God

03 april 2019 door De Waarheidsvriend

Max van der Klooster neemt afscheid van PKN-synode: "Bij de landelijke kerk werken nog steeds te veel mensen"

In de kerkelijke wandelgangen had je aan zijn voornaam voldoende. ‘Max’ – dan wist je over wie het ging: de ouderling-kerkrentmeester uit Dordt, het welsprekende moderamenlid, een tikkeltje archaïsch, immer op zoek naar verbinding. Hij vertrekt, en kijkt om. "Ik zie dat de synode vromer geworden is," zegt Max van der Klooster in gesprek met De Waarheidsvriend.

Net voor de kerkvereniging van 2004 werd de toen 47-jarige Van der Klooster ambtsdrager, een jaar later was hij lid van de synode van de Protestantse Kerk. Na een eerste periode werd hij lid van het Generale college voor het opzicht, tot hij in 2014 toetrad tot het synodemoderamen en het bestuur van de dienstenorganisatie van de kerk. Al die jaren bleef hij actief als ambtsdrager in hervormd Dordrecht. Vergaderen, Van der Klooster loopt er niet voor weg.

Wat heeft u geleerd als lid van het moderamen?
"Ik heb voor alles geleerd dat de kerk van de Heere is. Hij maakt gebruik van mensen, ondanks hun gebrek aan doorzicht, hun onvermogen. Ik ervoer in praktische zin in het moderamen een grote gunfactor naar elkaar. Je kent elkaars drijfveer.

"Waarom moet een kerk met zoveel bekwame theologen/predikanten voor elk deelterrein een betaalde deskundige in Utrecht hebben om dossiers op te pakken en verder te brengen?"

Met lastige thema’s en gedoe heb je veel te maken. Je bent bestuurlijk bezig, maar we begonnen altijd met een liturgische opening; dan gebeuren er mooie dingen. In de synodevergaderingen heb ik nogal eens gedacht: ‘Hoe moet dit gaan?’ Dan kwam er vaak een onverwachtse opening, dat heb ik daar zelfs meer ervaren dan in de plaatselijke gemeente. Ja, de synode is een ámbtelijke vergadering waarin de Heilige Geest werkt. Zo zat de discussie in 2008 bij de behandeling van de nota over het Israëlisch-Palestijnse conflict zo vast als een huis en kwam er ineens een weg naar voren. Als ik de nota nu herlees, dan herken ik het bijbelse karakter ervan."

Geen onnodig centralisme
"Ik vind de dienstenorganisatie te groot, dat heb ik ook geleerd. In mijn eerste periode als synodelid heb ik me ingespannen voor het slopen van de regionale tussenlaag. Daar heb ik nog geen spijt van. Ook de landelijke dienstenorganisatie is inmiddels ingekrompen, maar er werken nog steeds véél mensen. Ik ben onder de indruk geraakt van hun deskundigheid en toewijding. Maar waarom moet een kerk met zoveel bekwame theologen/predikanten voor elk deelterrein een betaalde deskundige in Utrecht hebben om dossiers op te pakken en verder te brengen?

Na vijf jaar als moderamenlid kan ik niet verwoorden wat ik bereikt heb. Ik kwam immers niet met een persoonlijk programma van eisen, maar heb onder biddend opzien geprobeerd de mij gegeven talenten bestuurlijk in te zetten. En ik wilde het gereformeerde belijden inbrengen. Gelukkig leeft de inhoud daarvan best breed in de dienstenorganisatie; veelal sluimert dit onder de oppervlakte."

"Ik ben in de voorbije vijf jaar nooit benaderd door mensen uit de Gereformeerde Bond, ook niet door het bestuur."

Goud in handen
"Over de inbreng van leden van de Gereformeerde Bond ben ik kritisch. Wellicht bang voor het verwijt van kerkpolitiek, houden ze zich in de synode wel erg op de vlakte. Het gereformeerde belijden is zo mooi, dat mag je uitdragen. Ik vermoed dat veel synodeleden bij het horen erover eerder op het puntje van de stoel gaan zitten dan dat alle stekels overeind gaan staan.

Ik ben in de voorbije vijf jaar nooit benaderd door mensen uit de Gereformeerde Bond, ook niet door het bestuur. Wellicht wilde men mij niet in verlegenheid brengen. Maar, als ik zie hoe onze lutheranen kansen benutten en vergaderingen voorbereiden, dan kunnen wij (ook op dat punt) wat van hen leren, zoals zij op andere punten van ons. Je hebt goud in handen met het gereformeerde belijden, probeer dat in te brengen!"

Wat de kerk betreft, als komende zondag in alle gemeenten die tot de Protestantse Kerk behoren, een van de zeven brieven aan de gemeenten in Klein-Azië voorgelezen zou worden, welke brief is dan volgens u het meest van toepassing?
"Je mag de Protestantse Kerk niet vereenzelvigen met een van de zeven gemeenten. Bewust staan er zéven brieven (niet één of tien) in Openbaring 2 en 3; bewust zijn de brieven geschreven zijn aan de voorgangers van de gemeenten, niet aan een gezamenlijke synode. Hierin komt de verscheidenheid van de kerk uit. Dit is Christus’ kerk, in haar diversiteit: de ene gemeente is zwak, de andere kent vreugde, de derde leeft in een ‘ongestalte’. Ik ga echter liever naar de basis in Openbaring 1: De verhoogde Christus wandelt tussen de zeven gouden kandelaren, heeft de zeven sterren (de presbyters) in Zijn rechterhand. Die zeven staat voor de volheid van de kerk. Haar gerechtigheid en heiligheid heeft ze in Christus. Zo moeten we de zeven brieven lezen, om er lessen uit te trekken.

Er is in de Bijbel ook een bovenplaatselijke voorziening, dat zie je in Handelingen 15. Die is er voor de eenheid van de leer, voor de sacramentsbediening. Ook die vergadering is door de Geest geïnspireerd."

Lees het volledige artikel op de site van de Waarheidsvriend. Klik hier voor een abonnement op De Waarheidsvriend.

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher