Albert van der Heide

God

27 juli 2018 door Albert van der Heide

De baälpriesters in het christendom!

Verbazingwekkend hoe de baälpriesters het christendom hebben geïnfiltreerd. Zowel aan de zwaarmoedige bevindelijke oostflank van het christelijk spectrum als ook de westflank met haar vrolijke ervaringsgerichte gelovigen.

Wat doen die baälpriesters dan? Ik neem u even mee naar een van de indrukwekkendste 'one man shows' uit de Bijbel. Je vindt dit krachtige verhaal in 1 Koningen 18:20-40. Elia daagt het hele volk, de koning en koningin en de hele afgodendwepende baälvererende religieuze macht van die tijd uit om een wedstrijdje te doen. Twee altaren twee stieren, om de beurt bidden... en welke God antwoordt met vuur? Dat is de ware God! Zo gebeurt het. Helaas biedt deze blog niet de ruimte om de heerlijke details van deze geweldige geschiedenis te herhalen. Neem de moeite om het geweldige verhaal eens te lezen. Maar wat zich bij de baälpriesters in grote lijnen afspeelt, is iets waarvan ik helaas in het christendom ook te veel zie.

Wat zich bij de baälpriesters in grote lijnen afspeelt, is iets waarvan ik helaas in het christendom ook te veel zie.

De baälpriesters dansen en hinken om het altaar en schreeuwen om vuur. Luider en luider weerklinkt hun stem. Dansend, roepend en schreeuwend om vuur. Ik heb zulke bijeenkomsten wel meegemaakt. Letterlijk heb ik ze weleens in kringetjes zien rondlopen al biddend, schreeuwend en smekend om meer van Gods vuur. Ik heb voorgangers horen schreeuwen en roepen om vuur. En als er niets gebeurde nog meer en nog harder. Het verlangen in hun hart was zo sterk.

Maar vertaal dat eens naar een vader-zoon-relatie. Zie je een geliefde zoon, die in relatie is met zijn vader, al schreeuwend en dwingend vragen om een stukje brood? Dat doen weeskinderen. Bang om niets te krijgen, bang dat er niet genoeg is. Vertaal dat gedrag eens naar een God die zegt: 'Ik geef je gewoon in overvloed waar je om vraagt.' Soms ervoer ik hoe subtiel de grens werd overschreden en het verlangen naar vuur en kracht sterker werd dan het verlangen naar de Oorsprong van kracht. Hoe de gift belangrijker werd dan de Gever. De God van kracht is namelijk een liefdevolle Vader!

De baälpriesters schreeuwen niet alleen. Om hun God te pleasen ging ze ook zichzelf kastijden. Het lijkt namelijk heel wat. Dat je zo op je God gericht bent dat je jezelf daar niet voor ontziet. Allerlei regeltjes en onmogelijkheden. Standjes, staatjes, een doorkijkje hier, maar vooral een terugslagje daar. Allerlei inspanningen en gedragingen tentoonspreiden die God moeten vermurwen om in beweging te komen. Allerlei gedragingen van het eigen vlees om God te bewegen om redding te geven. Wilt U dit, wilt U dat, geef ons zus en geef ons zo. Een ritselingetje hier een bevindinkje daar. Kleine vonkjes en sprankelingetjes van heil en vree. En zo’n vonkje is heel wat. Biddend om stenen zijn ze dolgelukkig als er nog eens een stukje brood aan de steen mag blijken te kleven. Weeskinderen die volledig leven buiten de openbaring van een God die Vader is. Die de intimiteit en relatie missen en in de duivelse illusie zijn gevangen, dat ze met hun zelfkastijding Hem behagen.

Biddend om stenen zijn ze dolgelukkig als er nog eens een stukje brood aan de steen mag blijken te kleven.

Hoe moet het dan? Niet schreeuwen en roepen, niet de eigen werken inzetten. Er is een groot midden van het christendom. Daar kom ik dit gedrag niet tegen. Niet dat van baälpriesters, maar helaas ook niet dat van Elia. Meer dat van het volk wat toekijkt aan de voet van de berg. Hinkend op twee gedachten. Niet heet en niet koud. Lauwheid heeft daar zo de overhand gekregen dat het de standaard is geworden. Geen geschreeuw, geen boetedoen, maar ook geen intimiteit, geen levende relatie met God. Geen kracht van de Heilige Geest in hun leven. Het leven is geen avontuur vanuit de gemeenschap met God, maar een geestelijke vegeterende toestand.

Reformatie is echt nodig. Links, rechts en middendoor. Laat het vuur maar vallen, Heer. Vernietig onze altaren van lauwheid, zelfrechtvaardiging en dweperigheid. Kom met een heilig vuur wat ons vult met ontzag voor U. Een verterend vuur wat alles in ons reinigt wat niet is naar Uw wil. Niet omdat ik zo’n goede priester ben, maar omdat Jezus de hogepriester volmaakt is. Niet omdat ik zo’n geweldige profeet ben, maar omdat Jezus de volmaakte profeet is. Niet omdat ik zo wandel in koninklijke autoriteit maar omdat Jezus de Koning van de volmaakte autoriteit is. Ik in Hem en Hij in mij.

Mijn God antwoordt nog steeds met vuur. Louterend, verterend en reinigend vuur. Vuur wat ons doopt met passie en kracht om door te gaan. En ik zou je willen vragen om het altaar van je leven gewoon nu aan God aan te bieden. Waar je ook bent en wat je ook aan het doen bent. Misschien kan je even je handen openen. En misschien kan je even de woorden gewoon maar even fluisteren: Vader, vul mij met Uw vuur. Vul mij met Uw Geest. Neem alles weg wat niet van U is in mijn leven. Ik geef U alle ruimte en toestemming. Voor de zaak van de wereld, brandt als een vuur in mij. In Jezus' naam.

Heb je een vraag of opmerking voor Albert? Bezoek hier zijn Facebookpagina.

Reacties

B
Mbt. het gebed van Albert om "vuur" : lees even Matth. 3:7-12 , waar de grootste profeet ooit, Joh. de Doper, zegt dat Yeshua komt om te dopen met de Heilige Geest en vuur en dat dit betekent, dat Hij daarmee kaf en koren zal scheiden.

"Vuur" staat voor oordeel, net als op de Karmel ! Het kaf wordt verbrand en dat is een zeer grote meerderheid van de aardbewoners.

JHWH woont als Heilige Geest in hen die door Yeshua Hem toebehoren, die worden verzameld in Zijn Schuur.

Shabbath shalom

Ben Kok (joods-chr. pastor)
A
Het kaf van het koren scheiden. Vooral en allereerst in onze eigen levens.



Het vuur van God, waar Jezus on mee wilt dopen. Een beeld van loutering en reiniging en heiliging. Zoals goud door vuur beproeft wordt.



Dat is het vuur wat we nodig hebben. God is een verterend vuur. En Hij wil ons reinigen.



‘Laten wij daarom, omdat wij een onwankelbaar Koninkrijk ontvangen, aan de genade vasthouden en daardoor God dienen op een Hem welgevallige wijze, met ontzag en eerbied. Want onze God is een verterend vuur.’

??Hebreeën? ?12:28-29?
Toon meer antwoorden (3)
Toon meer reacties (8)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher