Irene

Dagelijks leven

10 mei 2019 door Jeffrey Schipper

Irene leeft niet, zij overleeft in een sloppenwijk: "Ik sta er alleen voor"

Irene (37) is een van de miljoenen vrouwen die lijden onder de gevolgen van extreme armoede. Ze is geboren en getogen in de sloppenwijken van Kampala (Uganda). Ze trouwt en krijgt kinderen, maar in niets lijkt haar levensverhaal op het verhaal van een westerse vrouw. Irene leeft niet, zij overleeft.

Compassion bevrijdt kinderen van armoede in Jezus' naam. Kinderen zijn de grootste slachtoffers van extreme armoede. Geweld, uitbuiting; het is realiteit, het gebeurt. Maar Jezus laat hen niet in de steek.
Ik ontvang graag de nieuwsbrief van Compassion

“Tot op de dag van vandaag weet ik niet waarom mijn moeder mij verliet toen ik anderhalf jaar oud was. Mijn vader nam een andere vrouw, wilde opnieuw beginnen en stuurde mij naar mijn tante om bij haar te wonen. Zij had helemaal geen zin in mijn, ik was een last. Ze was grof, sloeg me en schold mij uit,” vertelt Irene. Als 10-jarig meisje vlucht ze de straat op, zwerft ze maanden alleen rond om uiteindelijk de weg naar ‘huis’ te vinden. Voor het eerst in al die jaren heeft ze wat contact met haar moeder. Irene: “Mijn grootste vraag is nog steeds: hoe kon mijn moeder mij achterlaten? Waarom haatten mijn ouders mij?” Van haar 10e tot haar 16e werkt en woont ze in twee verschillende huizen: kinderarbeid. Irene: “Ik kookte, deed de was en maakte het huis schoon. Opnieuw werd ik geslagen en uitgescholden. Heel vaak kreeg ik niet betaald. Er was niemand die voor mij opkwam en ik kon mezelf niet verdedigen. Ik moest gewoon zien te overleven.”

Een extra mond om te voeden
Ze is 16 jaar als ze Izaak tegenkomt. Irene is een van de vele Afrikaanse meisjes die thuis nooit horen: ‘ik houd van jou’, ‘ik ben trots op je’. Izaak zegt dit wel. Ze worden verliefd en besluiten samen verder te gaan. Ze vinden een huisje en Irene wordt zwanger. “Zodra ik zwanger werd, sloeg Izaak om. Een kind is een extra mond om te voeden en dat gaf hem stress. Het scheelde dat ik een jongen kreeg: Salomon,” vertelt Irene. “In onze cultuur verlaten mannen hun vrouw vaak als het eerste kind een meisje blijkt te zijn. Ze denken: jij kunt geen zoon krijgen. Ik kan beter een andere vrouw zoeken die dat wel kan.” Door armoede komt het huwelijk steeds meer onder druk te staan. Irene: “Eerst was ik verliefd, maar de liefde doofde. De zorgen namen toe. We vervreemden van elkaar. Armoede maakte onze liefde kapot. Als er geen eten is, hoe moet je dan goede seks hebben? Uiteindelijk was er geen seks meer, maar werd ik gewoon elke keer verkracht.”

"Armoede maakte onze liefde kapot."

Hij heerst over haar
Izaak heeft soms werk, maar heel vaak niet. Inmiddels is dochter Karen geboren. Nog een mond om te voeden, nog meer stress. Izaak wordt steeds agressiever. “In mijn land zijn vouwen niets waard. Hun mening telt niet, hun dromen doen er niet toe en jezelf ontwikkelen is niet aan de orde,” vertelt Irene. “Een man praat niet met zijn vrouw. Zij zorgt voor hem en hij heerst over haar. Dat zag ik om me heen. Hij zag dat en dus ging het bij ons ook zo. Izaak bleef steeds langer weg. Kwam steeds vaker midden in de nacht thuis, dronken en veeleisend. Midden in de nacht moest ik eten koken, sloeg hij me door de hut en verkrachtte hij me hardhandig.” Karen is vier maanden als Izaak Irene vreselijk mishandelt: “Die nacht dacht ik: dit overleef ik niet. Toen hij sliep ben ik er vandoor gegaan met Karen. Ik wist niet hoe ik ook voor Salomon moest zorgen, dus liet ik hem achter. Via anderen hoorde ik hoe het thuis ging: Izaak zorgde niet voor Salomon en na een paar maanden moest ik wel terug anders zou hij sterven van de honger.”

