Piet Vergunst

God

15 februari 2019 door Piet Vergunst, De Waarheidsvriend

Begraven en de kerk: Rouwdienst heeft sinds de Reformatie geen oude papieren

Op vakantie in een ander deel van het land en zeker over de grens loop ik nogal eens over het kerkhof. De plaats van rust, stilte en bezinning leert je hoe families en een samenleving als geheel zich haar doden herinneren. Omgaan met de dood en de kijk op het leven horen bijeen, schrijft Piet Vergunst in De Waarheidsvriend.

De Waarheidsvriend is het huisorgaan van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland.

De christelijke gemeente verkeert niet op een eiland en haar leden ademen dagelijks in wat leeft in de lucht. Het kan niet anders dan dat ook in de kerk een rouwsamenkomst van karakter verandert, dat gemeenteleden anders vormgeven aan de wijze waarop ze iemand de laatste eer bewijzen (overigens, is ‘de laatste liefde bewijzen’ niet een mooiere uitdrukking?).

Dankdienst
Uitvaarten in hervormde gemeenten laten je als eerste zien dat het woord ‘rouwdienst’ minder gebruikt wordt, dat veel mensen kiezen voor een ‘dankdienst voor iemands leven’. Tegelijk krijgt een dienst of samenkomst in weinige jaren meer en meer een sterk persoonlijk karakter, is het vooral een herdenkingsbijeenkomst geworden van wie de overledene was, met soms informatie uit het intieme leven. Een ‘In memoriam’ door de kinderen of kleinkinderen, vooraf of tijdens de bijeenkomst, maakt plaats voor een laten zien wat iemand deed, voor het draaien van zijn muziek. Zelfs het je richten tot de overledene is geen uitzondering meer: ‘Mama, wat zal ik je missen,’ ‘Opa, wat hebben we samen toch mooie wandelingen gemaakt. Hopelijk word je zelf ook blij als je eraan denkt.’

Psalm 116
Ten aanzien van de zondagse eredienst bepaalt de kerkenraad de inrichting. Voor de rouwsamenkomst doen de wensen van de familie mee. De samenkomst die aan een uitvaart voorafgaat, staat daarom veel sterker onder invloed van de cultuur, waarin de mens als unieke persoon en waarin onze beleving centraal zijn komen te staan. Hier en daar zijn er predikanten die nog aarzelen als de familie vraagt of Psalm 116 aan de orde mag komen, want ‘dat was de lievelingspsalm van oma’. Waarom ze aarzelen? Omdat het Woord van de andere kant komt, het Woord dat zij namens hun Zender verkondigen willen. Hier hoeft echter geen tegenstelling te liggen. Een van onze emeritus-predikanten zei ooit: ‘Zolang men niet voorschrijft wát ik over Psalm 116 moet zeggen, heb ik hiermee geen enkele moeite.’

De plaats van rust, stilte en bezinning leert je hoe families en een samenleving als geheel zich haar doden herinneren. Omgaan met de dood en de kijk op het leven horen bijeen.

Lastiger wordt het als een meer randkerkelijke familie graag de dominee wil laten spreken én Marco Borsato ten gehore laat brengen. Elke gemeente kent in dit opzicht dilemma’s. Worden die groter als ook meelevende families meer dan ooit de persoon van vader of oma willen herdenken, wie hij was en wat zij deed? En doen we al dan niet terecht concessies om het Evangelie te kunnen verkondigen, om de familie bij de kerk te bewaren? Voor het formuleren van een antwoord heb je de zachtmoedige wijsheid uit Jakobus 3 nodig.

Gerelativeerde dood
In een hoofdstuk in de bundel Als wij samenkomen legt prof. M.J.G. van der Velden uit waarom de zorg voor de uitvaart in de Reformatie betrekkelijke aandacht kreeg. ‘Sterven en begraven kregen minder accent, omdat de beslissingen elders gevallen zijn: in de verkondiging van de dood en opstanding van Jezus Christus, in de doop als teken en zegel van vernieuwing en de toekomstige opstanding, in de rechtvaardiging van de goddeloze, in het avondmaal als bevestiging en verzegeling van de vaste beloften van de komende bruiloft van het Lam. Men zou kunnen spreken van een gerelativeerde dood. In het hele leven moet plaats zijn voor de overdenking van het toekomstige leven.’

Deze woorden moeten we lezen tegen de achtergrond van een levensbesef waarbij de dood aanwezig was.

Midden in het leven
zijn we door de dood omgeven,

luidt de vertaling uit een lied van Luther.

Soberheid en rust
Nu leven we in 2019, een tijd van beleving en individu, een tijd van ontkerkelijking, van soms geen boodschap hebben aan de kerkelijke traditie, ook een tijd van toenemend besef van onze roeping het Evangelie te delen met degenen die hiervan vervreemd zijn. Als de familie voor een samenkomst kiest, moeten we helder hebben dat de begrafenisbedienaar de bijeenkomst leidt. De predikant is voor niet meer gevraagd dan om het Woord te openen en toe te passen. Door de kracht van de Heilige Geest mogen we hiervoor dankbaar zijn. ‘De Heere geneest de gebrokenen van hart, Hij verbindt hen in hun leed.’ (Ps.147)

Verdriet over het sterven – het is geen tegenstelling met het Evangelie als blijde boodschap dat de dood op Golgotha verslonden is.

Is er een samenkomst onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad, dan zal de liturgie van de gemeente bepalend zijn en is er overleg over de wensen van een familie. Dan staat de gemeente om de bedroefde familie heen, in gebed en lied. Soberheid en rust doen er dan toe. En het kunnen honoreren van wensen van een familie zal zich bewegen tussen ruimte en grenzen.

Gemis ervaren
Juist in de spanning tussen cultuur en Evangelie mag het bijbelse onderwijs over dood en leven in de gemeente zelf plaatshebben. Mij lijkt de keuze voor ‘dankdienst voor iemands leven’ dan op z’n minst wat eenzijdig. Ook als dankzij Christus’ opstanding en het geloof in Hem er de gegronde hoop op het eeuwige leven is, is er een tijd om te rouwen, om gemis te ervaren, in het besef van de scheiding tussen mensen die elkaar van harte liefgehad hebben.

‘Jezus weende’, toen Zijn vriend Lazarus in het graf lag. De Heiland staat niet alleen naast de bedroefden, de macht van de dood raakt Hem innerlijk. En Hizkia verwoordt dat ‘het graf U niet zal loven, de dood U niet prijzen; wie in de kuil neerdalen, zullen op Uw waarheid niet hopen.’ Verdriet over het sterven – het is geen tegenstelling met het Evangelie als blijde boodschap dat de dood op Golgotha verslonden is.

Piet Vergunst is hoofdredacteur van De Waarheidsvriend. Lees hier zijn volledige commentaar en klik hier om een abonnement op De Waarheidsvriend te nemen.

Reacties

J
Datzelfde geldt voor huwelijksdiensten. Na lang wikken en wegen werd de kerk betrokken bij de huwelijken. Aanvankelijk hoefde er geen priester bij aanwezig te zijn. Als bruid en bruidegom het met elkaar eens waren, was dat genoeg. Probleem was echter dat er veel geheime huwelijken waren, zeer tot ongenoegen van de ouders. In 1563 besloot de kerk dat huwelijken alleen voltrokken konden worden in het bijzijn van een priester en andere getuigen.

REAGEER

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher