Kerk Delft

God

03 september 2018 door Robert Roth

De kerkdienst: een vorm die zichzelf zomaar verzwakt

Kerken zijn zomaar gericht op de samenkomst op zondag. Daar is niks mis mee, want daar gebeurt iets moois. Het lichaam van Christus komt daar samen, het Woord wordt gebracht, de lofzang klinkt en doop en avondmaal worden daar gevierd. Kerk en wereld ontmoeten hier elkaar, in de gemeente die in de wereld leeft en deze meebrengt in de ontmoeting met God in de samenkomst. Gasten onderstrepen dit. En opgebouwd en geïnspireerd door de Heer van de kerk gaan de bezoekers van de diensten de wereld weer in. Hier werkt de Geest. Toch is de kerkdienst als ankerpunt van de christelijke gemeenschap een vorm die zichzelf zomaar verzwakt.

Verzwakt
Dat gebeurt wanneer de samenkomst hèt ontmoetingsmoment wordt van de kerk van Christus. Dat vindt plaats als, kort gezegd, de gemeente er vanuit gaat dat aanwezigheid in de samenkomst hoort en afwezigheid niet hoort; als opzoeken van gemeenteleden die niet komen in het teken staat van ‘terughalen naar de kerkdienst’. De kerkdienst als ankerpunt van de christelijke gemeenschap wordt helemaal verzwakt, wanneer de omgang door de week met broers en zussen in Christus achterwege blijft als deze niet komen in de kerkdienst. Of overgelaten aan ambtsdragers, soms met het motief dat we niks hebben met degenen die we (vaak al een poosje) niet meer zien.

Waar ik een broer of zus door de week opzoek, daar is Christus in ons midden en daar is dan ook de kerk.

Wat in de bovenstaande gedragslijn namelijk opvalt is dat de christelijke gemeenschap samenvalt met ‘naar de kerkdienst komen’. Daarmee wordt de kerkdienst zelf verzwakt, omdat de denkrichting is: de gemeente hoort hier samen te komen, dit is de plek van samenkomen. Verzuimd wordt om de andere kant op te denken: de gemeente hoort ook bij degenen die niet meer komen en dus moeten we de dienst uit en de ander opzoeken. Samenkomen is niet iets van de zondag alleen, het is iets dat christenen typeert op elke dag van de week.

Ik wil niks afdoen aan het belang van de ambtelijk gestructureerde ontmoeting tussen gemeente en God. Samenkomsten waar mensen samenkomen onder leiding van mensen die de gemeente heeft aangesteld om haar te leiden, mensen die ook door God tot die taak zijn geroepen, die zijn gewichtig. Daar mag je veel van verwachten, omdat God zich ook via deze geroepen mensen verbindt aan de gemeente. Het is dan ook te snappen als er een gevoel van gemis is bij de gemeente die samenkomt, als anderen wegblijven. Maar een gemeente die haar leden laat lopen in de wereld en ze niet meer zoekt, begrijpt haar verantwoordelijkheid niet voor haar leden.

Een gemeente die haar leden opzoekt met het oog op hun terugkeer naar de kerkdienst, verzuimt te bedenken dat de Heer van de kerk het verlorene zoekt en blij is als Hij het vindt (Lucas 15,1-10: niet het terugbrengen staat centraal, maar het vinden). De kerk is daar waar je je als gelovige bevindt (vergelijk het spreken van Paulus over de individu en de gemeente als tempel van de Heilige Geest in de brief aan de Korintiërs, I Korinte 3,16 en 6,19). Waar ik een broer of zus door de week opzoek, daar is Christus in ons midden en daar is dan ook de kerk. Het is mooi om degene die je bezoekt, daarvan op de hoogte te stellen. Verder moet er vooralsnog even helemaal niks. Geen agenda ‘kerkgang’ alstublieft, maar ter plekke de kerk vieren.

Toch is de kerkdienst als ankerpunt van de christelijke gemeenschap een vorm die zichzelf zomaar verzwakt.