Mijn leven was saai
Irene: “Ons derde kind, Joshua, werd geboren. Hij was veel ziek. In het ziekenhuis bleek dat hij aids had. Dat ik aids had. Dat Izaak aids had. Hij had me jarenlang bedrogen. Ik wist het wel, maar nu was het een feit. Ik heb geschreeuwd en ben boos geweest, maar Izaak negeerde me.” Alles bleef zoals het was: zijn niet-zorgen, het geweld en de sleur. “Elke dag was hetzelfde. Om zes uur opstaan, kinderen klaar maken voor school. Als Izaak het huis om zeven uur verliet, ging ik aan de slag: huis schoonmaken (red. ruimte van 4x4 meter), water halen, de was doen: kleren worden bij ons zo snel vies. Soms kon ik de was doen voor een rijke familie en verdiende dan 1 dollar. Als Izaak om twaalf uur geen eten bracht, ging ik naar de markt om groenten te zoeken die waren blijven liggen op straat: zoete aardappelen, mais, kool. Rond vier uur kwamen de kinderen thuis dan aten we wat er was: ons ontbijt, lunch en avondeten in een maaltijd. De kinderen speelden op straat, ik maakte ze klaar voor bed en ging zelf rond negen uur slapen. Ergens in de nacht kwam Izaak thuis. In Uganda kun je dronken worden zonder geld: de mannen zorgen ‘goed’ voor elkaar,” legt Irene uit. “Het leven was saai. Alleen de zondag was anders, vanwege de kerk. Maar verder kon ik niet genieten van dingen, want ik had nergens geld voor. Ik kon geen nieuwe dingen leren of ondernemen en in mijn huwelijk was ik ongelukkig. Ik strekte mijn hand wel uit naar het leven, maar ik kon niets pakken.”

"Ik bleef om de kinderen. Ik kon in mijn eentje niet voor hen zorgen."

We waren bang voor hem
“Izaak was net als zoveel vaders in Uganda. Hij sprak niet met de kinderen. Hij knuffelde ze nooit. Ze hielden niet van hem, waren bang voor hem vanwege al het geweld ook tegen hen. We waren allemaal bang. Bang voor hem, maar ook bang dat hem iets zou overkomen in de nacht. Er was veel geweld op straat. Hoe moesten we overleven zonder Izaak? Ik bleef om de kinderen. Ik kon in mijn eentje niet voor hen zorgen. Ze achterlaten was geen optie: als ik wegging, was dat een vernedering voor Izaak en zijn woede zou hij op hen botvieren. Hij zou een andere vrouw nemen voor wie zij een last zouden zijn. Zij zou hen haten. Hij zou Karen verkrachten en mishandelen om mij te wreken. Weggaan was geen optie.” In tranen vertelt Irene: “Ik heb vaak gedacht: ik maak er een einde aan. Maar ik kon mijn kinderen niet in de steek laten. Dan had ik hen moeten ombrengen, voordat ik mezelf doodde. Dat heb ik nooit gekund.”

Brandende kranten onder de deur
Opnieuw wordt Irene zwanger. De tweeling Shakirah en Shafik wordt geboren. Na vier maanden overlijdt Izaak (39) aan de gevolgen van aids. “In Uganda heb je als vrouw weinig rechten, als weduwe geen. Je bezittingen, inclusief je kinderen, zijn nu eigendom van je schoonfamilie. Izaak en ik hadden alleen een huisje. Mijn schoonfamilie had geen behoefte aan mijn kinderen. Ze wilden wel mijn huis hebben en dus rookten ze ons letterlijk uit: ze duwden brandende kranten onder onze stalen deur door. Ik wist: nu sta ik er echt alleen voor.” Via een buurvrouw kwam Irene in contact met het Compassion-project van de kerk in haar buurt. “Hier kon ik mijn verhaal kwijt, kreeg ik praktische hulp en steun. Op het project leerde ik dat ik onmiddellijk moest stoppen met borstvoeding geven: de tandjes van de kinderen veroorzaken wondjes en dan zouden ze in aanraking met mijn bloed komen. De tweeling is inmiddels getest en heeft God zij dank geen aids opgelopen. Ik en mijn drie oudste kinderen krijgen extra hulp omdat wij aids hebben.” (red. aidsfonds van Compassion). Inmiddels heeft Joshua een Nederlandse sponsor en Irene heeft geleerd om zeep en sap te maken en ze kan boekbinden om zo een klein beetje extra geld te verdienen. Met hulp van hun sponsor verhuisde Irene met haar gezin naar een ander, veiliger huis.

Ik zal er altijd zijn
“Mijn kinderen hebben een slechte start gehad in het leven en het gevaar is niet geweken. Ik gun hun een ander leven dan dat van Izaak en mij. Toen mijn dochter dertien werd, wist ik: nu moet ik opletten. Ze kreeg borsten en billen en meer aandacht van mannen. Je moet vrienden worden met je dochter, zodat ze alles aan je blijven vertellen. Karen vertelde me laatst bijvoorbeeld dat een man bij de put zo leuk doet tegen haar. Ik waarschuw haar dan: ‘blijf bij hem uit de buurt, praat niet met hem.’ Ook met mijn zonen ben ik in gesprek. Het is zo belangrijk dat ze geen verkeerde vrienden krijgen, die hen meenemen in een leven van alcohol, drugs en seks. Ze moeten anders met vrouwen omgaan dan hun vader deed. Ik kan alleen maar veel voor mijn kinderen bidden, dat is het belangrijkste.” Irene en haar vijf kinderen hebben meer zekerheid dan vroeger: hun huis, extra hulp uit het aidsfonds, de steun van de kerk en Joshua’s sponsor. Toch blijft het leven zwaar. Irene: “Ondanks alles geeft mijn verleden mij kracht. Ik heb God. Veel kan ik mijn kinderen niet geven. Ik zeg vaak tegen hen: ‘Veel heb je niet, maar je hebt mij. Ik zal er altijd voor je zijn en niet bij je weggaan.’”

Lees hoe Compassion moeders & baby's in extreme armoede hoop wil bieden samen met jou

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher Spotify