Ljoeba Kordonets

Levensverhaal

29 mei 2019 door Kees Eijkelboom, Stichting Friedensstimme

Het levensverhaal van Ljoeba Kordonets: Leven en sterven voor God en de Nentsen

Onderstaande tekst is een kort getuigenis van het leven van Ljoeba Kordonets, een van de vele evangelisten die in bescheidenheid en stil hun werk doen in levens van mensen. Niet evangelisten die mensen oproepen tot geloof en weer verder reizen, maar broeders en zusters die hun vrije tijd geven om korte of langere tijd in te wonen bij mensen die net tot geloof zijn gekomen of kinderen hebben die nog in de wereld leven om ze, in biddend opzien, proberen te leiden naar Jezus Christus. In dit geval onder het volk van de Nentsen in de toendra’s boven het Oeralgebergte.

Stichting Friedensstimme stelt honderd evangelisten in staat om zich volledig aan evangelieverkondiging te wijden en voorziet hen van lectuur en middelen voor vervoer.
Ik ontvang graag de nieuwsbrief van Stichting Friedensstimme

In mijn jonge tienerjaren verlangde ik er erg naar om een jongerenkamp te bezoeken! Ik zeurde aan de oren van mijn ouders, maar mijn vader zei, dat het dit jaar onmogelijk was. Toen mijn vader het echter niet hoorde, knielde ik neer en bad ik tot God of ik toch kon gaan. Mijn jonge ziel had eten nodig en bij God zijn alle dingen mogelijk, dat geloofde ik vast. Mijn oudste zussen waren ’s morgens al vroeg met de trein vertrokken naar een verzamelplaats in een andere stad en ik was thuis alleen achtergebleven. ’s Avonds werd er aangeklopt door een jonge zuster die erg vertwijfeld was, toen ze hoorde dat iedereen al weg was. Was ze dan te laat? ‘Hoe moet het nu? Hoe kan ik daarheen, ik kan toch niet in mijn eentje gaan?’

Mijn moeder stelde voor om met haar mee te rijden en haar te helpen. Ik liep ook met hen mee. Toen we bij het station kwamen, bleek dat alle tickets al verkocht waren. Er was geen enkele plaats meer over. Ze ondernam een laatste poging bij de machinist en vroeg of deze zuster dan mee mocht rijden in de locomotief. Dat mocht! De machinist zag mij staan en zei tegen mijn moeder: ‘Er is hier plaats voor twee. Moet zij ook mee?’ Wat een wonder! Even later reden we als twee blijde meisjes van veertien de stad uit, op weg naar de verzamelplaats, op weg naar het kinderkamp. Tijdens dit kinderkamp heb ik mij door Gods genade bekeerd.

In mijn hart was een groot verlangen om God te dienen op de plaats Die Hij voor mij bestemd had. Dat was vaak bij mijn zussen die allen gezegend zijn met grote gezinnen. Dat verlangen werd gevoed door verhalen van evangelisten die op Gods akker mochten zaaien. Ik las daarover in het tijdschrift van onze broederschap. Op de een of andere manier waren het altijd de gebeurtenissen in het noorden die mijn aandacht als eerste opeisten. Met ingehouden adem luisterde ik naar de getuigenissen die gegeven werden op de jaarlijkse conferentie in Toela. Zelf dacht ik dat je uit een bekende familie moest komen, voordat je in aanmerking kwam om daar te dienen.

Maar nee. Op een bruiloft ontmoette ik een zuster die op de toendra gediend had. Zij zei dat ik mij eenvoudig kon voorbereiden. Als het Gods wil was dat ik op de toendra moest dienen, zou Hij daar Zelf voor zorgen. En ja, dat was zo. Op een wonderlijke manier ben ik in 2011 voor de eerste keer naar de toendra gereisd om daar een kwartaal te dienen onder de Nentsen! Onwennig en onervaren zat ik in de trein en later in de kerk om de eerste kennismaking te hebben met de bevolkingsgroep die ik zeer lief zou krijgen. Vaak woonde ik een week of langer in een tsjoem, zoals de tent van de Nentsen wordt genoemd. Dan probeerde ik pasbekeerden te leren om als christen te leven. Ook bracht ik hen discipline bij in het lezen van de Bijbel en het bidden. Hoewel ik niet weet hoeveel mijn werk heeft betekent, vroeg God van mij te zaaien en nat te maken.