Aanhaken
Waarom is dit belangrijk? Omdat de broer en zus die de kerkdienst niet meer bezoeken, daar kennelijk geen boodschap meer aan hebben. Dat kun je erg vinden, maar dat oordeel zit me zomaar in de weg om te laten gebeuren wat ik kom doen bij die ander: kerk-zijn vieren. Hen terug willen halen, is hetzelfde als investeren in wat als irrelevant of als obstakel wordt ervaren door die broer en zus. Dat gaat ‘m niet worden. Stoppen met terugroepen naar de kerk is natuurlijk niet hetzelfde als meedoen met de ander en suggereren dat de kerkdienst eigenlijk onbelangrijk is. Maar het is wel aanhaken bij die ander. En waar je de ander eraan herinnert dat jij-bij-hem-en/of-haar ook kerk-zijn is, is evangelie. Als de berg niet tot Mohammed komt, zal Mohammed tot de berg gaan.

Mini-liturgie
Een goede vriendin van mij heeft voor het pastoraat mini-liturgietjes gemaakt. In de sfeer van Bid, Luister, Leef, met een lied, een lezing, een stilte, een gedicht en een zegen. Zieken en aan huis gebonden gemeenteleden vinden het prachtig: je brengt de kerk aan huis in je aandacht en meeleven, maar ook in een korte liturgie. Dat zou iedereen op zak moeten hebben, ook als je op bezoek gaat bij mensen die de kerkdiensten om wat voor reden dan ook mijden. Als het kan, samen bidden, luisteren, zingen. En van opdringen van zo’n gezamenlijk liturgisch moment kan natuurlijk geen sprake zijn.

Mogelijk heeft dit zijn weerslag op de mensen die je bezoekt en komen ze ook weer in de kerkdienst. Mogelijk ook niet. Maar de kerk is zo tenminste volop en krachtig aanwezig bij diegenen die zomaar van de gemeenschap vervreemden. De wekelijkse samenkomst wordt niet verzwakt, maar krijgt zijn uitlopers in de week. En iedereen kan dit doen.

Het Griekse woord voor ‘samenkomsten’ is niet zomaar te vereenzelvigen met onze samenkomsten.

Hebreeën 10: samenkomsten
Hebreeën 10 is vanouds een tekst die gaat over samenkomen. Vaak is deze tekst gelezen als woord om mensen van het belang van de kerkdienst te doordringen. Verzuimen is wat wordt verboden. In de Hebreeënbrief staat (10,24-25): ‘Laten we opmerkzaam blijven en elkaar ertoe aansporen lief te hebben en goed te doen, en in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten, zoals sommigen doen, elkaar juist bemoedigen, en dat des te meer naarmate u de dag van zijn komst ziet naderen.’ Het is heel duidelijk hoe belangrijk de schrijver samenkomen (enkelvoud in het Grieks) vindt. Het is meteen duidelijk dat wegblijvers het belang van samenkomen niet onderkennen!

Maar het Griekse woord voor ‘samenkomsten’ is niet zomaar te vereenzelvigen met onze samenkomsten. Je kunt goed zien dat het woord ‘samenkomen’ wordt gekwalificeerd door wat er in zo’n samenkomst gebeurt: bemoedigen, aanvuren om lief te hebben en goed te doen, opmerkzaam blijven, zoals vers 24 zegt. Die woorden vallen op hun plek als je het woord ‘samenkomen’ beter begrijpt. Van Bruggen schrijft er over in het commentaar van H.R. van de Kamp, Hebreeën. Geloven is volhouden, CNT, 3, 2010:
‘Het betekent ‘bijeenvergadering’ of ‘samenbrenging’. Een hele stad kan zijn ‘samengedromd’ op het plein (Mc. 1,33), een duizendkoppige gemeente kan ‘samenstromen’ (Lc. 12,1), gieren ‘komen met elkaar af’ op een lijk (Lc. 17,37) en een kip brengt haar kuikens bijeen onder haar vleugels (Mt. 23,37). Het werkwoord episunagein is dan heel geschikt als aanduiding voor de uiteindelijke bijeenvergadering van alle gelovigen vanaf de vier windstreken (Mt. 24,31). (…) Dit woord wordt nergens gebruikt voor repeterende vergaderingen of bijeenkomsten. Er is dan ook aanleiding om Hebreeën 10:25 iets specifieker op te vatten.’

Bijeenkomen hier is dus gericht op elkaar meenemen op weg naar Gods reddende en oordelende ingrijpen. Dat bevat meer momenten dan alleen de bijeenkomsten op zondag, maar ook het elkaar opzoeken, met elkaar optrekken, vanuit deze grote drijfveer: blijf gefocust op je redding!

Robert Roth is gereformeerd-vrijgemaakt predikant. Zijn commentaar verscheen eerder op zijn weblog. Neem hier een kijkje op zijn website.

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher