Christian Kwakernaak

God

23 juli 2019 door Christian Kwakernaak

Waarom een apostolisch fundament onder de eenheid van de Kerk nodig is

Als Jezus een brief zou schrijven aan de Kerk – generaliserend gesproken! – wat zou Hij dan zeggen? Het baart mij zorgen wanneer wij ons comfortabel voelen in onze kerken, en misschien wel onbewust dammen opwerpen tegen de komst en het werk van de Heilige Geest. Want stel dat bij een vereniging een activiteit gaande is en plotseling staat de koning voor de deur, zou die vereniging haar programma dan niet wijzigen, gericht op het koninklijk bezoek? Behoren onze kerken zich ook niet dusdanig flexibel op te stellen, rekening houdend met een mogelijke visitatie van de Heilige Geest? Is het niet enorm nodig dat gelovigen en leiders elkaar hierin aansporen?

De boodschap in dit artikel sluit aan bij het Kairos-moment waar de Kerk van Nederland zich in bevindt. Dit NU-moment houdt verband met de oversteek naar een nieuw geestelijk seizoen (2018), zie dit eerdere artikel. Daarin geef ik aan dat de Verbondsverklaring op 29 mei 2019 (Stichting Nationale Synode) vergeleken kan worden met het volk Israël dat de Jordaan overstak richting hun beloofde land. In dit artikel gaan we kijken wat die oversteek, direct gevolgd door Gilgal waar een volksbesnijdenis plaatsvond (Jozua 5), geestelijk voor ons betekent aan het begin van het nieuwe seizoen: De gehele Gemeente van Israël werd daar op die heuvel der voorhuiden weer 'opgetrokken' tot één en hetzelfde verbondsfundament. Een vooruitblik naar het Nieuwe Verbond laat zien dat dit 'Gilgal'-moment voor de Kerk betekenis krijgt in het apostolische fundament van wedergeboorte. En dit eenparig fundament hebben we hard nodig, wil de Kerk een sleutel van Gods Koninkrijk in handen krijgen (Mark. 3:24-25).

De Jordaan staat symbool als 'doodsrivier' waar we op een bepaald moment ook doorheen moeten.

Onze 'Jordaan' oversteken
Mozes gaf Israël de Wet en leidde het volk tot aan de Jordaan, maar kon zelf het beloofde land niet binnengaan (Deut. 3:29). Hierin zit een diepere betekenis, want in latere tijden stond de Jordaan ook weer in het teken van het binnengaan van een nieuwe tijd, en wel die van Gods Koninkrijk (Luk. 16:16). Johannes zou het volk hierop voorbereiden door haar in de Jordaan te dopen, vooruitwijzend naar de doop-in-Jezus'-dood (Rom. 6:4). De Jordaan staat daarmee symbool als 'doodsrivier' waar we op een bepaald moment ook doorheen moeten. Gods doel hiermee is dat wij komen tot het punt dat we het zelf niet meer kunnen, waarna Hij met Zijn Geest een nieuw begin kan maken: Het getal 6 - dat van de mens – moet plaatsmaken voor het getal 7 – dat van Gods volheid. Zo'n moment van (opnieuw) door de doodsrivier gaan leidde onlangs tot een openbaring van de woorden: “het einde van het vlees”. Toen ik opzocht of deze woorden in de Bijbel voorkwamen, stuitte ik verrassend genoeg op het verhaal van de zondvloed (Gen. 6). Verrassend, omdat Petrus in zijn brief de relatie beschrijft tussen de zondvloed en het ondergaan in het water van de doop (1Petr. 3:18-21). En daarmee was de cirkel rond.

Het 'einde van alle vlees' en 'de Geest op alle vlees'
In Genesis 6 lezen we de woorden die God tot de rechtvaardige Noach sprak: "Het einde van alle vlees is voor Mijn aangezicht gekomen" (vs. 13, Oude Vertaling). God besloot middels de zondvloed in te grijpen, toen Hij zei: "Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven, nu zij zich misgaan hebben" (vs. 3). Maar tot wanneer dan? Vernemen wij iets van een later herstel in Gods aankondigende woorden door de profeet Joël: "Ik zal in dien dagen uitstorten van Mijn Geest op al wat leeft" (2:28)?