Zo ben ik tot en met 2018 elk jaar gevraagd om reizen te maken naar die gezinnen die het meest een evangelist nodig hadden. In de toendra heb ik veel geleerd en nog veel meer afgeleerd. Nee, het was niet altijd eenvoudig. Vaak hunkerde ik in een tsjoem naar een opbouwend woord of wat troost! Maar in de toendra heb je alleen stille omgang met God. Er wordt iets van jou als evangelist verwacht. Hongerige zielen wachten op het Woord dat jij doorgeeft. Voor hen ben jij de verkondiger van de goede Boodschap. En, dank aan mijn Heere, bijna elke dag ontving ik troost en leiding uit Gods Woord. Ik heb het niet verdiend dat Hij mij, zondig mens, zoveel genade bewijst en mij door het bloed van Zijn Zoon gewassen heeft van mijn zonden en mij tot Zijn kind gemaakt heeft! ‘Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke gave!’ (2 Korinthe 9:15) Van die genade wil ik eeuwig zingen! Met oneindige lankmoedigheid leidde Hij mij op Zijn wegen.

Geestelijk heeft God veel werk aan mij gehad. Evangelisten vertelden me dat Nentsen hen vaak uit dankbaarheid vlees meegeven als ze terug naar huis gingen. Als ik van een reis terugkwam in Vorkoeta, zag ik hoe velen liepen te slepen met grote tassen diepgevroren rendiervlees. Zes jaar lang was ik al in de toendra geweest. Zes jaar lang,
elk jaar negentig dagen. En nog nooit heeft iemand mij ook maar een stukje vlees meegegeven! Toen die gedachte bij me opkwam, heb ik mijn hart doorzocht. Mijn vader, die de gemeente diende als gemeente­oudste, heeft ons altijd voorgehouden om geen geschenken aan te nemen. ‘Geschenken maken je blind voor een goede verhouding met God en je naaste’, zo zei hij. ‘Wij kunnen dan het Woord van God niet meer vrij spreken, omdat we er iets voor terug verwachten.’

Ik begon mezelf te beproeven. ‘Waarom geeft niemand mij iets? Geen visje, geen grammetje rendier. Ik neem altijd een hele koffer met geschenken mee en op de terugweg is die koffer helemaal leeg. Waarom is dat zo?’ God antwoordde mij op Zijn eigen, wonderlijke wijze. Als we de Heere volgen en niets verwachten van onze naasten, maar hen dienen en alles achter ons laten om de wil van Zijn Naam, zullen we ‘honderdvoudig ontvangen en het eeuwige leven beërven.’ Als we dankbaarheid verwachten, zal ons hart leeg blijven. Zo merkte ik dat mijn hart rustig werd.

Toen ik thuiskwam en dit mijn zussen die grote gezinnen hebben, vertelde, schoten ze hartelijk in de lach: ‘En om dat te begrijpen moet je helemaal naar de toendra gaan? Dat is toch overal zo! Denk je echt dat we als ouders van onze kinderen dankbaarheid zouden moeten verwachten? Dan zouden we hen niet dienen uit liefde. Nee, Ljoeba. Wij hebben hier de Heere te volgen en straks zullen we Hem eeuwig dankbaar zijn om het loon dat Hij ons gaf in Zijn liefde en in de stille liefde van onze kinderen.’

Lees hier meer over het werk van Stichting Friedensstimme

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals
Vakanties
Hier adverteren?

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher Spotify