werkoverleg

God

22 oktober 2018 door A. Wolswinkel, De Waarheidsvriend

Kennis van eigen gemeente voorwaarde voor goed beleid

"De positie van veel kleine dorpsgemeenten is tegenwoordig niet gemakkelijk. De kosten voor een predikantsplaats stijgen en op veel plaatsen neemt het ledenaantal af. Welke mogelijkheden zijn er om de gemeente in stand te houden en haar op te bouwen?," vraagt A. Wolswinkel zich af in De Waarheidsvriend.

"Om deze vraag te beantwoorden legt de commissie Steunfonds gemeenten van de Gereformeerde Bond de vinger bij enkele aandachtspunten in het algemene beleid van de gemeente. De commissie wil bewustwording over de positie van kwetsbare gemeenten bevorderen en concrete handvatten bieden voor bezinning, beleid en (financieel) beheer. Hoe ontvangen we levend geld en hoe geven we het verantwoord uit?

De Waarheidsvriend is het huisorgaan van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland.

Inkomsten
De inkomsten van de gemeente vormen het eerste aandachtspunt. Dalen of stijgen die? In veel gemeenten waarmee de commissie contact heeft, zijn er te weinig middelen om een predikant te kunnen beroepen in de omvang zoals de gemeente steeds gewend was.

Wij stellen dan de vraag hoelang de gemeente al in de situatie verkeert dat de financiën niet toereikend zijn. Dit kan een sluipend proces zijn. Zolang er een predikant is, komt dit niet of nauwelijks in beeld als een spanningsveld. Veel gemeenten staan er pas echt bij stil als de gemeente vacant raakt. Is daar dan wel op tijd op geanticipeerd?

Nog steeds komen commissieleden bij gemeenten die eigenlijk geen idee hebben of bijvoorbeeld de afgelopen vijf jaar het ledental van de gemeente stabiel is gebleven of gewijzigd is.

Elke gemeente heeft elk jaar een begroting en een jaarrekening. Zien we hierbij wat er gebeurt in de gemeente? Het college van kerkrentmeesters is in eerste instantie verantwoordelijk voor de inkomsten. Dus hij zal ook signalen moeten afgeven als de inkomsten lager zijn dan de uitgaven. In de begrotingen en jaarrekeningen die de kerkenraad moet goedkeuren, zullen deze zaken aan de orde moeten komen. Belangrijk is ook of het tekort incidenteel of structureel is. Als het incidenteel is, zal er het jaar daarna weer een stijgende lijn moeten zijn.

Om stappen te kunnen zetten voor de toekomst is het in ieder geval van wezenlijk belang dat kerkrentmeesters de signalen op tijd opmerken en die bespreken met de kerkenraad en de gemeente. De schok in de gemeente is vaak groot als er pas over de toekomst wordt nagedacht als een predikant weggaat. Vanuit het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond wordt er regelmatig gedeeltelijke ondersteuning gegeven voor vier jaar. Dit biedt ruimte om na te denken over de vraag ‘hoe verder?’ Maar dit bezinningsproces over de financiële toekomst zou eigenlijk al veel eerder in gang gezet moeten worden.

Aantal gemeentelden
Nog steeds komen commissieleden bij gemeenten die eigenlijk geen idee hebben of bijvoorbeeld de afgelopen vijf jaar het ledental van de gemeente stabiel is gebleven of gewijzigd is. Hoe de leeftijdsopbouw van de gemeente is, is dan ook vaak onbekend. Men weet evenmin wat de verwachting voor de komende vijf jaar is. Maar deze gegevens zijn enorm belangrijke bouwstenen om een goed beleid voor de komende jaren te ontwikkelen. Hoe kunnen we een invulling aan het gemeentewerk geven als we niet weten wat de ontwikkeling is van de gemeente?

Het is belangrijk om te weten hoeveel leden er de afgelopen jaren bijgekomen zijn of hoeveel het ledental is gedaald. En wat is de oorzaak van deze ontwikkeling: verhuizing, overlijden, kerkverlating, overgaan naar ander kerkgenootschap? Wat betekent het voor de pastorale activiteiten als er bijvoorbeeld meer ouderen in de gemeente komen en minder jongeren? Vinden er gesprekken plaats met leden die de kerk verlaten of met hen die naar een ander kerkgenootschap gaan? Als we hier geen helder beeld bij hebben, kunnen we geen goed beleid bepalen, zeker geen financieel beleid. Als er gemeenteleden zijn die nog wel lid zijn, maar niet bijdragen aan de inkomsten van de gemeente, wat is dan het beleid hierop? Wat zijn de komende jaren de kosten voor gebouwen? Hebben we onderhoud al uitgesteld, omdat we anders geen sluitende begroting hebben? Als dat zo is, komt er een moment dat de onderhoudskosten erg hoog worden. Dat heeft grote consequenties.

Het Classicaal College voor de Behandeling van Beheerszaken dat de solvabiliteitsaanvraag moet goedkeuren, krijgt een positief beeld als men merkt dat een gemeente al in het voortraject bezig is met de financiële planning."

A. Wolswinkel uit Barneveld is lid van de commissie Steunfonds gemeenten van de Gereformeerde Bond. Lees de volledige tekst van dit artikel in De Waarheidsvriend van donderdag 18 oktober 2018. Klik hier om een abonnement op De Waarheidsvriend te nemen.

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher