in kracht en in zeker weten.

Wat doe je als je ooit aan de wieg van de gemeente hebt gestaan, maar nu de binding met de gemeente steeds zwakker wordt? En de achterdeur lonkt?

Hoe voorkom je als evangelische gemeente dat de vaders en moeders via de achterdeur stilletjes de gemeente verlaten? Wat heb je hen te bieden? Wat wil je hen bieden? Wat is je visie voor hen? Hoe doorbreek je deze cyclus, waarin de volwassen christenen, de vaders- en moeders in de Heer, de evangelische gemeente verlaten?

Als de vaders en moeders de gemeente verlaten, loop je het risico dat je als gemeente extra stevig vast blijft zitten in deze tienerpsyche, omdat er niet voldoende vaders of moeders zijn die een ander geluid laten horen en een ander voorbeeld kunnen geven. Hoe doorbreek je dit?

Samen als beweging en als gemeente leren leven vanuit wankelmoed
Jakob werd door God verwond. Het was alsof hij zijn eigen wond mocht inruilen voor een goddelijke wond. De rest van zijn leven zal hij wankelend verder gaan. Durven wij als beweging onze wond bij God in te ruilen voor een klap op de heup of een doorn in ons vlees?

Durven wij te gaan wankelen? Zijn wij bereid zijn om bepaalde zekerheden, zoals onze kracht los te laten? Hoe gaan we vorm geven aan het gezamenlijk volgen van Jezus in een seculier Nederland waar ‘waarheid niets meer is dan de mening van een ander en de enige zekerheid die je hebt, onzekerheid blijkt te zijn. Een land vol nuancering, twijfel, verwondering en wankelmoed?’

Ik denk dat wankelmoed de enige weg voorwaarts is voor de evangelische beweging en daardoor ook voor de evangelische gemeentes.

Zou God zich hier laten vinden? Zouden wij hier kunnen leven? Kan je ademen onder water? Kan je geloven als onzekerheid niet alleen rondom je is, maar soms zelfs een deel van je is?

Natuurlijk is het antwoord op deze vragen een volmondig ‘ja’. Vooral als wij een beweging durven te zijn, die aan het begrip ‘wankelmoed’ vorm kan geven. Wankelmoed? Misschien vraag je je af: “Wat is wankelmoed?”

Wankelmoed is moedig doorgaan, nadat God je op de heup heeft geslagen.
Wankelmoed is waar kracht en kwetsbaarheid samenkomen.
Wankelmoed is durven geloven, ook als je het niet zeker weet.
Wankelmoed is durven twijfelen en dat uitspreken.
Wankelmoed is jezelf en anderen lastige vragen mogen stellen.
Wankelmoed is een stap terug doen om ruimte te scheppen voor de Ander.
Wankelmoed is kwetsbaar uitkomen voor je beperkingen en je fouten.
Wankelmoed is rechtop (gaan/blijven) staan, zonder jezelf te overstrekken.
Wankelmoed maakt je geloofwaardig.
Wankelmoed geeft ruimte voor onbevangenheid en verwondering.

Ik denk dat wankelmoed de enige weg voorwaarts is voor de evangelische beweging en daardoor ook voor de evangelische gemeentes. Deze uitspraak maakt veel los bij sommige evangelische christenen. Ze denken dat ik hiermee bedoel dat twijfel de enige weg voorwaarts is. Maar dat zeg ik niet. Wankelmoed is duidelijk niet hetzelfde als twijfelen. En het is ook niet teruggaan naar vrijzinnigheid.

Wankelmoed is juist geloven ten midden van de twijfel, ondanks de twijfel, dwars door de twijfel heen.

Misschien is het geloven met iets meer ruimte voor het andere van de ander. Wankelmoed omvat namelijk ook iets van nederigheid, beseffen dat je gebroken bent ten midden van een gebroken wereld. Je beseft wellicht dat je God goed kent, maar niet helemaal. Dat je misschien inzicht hebt op wat Zijn wil is, maar niet meer zo zeker als vroeger. Is dit een verlies? Of biedt dit juist rijkdom?

Wat deed dit met Jakob?

Gebrokenheid en Gods aanwezigheid
Jakob werd na zijn worstelervaring een vader; een echte aartsvader. Met een nieuwe naam ‘Israël’ verzoende hij zich met Esau. Israël ging wonen in het beloofde land. He, he, eindelijk rust…

Vaderschap en wankelmoed, geloven ten midden van de twijfel, ik pleit niet voor een succesverhaal.

Totdat zijn geliefde vrouw Rachel overleed, zijn dochter Tamar verkracht werd, zijn zonen vreselijk wraak namen, Ruben met zijn bijvrouw sliep, Jozef naar Egypte verdween, er een hongersnood kwam en hij uiteindelijk in Egypte moest sterven.
Geen succesverhaal, maar gebrokenheid, gebrokenheid, gebrokenheid, vermengd door Gods aanwezigheid.

Vaderschap en wankelmoed, geloven ten midden van de twijfel, ik pleit niet voor een succesverhaal.

Ik pleit voor een volgende stap voorwaarts richting het plan en de droom die God voor de evangelische beweging en de evangelische gemeenten in ons land heeft.

Een weg die misschien kan leiden door gebrokenheid, gebrokenheid, gebrokenheid, maar tevens ook vermengd is door Gods aanwezigheid.

Is er een andere weg die wij kunnen gaan?

Dit artikel is onderdeel van een serie van drie verhalen. Bovenstaand artikel was het laatste deel.
Lees ook deel 1: De evangelische beweging gedraagt zich als tieners op een middelbare school - hoe kan dat?

Lees ook deel 2: Johannes beschrijft 3 geloofsfasen: is de evangelische beweging in de jongerenfase blijven steken?

Reacties

Wat een verblijf op een bijna onbewoond eiland met je kan doen... fantastisch betoog! De opmerkelijkste paradox ervaar ik toch wel, dat je als volwassene in het geloof leert te geloven als een kind; leren vertrouwen zonder zo nodig te moeten begrijpen... doordrongen raken van de nietigheid en ontoereikendheid van het verschijnsel mens en aldus dorstend naar intimiteit met de Ene. Tja, dan heb je in een evangelische omgeving niet meer zoveel in te brengen en ook dat is goed.
E
Je hebt 'tough love' die sterk maakt, en je hebt zwakke liefde die uitloopt op verwennerij en verwende mensen. De God vd Bijbel is geen verwenner. Maar de God der vrijzinnigen is de God van 'moet kunnen'.
D
Ik deel je mening dat de evangelische beweging vasthoudt aan oude structuren , vasthoudt wat ze vanouds als Waarheid hebben mee gekregen . Meebewegen met de tijd en tijdgebonden ontwikkelingen brengt hun op onbekend terrein en dus wordt het niet gesproken. En idd denk ik dat angst voor geloofsonzekerheid de vrijheid tot bespreekbaarheid afremt.

Tegelijkertijd is het gemiddelde ontwikkelingsnivo mede bepalend voor de mate van openheid en de wens voor meer of minder structuur . Dit laatste mag misschien alleen gefluisterd worden.

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Krijg volledige toegang tot CIP.nl. Start je gratis maand.