kruis Jezus

God

06 maart 2019 door Drs. Gerard de Lange

Jezus' kruisiging en opstanding: Salome maakt het van dichtbij mee

Salome, die naam hoor je niet zo vaak in de Bijbel. Twee keer om precies te zijn: in het Evangelie volgens Marcus. Salome wordt genoemd samen met andere vrouwen die op Goede Vrijdag bij het kruis van Jezus staan.

En er waren daar ook vrouwen, die uit de verte toekeken; onder hen waren ook Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus de kleine en van Joses, en Salome, die, ook toen Hij in Galilea was, Hem gevolgd waren en gediend hadden, en veel andere vrouwen die met Hem naar Jeruzalem opgegaan waren - Marcus 15:40,41. Haar naam valt ook bij het groepje vrouwen dat op Paaszondag al vroeg op weg is naar het graf van Jezus. En toen de sabbat voorbijgegaan was, hadden Maria Magdalena, Maria, de moeder van Jakobus, en Salome specerijen gekocht om Hem te gaan zalven - Marcus 16:1.

Dood en opstanding
Salome heeft Jezus meegemaakt in Zijn glorietijd. Maar ook toen alles zich tegen Hem keerde was ze erbij. Op Golgotha moest ze met lede ogen aanzien dat mensen Jezus dood maakten aan een kruis. Maar – zoals gezegd – ze was er ook bij op de dag van de opstanding. Salome maakt het van dichtbij mee. Jezus, Die zij twee dagen daarvoor in een graf heeft gelegd is opgestaan en Hij leeft. Een grotere overgang is bijna niet denkbaar. Niemand van ons heeft dit meegemaakt. Ja, er zijn mensen die uit de dood zijn opgestaan. De Bijbel getuigt ervan. Die man die in het graf van Elisa geworpen werd, werd weer levend (2 Koningen 13:21). Lazarus die al een dag of vier dood in het graf had gelegen, was door Jezus opgewekt uit de dood (Johannes 11).

Salome heeft Jezus meegemaakt in Zijn glorietijd. Maar ook toen alles zich tegen Hem keerde was ze erbij.

Zo ook de overleden zoon van de weduwe van Nain (Lucas 7:11) Misschien weet u er nog wel een. Van al die mensen geldt dat ze aan deze kant van de dood terugkwamen. De Heere Jezus is de enige persoon die aan de andere kant van de dood is opgestaan. Hij is – wat de Bijbel noemt – de Eerstgeborene van heel de schepping (Kolossenzen 1:15). Jezus is de eerste en voorlopig de laatste van de nieuwe schepping. Wij – de gelovigen – moeten wachten tot de wederkomst van de Heere om ditzelfde door te maken: Lichamelijk opstaan aan de andere kant van de dood. Dat is spannend. Het moment nadert waarop hopen verandert in zien (Romeinen 8:23-25).

De Heilige Geest als voorschot
Wij zien al wel voor een deel. Aan deze kant van de dood hebben wij de Heilige Geest ontvangen. De Heilige Geest is een ‘voorschot’ vanuit de hemel op het geloof (Efeziërs 1:13,14). Met onze geest zit het wel goed, maar met ons lichaam zijn we nog onderworpen aan de dood en de schuld en de macht van het kwaad. We verlangen – zoals Paulus dat zegt – naar de verlossing van ons lichaam (Romeinen 8:23). Niet om er van af te zijn, maar juist om ook een nieuw lichaam te ontvangen dat gestempeld wordt door de Heilige Geest (1 Korintiërs 15:4244). Zo zal ook de opstanding van de doden zijn. Het lichaam wordt gezaaid in vergankelijkheid, het wordt opgewekt in onvergankelijkheid. Het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid. Het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht. Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam wordt opgewekt. Er is een natuurlijk lichaam en er is een geestelijk lichaam.

Met ‘opstanding’ wordt bedoeld ‘opstanding uit de dood’
Opstanding is echt een item in 1 Korintiërs 15. Meer dan vijfhonderd mensen hebben volgens Paulus de Heere na Zijn dood in levende lijve gezien. Op het laatst is de Heere ook aan Paulus verschenen. Wij weten wanneer dit is gebeurd. Toen de apostel onderweg was naar Damascus en de Heere vanuit de hemel aan Paulus vroeg waarom hij Hem vervolgde. Op dat moment kwam Paulus er achter dat de Heere die Hij meende te dienen ‘Jezus’ heette.

Paulus reageert als door een wesp gestoken. Wat vertel je me nou? Geen echte opstanding?

Toch hebben gelovige mensen een onbedwingbare neiging om van de feitelijke opstanding uit de dood iets figuurlijks te maken. Voor de christenen in Korinthe bijvoorbeeld hoeft de opstanding niet echt gebeurd te zijn. Ze kunnen zich misschien ook niet echt voorstellen dat zoiets mogelijk is. Vriendelijke mensen zijn het. Ze lijken God wat tegemoet te willen komen. God bedoelt natuurlijk dat wij ook moeten ‘opstaan’ of zoiets. Ze vragen niet het onmogelijke.

Paulus reageert als door een wesp gestoken. Wat vertel je me nou? Geen echte opstanding? Dan zou Christus dus ook niet opgestaan zijn. Weet je wel wat dat betekent? Dan zitten we nog in de schuld. Dan heb je helemaal niets aan je geloof. Paulus laat er geen misverstand over bestaan. Als hij zegt dat Christus is opgestaan uit de dood, dan bedoelt hij dat Christus werkelijk opgestaan is uit de dood. Immers, als de doden niet opgewekt worden, is ook Christus niet opgewekt. En als Christus niet is opgewekt, is uw geloof zinloos; u bent dan nog in uw zonden. Dan zijn ook zij die in Christus ontslapen zijn, verloren. Als wij alleen voor dit leven op Christus onze hoop gevestigd hebben, zijn wij de meest beklagenswaardige van alle mensen - 1 Korintiërs 15:16-20.

Drs. Gerard de Lange is emeritus-predikant binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK).

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher