Marijn Burkunk

God

01 november 2019 door Marijn Burkunk

We zijn besmet met een resistent ego-virus: een uitzichtloze toestand?

Ik stel me zo voor dat het paradijs leek op de ons bekende aarde, maar dan schitterend volmaakt. Al het geschapene reflecteerde prachtig Gods heerlijkheid. De mens, die veel weg had van z’n Maker, was een stralend schepsel; vol pure blijdschap en intens besef van Gods alles doordrenkende lieflijkheid.

A&E zagen de overeenkomsten bij elkaar en niet de verschillen. Ze gingen helemaal op in de ander. Zo ook in de relatie tot God. Er was een intens alles omvattend besef van eenheid. Totdat…

Mooie groene vijgenbladeren waren niet toereikend om in de verwrongen aardse werkelijkheid te kunnen overleven.

Door hun illegaal verworven bekrompen zelfbewustzijn konden ze niet meer in Gods tijdloze tegenwoordigheid blijven. Ze moesten afdalen naar de aardse werkelijkheid die beheerst wordt door het conflict tussen goed en kwaad en de macht van de sterkste.

Waren ze eerst bekleed met de heerlijkheid van Gods Geest (niet naakt), nu waren hun ogen verduisterd en zagen ze bij elkaar slechts tegenstellingen. Mooie groene vijgenbladeren waren niet toereikend om in de verwrongen aardse werkelijkheid te kunnen overleven. Uit noodzaak degradeerde God hen met kleren van beestenvel tot het dierlijk niveau, om net als de dieren innerlijk gedreven te worden tot de harde strijd om het bestaan.
Dat is onze huidige fysieke werkelijkheid. Die is zo bepalend, dat we geloven dat we niet slechts in een lichaam logeren, maar dat we dat lichaam zijn. En die fysieke begrenzing maakt ons tot strikt gescheiden individuen; ik en jij. Ieder in zijn eigen koker of cocon.

De Heer heeft gelukkig wel een stukje paradijs in onze genen verweven. Het is een teken van God zelf en de enige sleutel om onze afzondering te kunnen doorbreken; de liefde. De liefde kan ons uit ons isolement bevrijden en met die ander verbinden. Dat maakt God zichtbaar. Echter; onze genen zijn besmet met een resistent ego-virus. Dat richt het beetje liefde in ons op onszelf. We zijn verslaafd aan onszelf, aan de begeerte om onze opgezweepte behoeftes te stillen. Verslaafd aan de ambitie om de eerste, de belangrijkste, de slimste te zijn. Door al dat ik-streven doen we vaak dwaze dingen. Daardoor is die koker tot een harde muur geworden. Of we waren kwetsbaar in het argeloos uitleven van de liefde en werden beschadigd. Met een gebroken hart hebben we onszelf opgesloten achter ons schijnveilige muurtje dat niet alleen de pijn verdooft.
Zo waren we er met elkaar aan toe. De een wat meer geïksoleerd dan de ander, maar allemaal afgesloten van dat heerlijke tijdloze paradijs van louter vrede, blijdschap en Liefde. Wat een uitzichtloze toestand…

Onze genen zijn besmet met een resistent ego-virus. Dat richt het beetje liefde in ons op onszelf.

God had echter van meet af aan een bevrijdingsplan: Jezus kwam om muren te slechten en ketens te verbreken. De prijs was voor Hem de Liefde te volgen tot de uiterste consequentie. Daardoor is de banvloek over de mens verbroken en staat de paradijsdeur open.
Deze boze wereld dient ons om te leren in Liefde Jezus na te volgen en Hem te gehoorzamen. Dat is vooral een praktische aangelegenheid die we slechts kunnen volbrengen in de kracht van Gods Geest. De Geest werkt in ons door geloof en dat geloof wordt gevoed door innige omgang met de Heer, daar voorbij die paradijsdeur. Nog niet lichamelijk, maar wel in de geest mogen we steeds weer onbevangen zonder afspraak of wachtlijst binnen stappen en stil worden aan Zijn voeten. Zodat Hij ons kan volgieten met levend water (de Heilige Geest) tot we overstromen. Dat is de essentie van de meditatieve aanbidding.

Meditatie is bewustwording. Wat mij echt helpt om van binnen stil te worden en iets van Gods lieflijke tegenwoordigheid te ervaren is me bewust te zijn oftewel me voor te stellen, dat die koker, dat ego-kruikje, echt verbroken is, zodat de mirre van Liefde vrij kan stromen. Dat er in het echt geen scheiding meer is tussen God en mij. Vaak ervaar ik toch dat muurtje nog. Dan zit ik weer teveel in mezelf, meestal in gedachten gevangen. Ook dan heb ik het vermogen gekregen om in geloof uit die koker te stappen en me als een kind te storten in de open armen van de Heer.

In de praktijk van alle dag kunnen we als het ware dat paradijs met ons meedragen; de Heilige Geest in ons.
Zo leert de Heer ons om ook ten opzichte van onze naaste bewust uit die koker te stappen en echt de ander in Liefde te ontmoeten en te dienen. Ook als we daar niet voor gewaardeerd - of zelfs gekwetst en afgewezen worden. Want in de navolging van de Liefde zijn we gericht op Jezus en niet op onszelf.

Dit artikel is afkomstig uit de nieuwsbrief van Oasis Trails. In een Spaans dorpje, aan het pelgrimspad naar Santiago de Compostela, runt de Oasis Trails gemeenschap een kleine herberg. Het is een gemeenschap van gelovigen, die de gasten zowel praktisch als geestelijk met Jezus, het Levende Woord, in contact wil brengen. Heel praktisch en betrokken, op een manier die bij de gasten past. Lees hier meer over de Oasis Trails.

Reacties

Heel mooi, Marijn, hoe je de tegenstelling tussen het verslavende ego-virus en de bevrijdende Liefde beschrijft!

Bij het lezen moest ik denken aan het boek ‘Bevrijd van je zelf’ van Tim Keller.

REAGEER

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher Spotify
Krijg volledige toegang tot CIP.nl. Start je gratis maand!