De apostel Petrus spreekt in zijn eerste brief over de zondvloed in relatie tot dit herstel dat door die meerdere Rechtvaardige zou komen (3:18-21). Opdat Hij ons weer tot God zou brengen, werd Jezus “gedood naar het vlees, maar levend gemaakt door de Geest" (vs. 18). En ondanks dat Hij naar de wet was besneden, ging Jezus ter vervulling van alle gerechtigheid eerst zelf onder in het water van de doop, waarna de Geest als een duif neerdaalde (merk op dat de duif ook tevoorschijn kwam op het einde van de zondvloed).

Ons 'vlees' moet voortdurend 'in de dood' gebracht worden, zodat we 'uit de volheid van de Geest' zullen leven.

Na Diens volbrachte werk getuigt Petrus op de Pinksterdag van dit herstel voor alle mensen. Als een rots of fundament onder de geboorte van de Gemeente horen we hem zeggen dat God weer “zal uitstorten van Zijn Geest op alle vlees", en wijst hij op Gods weg of orde tot dit herstel: "Kom tot bekering, laat u dopen tot vergeving van zonden en u zal de Heilige Geest ontvangen" (Hand. 2:38). Een volk dat reeds uiterlijk besneden was, had nu ook een nieuwtestamentische besnijdenis nodig (Joh. 1:11-15; 3:3-7)!

NT-besnijdenis: levensheiliging na wedergeboorte
De NT-besnijdenis is die van het hart en kent twee betekenissen. De eerste heeft betrekking op het begin van de geloofswandel: In antwoord op bekering en geloof wordt 'het einde van het vlees' uitgedrukt (de oude mens afgelegd) in het water van de doop die ons vereenzelvigd met de dood en begrafenis van Christus (Kol. 2:11-13; 1Petr. 3:21). En met het inblazen van Gods Geest wordt de nieuwe mens in Christus geboren (Joh. 3:5-8; 20:22). Samen vormen ze de wedergeboorte, en volgens Petrus is gehoorzaamheid nodig om de Geest te ontvangen (Titus 3:5; Hand. 5:32).

De tweede betekenis is die van levensheiliging: Gods doel met het schenken van Zijn Geest is dat we Hem weer persoonlijk zouden kennen en gehoorzamen (Hebr. 8:8-12; Joh. 14). Paulus vermaant ook om heiliging niet te verwerpen, omdat we daarmee God verwerpen (1Thes. 4:3-8). Ons 'vlees' moet voortdurend 'in de dood' gebracht worden, zodat we 'uit de volheid van de Geest' zullen leven (Rom. 8:13-14). Teksten als Romeinen 2:29 en Filippenzen 3:3 spreken ook over deze NT-besnijdenis van het hart. Maar meest sprekend zijn wel Stefanus' woorden: “Hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren, u verzet zich altijd tegen de Heilige Geest” (Hand. 7:51). Als Kerk in Nederland hebben wij deze besnijdenis van hart en oren ook zo enorm nodig, willen we als levende stenen meebouwen aan de eenheid van Gods Huis.

Het apostolische fundament onder Christus' Gemeente
Gods orde leidt tot Gods heerlijkheid (Joh. 17). De orde die Petrus in Handelingen 2:38 aangeeft, wordt door Paulus als fundament verwoord in Hebreeën 6:1-2. De daarin beschreven vier stappen – bekering, geloof, waterdoop en Geestesdoop (via handoplegging door de apostelen) – stemmen overeen met de NT-vervulling van de vier voorjaarsfeesten (Lev. 23:4-22) en komen telkens terug in de praktijk van de eerste Gemeente. Daarbij valt op dat de apostelen ernaar handelden om de vier stappen zoveel mogelijk bij elkaar te houden. Een paar situaties:
• Handelingen 8:12-17
• Handelingen 9:17-19; 22:14-16
• Handelingen 10:43-48; 11:14-18
• Handelingen 16:30-34
• Handelingen 19:1-7

Als het ware waakten de apostelen ervoor dat de gehele Gemeente werd 'opgetrokken' tot dit eenparig fundament waarvan Christus de Hoeksteen is (Ef. 2:20). Voor de Kerk van Nederland is dit 'Gilgal'-moment ook belangrijk, nu zij aan het begin staat van een nieuw apostolisch seizoen van bouwen aan de eenheid van Christus' Lichaam (Efeze 4:3-6).

