boerderij van vader Hannes

God

14 mei 2019 door Ds. J. Snaterse, De Waarheidsvriend

Persoonlijke levensgeschiedenis stempelt mijn verbondenheid met Israël

Israël roept heel verschillende gevoelens op. De één is er in alles mee bezig, de ander heeft er niet veel mee op. Wanneer je verder doorvraagt, blijkt dat het persoonlijke levensverhaal een grote rol kan spelen, schrijft De Waarheidsvriend.

De Waarheidsvriend is het huisorgaan van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland.

Zelf heb ik liefde voor het Joodse volk vanuit mijn biografi e meegekregen. Mijn eigen betrokkenheid op Israël begon op de zondagsschool. Twee zondagsschoolmeesters waren er elke zondag, al waren ze op leeftijd. De broers Teun en Willem Bogaard gaven in hun vele bijbelverhalen liefde voor het Joodse volk mee. Zij spraken met respect over Farizeeërs, schriftgeleerden en overpriesters en waarschuwden dat wij hen niet over één kam mochten scheren. Het waren echt niet allemaal huichelaars. Zij vertelden dat het woord ‘bloed’ in de tekst ‘Laat Zijn bloed maar komen over ons en over onze kinderen!’ (Matt.27:25) moest worden gelezen als ‘verzoenend bloed’. Zo benoemden zij tal van stereotyperingen en ontkrachtten die.

Boerderij
Pas later begreep ik hun achtergrond. Tijdens de Tweede Wereldoorlog geeft hun vader, Johannes Bogaard, samen met zijn kinderen, onder anderen Teun en Willem, Joden namelijk een schuilplaats op hun kleine boerderijtje in Nieuw‑Vennep.

Het begint klein. Vader Hannes kent slechts één Joods gezin. Voor het eerst in zijn leven trekt hij daarom naar Amsterdam. Met vooruitziende blik nodigt hij daar al in mei 1940 Joden uit bij hem te schuilen. Gevraagd naar zijn motieven, zegt hij steevast: ‘De Joden zijn het uitverkoren volk van God.’ Dit is bepaald geen algemeen gedachtegoed.

Uiteindelijk zijn er naar schatting zo’n 150 Joden ver‑ borgen geweest. Soms zelfs zeventig tegelijk. Bovendien fungeert hun boerderij als tussenstation voor zo’n 3000 Joden die zij elders onderbrengen. Zijn kinderen zijn volop betrokken bij het regelen van voedsel, kleding en de contacten met het netwerk. Deze aantallen kunnen niet onopgemerkt blijven. De omgeving begint het de ‘Jodenboerderij’ te noemen.

Schuld en schaamte
Jaren later werd ik evangelist‑gemeentestichter op Antwerpen‑Linkeroever. Daar kwam ik in contact met leden van de orthodoxe synagogen in het centrum van de stad. Ik herinner mij een ontmoeting van een groep, onder wie een voorganger, met hen. Na afl oop bedankte de voorganger de orthodoxe rabbijn en zei vervolgens: ‘Eenmaal zult u tot bekering komen en in Jezus geloven.’ De rabbijn wendde verstoord zijn hoofd af. De collega zei het zonder schaamte, maar ik schaamde mij plaatsvervangend. In het gesprek met Joden mogen we de naam van Jezus niet vermijden. De wijze waarop we Hem noe‑ men, is echter wel van groot belang. Zijn wij in staat zó over Jezus te spreken dat wij Joden ‘tot jaloersheid verwekken’? (Rom.11:11,14)

Zo kwam in mijn aanvankelijke betrokkenheid een gevoel van schuld en schaamte mee voor wat het Joodse volk is aangedaan. Dat betreft niet alleen de gebeurtenissen tijdens de Shoah, maar ook wat eeuwen daarvoor al werd aangericht door de vervangingstheologie. Het christelijk antisemitisme kon hierin wortelen. Tegelijk groeide er liefde voor het volk door God verkozen.

Foto: Op de boerderij van vader Hannes vonden vele Joden een onderduikadres. Van links naar rechts: Teun, Hannes, Willem en Aagje (een dochter van Hannes).

Klik hier om abonnee te worden van De Waarheidsvriend!

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher Spotify