En de Heere verwekte hun een verlosser

God

08 januari 2019 door Drs. Dirk Varwijk

En de Heere verwekte hun een verlosser

In een Engelstalige studie uit 1980 lazen we een treffende omschrijving van het begrip ‘verlosser’. Het is iemand die een persoon of een gemeenschap uit een toestand van gevaar of van een ramp haalt; hij brengt die vervolgens in een situatie van veiligheid en welzijn. 

Christenen voor Israël stelt zich ten doel christenen in Nederland bewust te maken van de betekenis van het Joodse volk in Gods handelen met deze wereld. Zij doet dit door het geven van betrouwbare informatie over Israël.

In het Bijbelboek Richteren is een aantal keren sprake van een verlosser, een door God verwekte persoon die het volk Israël verlost, bevrijdt, van een overheerser. Het is niet moeilijk om hier een schema te ontdekken. Het volk valt af van God; God raakt vertoornd en bezorgt een verdrukker. Het volk roept tot God en Hij zendt het volk een verlosser.

Bekende formulering
In hoofdstuk 3 zien we dit verloop van gebeurtenissen zelfs tot tweemaal toe. Vers 7 laat een bekende formulering zien: “De Israëlieten deden wat kwaad is in de ogen des Heren”. Vers 12 herhaalt deze constatering. In het eerste geval wordt het volk verdrukt door Kusan Risataïm, de koning van Mesopotamië; in het tweede geval betreft het Eglon, de koning van Moab. Eerst is Otniël de verlosser die door de Heere wordt verwekt (vers 9). Veertig jaar later gaat het om de Benjaminiet Ehud. De Here verwekte de Israëlieten een verlosser om hen ete bevrijden, zo lezen we ... va-jákem Adonai mosjía va-josjí’éém. (Richteren 3:9).

Belangrijke begrippen
Wie het Oude Testament van geringere waarde acht dan het Nieuwe moet nooit vergeten dat de belangrijke begrippen als zonde, bekering, vergeving en offer juist dáár als eerste zijn geformuleerd en verklaard. Zo wordt zondigen er uitgelegd als ‘missen’, chatá, dat wil zeggen op afstand van God geraken, en zich bekeren als ‘terugkeren’ naar God.

We hebben niet te maken met formuleringen zoals soms in de catechismus gebeurt, namelijk in nogal eens minder gemakkelijke zinnen. Als het om de grote dogma’s gaat, spreekt de Hebreeuwse Bijbel ons toe in heel begrijpelijke woorden en beelden. Het is een feit dat het origineel vaak van een verrassende eenvoud is. Nu, dat geldt ook voor het woord ‘verlosser’. Die benaming mosjíahelpt ons snel op weg. Hij is gebouwd op de woordstam jasjá, die redden, bevrijden betekent. Met die stam hangt heel veel samen in de Hebreeuwse Bijbel.

Dé Verlosser
Het is aan geen twijfel onderhevig dat we hier de sleutel hebben tot de naam Jezus, Jesjoe'a. Ook dit woord, deze naam, is gebaseerd op die woordstam jasjá. Jesjoe'abetekent letterlijk: redding, heil. Nog een stap verder is het werkwoord dat erbij hoort: lehosjra, bevrijden, verlossen. We komen het een aantal keren tegen, zoals in Exodus 14:30: “Zo verloste de Hereop die dag de Israëlieten uit de macht van de Egyptenaren” ... va-jósja Adonai. 

New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

De hemel spreekt
Een engel geeft in een droom Jozef deze opdracht: “Ge zult Hem de naam Jezus geven, want Hij is het die zijn volk zal redden van hun zonden” (Matteüs 1:21). ‘Redding, heil’ zal het volk redden van hun zonden. Naam en taak vallen samen. Misverstand is uitgesloten. Het gaat om een bewuste keus en die wordt helder toegelicht. Echter, we hebben hier twee verschillende talen naast elkaar.

Het Grieks sprekende Nieuwe Testament zegt hier: gar soosei ton laon autou apo toon hamartioon autoon. Nu, sooseiis een vorm van sooidzoo, redden. Maar, gaat het hier nu om het Hebreeuwse mosjia va-josjí’éém? Om dat bevestigd te krijgen is de hulp nodig van de Septuagint. Deze Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel, daterend van enkele eeuwen vóór Christus geeft vrijwel steeds mosjia va-josjí’éémweer met sootèren esóosev. Dat gebeurt ook in Richteren 3 als het gaat om Otniël en Ehud.

Redder
De vertalers van het Hebreeuws naar het Grieks die de Septuagint tot stand brachten, stelden mosjíagelijk aan sootèr, verlosser, gelijk aan Redder. Over de invloed van het Grieks van de Septuagint op het tekstmateriaal van het Nieuwe Testament kunnen we hier niet uitweiden. Die wordt algemeen aangenomen als hier en daar aanwezig. 

De Schriften getuigen van Mij
Jezus zegt van zichzelf dat de Schriften over Hem spreken, en hier hebben we opnieuw een zuiver voorbeeld daarvan. De mosjíaOtniël haalt zijn volk uit een situatie van gevaar en brengt het in een situatie van welzijn, van rust. Zo ook Ehud. Maar dan gaat het om een politieke aangelegenheid. Van daaruit leren we, hoe mosjíaJesjoe'aeen heel andere verlossing brengt, namelijk van de zonden van zijn volk. Zoals het woordchatá, missen, ons uitlegt dat zondigen het op afstand van God geraken is, zo legt het woord mosjíaons uit dat er iemand wordt gezonden om te verlossen, te redden.

In Richteren lezen we: “De Hereverwekte een verlosser”. Dat geldt met dezelfde kracht voor de persoon van Jezus. Ook Hij wordt door God verwekt als Verlosser. Hij komt redding brengen, en ook rust. Niet in politieke zin, maar in religieus opzicht. Wat we hier zien is dat een godsdienstig begrip wordt uitgelegd aan de hand van een profaan iets. De politieke verlosser is het uitgangspunt voor de Verlosser in het Nieuwe Testament. Mosjíabetekent rechtstreeks ‘verlosser’.

Jezus
We zijn gewend om over Jezus te spreken als masjiach. Die benaming behelst het zalven met het oog op een bepaalde taak. Maar mosjíais duidelijker. Die term verwijst rechtstreeks naar de inhoud van die taak: verlossen. Soms vallen ze samen. 

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher Spotify