Een verbrokkeld fundament… een verbrokkelde Kerk?
De praktijk van de apostelen bestond er dus uit om de vier stappen van wedergeboorte zoveel mogelijk bij elkaar te houden; iets dat in de loop der Kerkgeschiedenis echter uit elkaar is getrokken! Niet alleen is onderwijs over de Persoon en het werk van de Heilige Geest veelal achterwege gebleven. Ook is de Rooms-Katholieke Kerk bijvoorbeeld de kinderdoop gaan invoeren (bron: Diarmaid MacCulloch, De geschiedenis van het Christendom, Het Spectrum, 2009). In plaats van een dooppraktijk in antwoord op persoonlijke bekering en geloof werd aan de doop een leer gehangen die doet denken aan vervangingstheologie: Gods verbond zou met de Kerk als 'het nieuwe Israël' zijn gesloten en daarom doopt men pasgeboren baby's (een 'oudtestamentisch systeem' met doop in plaats van besnijdenis). Maar de NT-besnijdenis is echter die van het hart en komt van bóven, door geloof, waardoor men geestelijk nageslacht van Abraham wordt (Rom. 2:29; Efe. 2:8; Gal. 3).

Zo fundament zo Huis… Is het feit dat sommige kerkvaders zijn afgeweken van het apostolische fundament de reden dat wij nu verlegen zitten om geestelijke vernieuwing, onder aanroep: "Kom Heilige Geest, vernieuw uw Kerk"!? Stel dat Christus met Zijn Geest voor onze kerkdeuren zou staan en de weg van gehoorzaamheid wijst richting Zijn ingestelde orde (Hand. 2:38; 5:32)? Hebben wij dan de moed om Gods Woord haar kracht terug te geven, bóven instandhouding van menselijke overleveringen (Mark. 7:7-13)? Wanneer wij als gehele Kerk, bestuurders en volk tesamen, deze beslissing maken, wie zal dan tegen ons zijn!? Wijsheid is vooralsnog dat die generaties die ervoor kiezen om Gods Koninkrijk binnen te gaan, aandacht schenken aan de leer en praktijk van de apostelen en zo tot elkaar worden 'opgetrokken'. En troostrijk voor hen die net als de doop van Johannes een 'voorbereidende' kinderdoop hebben ondergaan, is de situatie in Handelingen 19:1-7 waar discipelen nogmaals werden gedoopt en zo Pinksteren gingen meemaken!

Neem een kijkje op de website van Christian Kwakernaak

Reacties

Ik heb het niet zo op met mensen die zich tot medechristenen richten met de boodschap "Jullie doen het allemaal verkeerd, jullie geloof is lauw". Er zit een arrogante ondertoon in deze boodschap. Laat iedereen verantwoordelijkheid voor zichzelf nemen en waar van toepassing anderen bemoedigen en onderwijzen. Theologische standpunten moeten niet gaan over de vermeende lauwheid van medegelovigen, laat ze toch ...
REAGEER
H
Dit klinkt inderdaad allemaal nogal hoogmoedig en betweterig.

Het menselijk activisme lijkt de boventoon te voeren. Gode zij dank heeft Gods Woord het toekennen van menselijke kracht niet van node want Het Woord heeft kracht in zichzelf en de Heilige Geest werkt onwederstandelijk.



Jes. 55 : 11 “ Alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn, het zal niet ledig tot Mij wederkeren; maar het zal doen,

hetgeen Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zende.
REAGEER

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher Spotify