Moeder en baby

God

17 mei 2019 door Ds. Alfons van Vliet

Waarom het een goed idee is om opwekkingslied 581 te veranderen

Ik pleit hierbij om één zin in het prachtige opwekkingslied 581 op de komende Pinksterconferentie van Opwekking te veranderen in 'Als een kind bij de moeder op schoot'. En hieronder wil ik dat graag verduidelijken.

Op Moederdag heb ik onlangs gepreekt over de vraag of we vanuit de Schrift God ook als een moeder mogen zien.

We hebben gelezen uit Jesaja 49 (13-16) en Jesaja 66 (10-13), maar ook kwamen de woorden van Jezus ter sprake toen Hij (Matth. 23: 37) zei dat God Jeruzalem’s kinderen vaak bijeen heeft willen brengen zoals een hen haar kuikens verzamelt onder haar vleugels.

Maar deze Vader heeft tegelijk óók een moederlijke kant. Hij IS vader en tegelijk is Hij óók áls een moeder!

We hebben gelezen dat God al in het allereerste begin (Genesis 1: 27) volstrekt duidelijk maakte dat Hij géén man, noch een vrouw is, maar mannelijk én vrouwelijk.

En ja, in de héle Bijbel, is God Váder, en zó worden we ook opgeroepen Hem aan te spreken, een uitgesproken mannelijke benaming.

Maar deze Vader heeft tegelijk óók een moederlijke kant. Hij IS vader en tegelijk is Hij óók áls een moeder!

God heeft – als Vader – een uitgesproken mannelijke kant : een grote, sterke, (al)machtige, Heer, Koning, Strijder, Heerser, Rechter.

Maar tegelijk is Hij ook, zo maakt Hij dat Zélf duidelijk in de Schrift, als een moeder die troost, verzorgt, draagt, op schoot wiegt, haar kind tegen haar borst drukt, de tranen van de ogen wist…

Die beide kanten komen bijvoorbeeld prachtig uit op de Grote Dag van Gods oordeel: Hij is dan de grote, machtige, koninklijke Rechter, maar tégelijk Degene Die (Openb. 21: 4) alle tranen van de ogen wist van Zijn kinderen.

Machtige, heersende, oordelende Heer en Rechter én tegelijk zachte, liefdevolle, troostende moeder…

De Grote dag van het oordeel is óók de Grote dag van Gods troost!

God heeft me geholpen om te mogen en durven accepteren dat ik zwák ben en mag zijn! Zó zwak dat God me moet optillen en moet dragen zoals een moeder haar kind

Troost… ‘zoals een moeder haar zoon troost , zo zal Ik jullie troosten…’ (Jes. 66), ‘Zoals een moeder haar zuigeling niet vergeet, zo zal Ik jullie niet vergeten…’ (Jes 49).

Jezus vertelt dat Zijn Vader een andere ‘Trooster’ zal sturen (Joh. 14: 16): ‘Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn!’

En deze ‘Trooster’, Gods Geest, is een ‘Hij’, maar het is ook dezélfde Geest van God die bij de Schepping, helemaal aan het begin, over de wateren zweefde. Of eigenlijk – in de grondtekst – ‘broedde’… Gods Geest broedde over de wateren. God was zwanger van de schepping. Heel het scheppingsproces is het beeld van een barende vrouw.

Gods Geest: de ‘Ruach’ van God. En juist dát woord, ‘Ruach’, is een vrouwelijk woord! Wij kennen dat niet meer zo, maar in het Duits en Frans is dat onderscheid nog duidelijker: mannelijke en vrouwelijke woorden. En ook in het Hebreeuws: “Ruach” is een vrouwelijk woord.

Waar het gaat over God-Die-ons-wil-troosten, laat God Zich van Zijn meest intieme kant zien, als een moeder die haar kinderen troost, op schoot wiegt, op de heup draagt, haar zuigeling laat drinken aan haar vertroostende moederborst…., intimiteit…

Gedragen worden…

God is geen man. God is geen vrouw. ‘Als Zijn evenbeeld schiep Hij hen: mannelijk en vrouwelijk.’

Hoe snel en gemakkelijk gaat ‘God heeft me gedragen’ niet betekenen: God heeft me geholpen om stérk te worden, terwijl juist het tegenovergestelde bedoeld wordt: God heeft me geholpen om te mogen en durven accepteren dat ik zwák ben en mag zijn! Zó zwak dat God me moet optillen en moet dragen zoals een moeder haar kind, en het troost aan haar hart, aan haar borst…

God als Machtige Held, Sterke Vader, majesteitelijke Koning en Heerser, Oordelende Rechter? Ja, voluit !

Maar óók: God als Degene bij Wie je weg mag kruipen, heel intiem en geborgen, als bij een moeder…

Er staat een prachtige zin in Paulus’ eerste brief aan de christenen in Thessalonica (1 Thess. 2:7). De apostelen hadden zich aan de christenen daar voluit kunnen laten voorstaan op hun autoriteit, aan wie men gehoorzaamheid en eerbied verschuldigd was, maar we lezen: ‘Hoewel we ons als apostelen van Christus hadden kunnen laten gelden, zijn we u tegemoet getreden met de tederheid van een moeder die haar kinderen koestert. In die gezindheid, vol liefde voor u, waren we niet alleen bereid u te laten delen in Gods evangelie, maar ook in ons eigen leven. Zo dierbaar was u ons geworden…' Ook zó weerspiegelden zij wie en hoe God is.

God is geen man. God is geen vrouw. ‘Als Zijn evenbeeld schiep Hij hen: mannelijk en vrouwelijk.’

Maar juist als het om intieme liefde gaat en om troost, wil God als een moeder voor ons zijn, dichtbij, zó intiem!

We mogen weten dat dat beeld bij God hoort, héél diep bij God hoort!

En daarom pleit ik hierbij om één zin in het prachtige opwekkingslied 581 op de komende Pinksterconferentie van Opwekking officieel te veranderen 'Als een kind bij de moeder op schoot'. Dat doet recht aan hoe God Zelf daarover spreekt in Zijn Woord.

Ds. Alfons van Vliet is PKN-predikant in Leeuwarden en Broeksterwoude.

Reacties

Zijn dit reacties op bovenstaande? Ik begrijp het niet. Lijkt wel over iets anders te gaan.
REAGEER
B
Slechts één vraag: hoe noemt Jezus Christus Zijn God in het nieuwe testament?
REAGEER
Je kunt moeilijk een heel volk veroordelen voor wat een kleine groep destijds zou hebben gedaan. Je kunt niet een oordeel over een ander uitroepen. Onder de Joden leven en leefden vele oprechte kwetsbare mensen, kinderen, gehandicapten, ouden van dagen, mensen van goeden wil.
REAGEER
Toon meer reacties (2)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher