Drie waardevolle lessen uit Maleachi

God

07 mei 2018 door Leen Stehouwer

Drie waardevolle lessen uit Maleachi

Maleachi is een klein Bijbelboek, maar niet heel onbekend. Dat heeft ermee te maken dat Maleachi het laatste boek van het Oude Testament is en de bekende profetie over de komst van de profeet Elia bevat. Die profetie is een belangrijke brug tussen het Oude en Nieuwe Testament. Jezus maakte duidelijk dat de belofte van de komst van Elia in Maleachi vervuld werd in het optreden van Johannes de Doper (zie bijvoorbeeld Mattheüs 11:14 en Lucas 1:17).

Maleachi is levendig om te lezen. Dat komt omdat de boodschap van God verpakt wordt in de vorm van een dialoog tussen God en zijn volk. Afgezien van het opschrift en de afsluiting van het boek bevat Maleachi zes dialogen. Telkens komt hetzelfde patroon terug: eerst legt Maleachi namens God een bepaalde kritische stelling neer, dan volgt een kritische wedervraag van de Judeeërs en tenslotte geeft Maleachi bewijsvoering, toelichting en uitdieping van de eerder uitgesproken stelling. In het boek komen de diepste motieven van de toehoorders van de profeet aan de oppervlakte. Ze zijn herkenbaar, maar helaas vaak niet zo verheffend. Als wij echt durven te kijken, kan de boodschap van de profeet ook voor ons een heilzame spiegel zijn: drie waardevolle lessen uit Maleachi.

1. Je instelling blijkt uit wat je geeft
Maleachi moet namens God de priesters die God in de tempel dienen, stevig aanspreken (1:6-2:9). Hij verwijt hun gebrek aan ontzag voor God, zelfs minachting. De priesters lijken zich van geen kwaad bewust te zijn: “Hoezo minachten wij uw naam?” (1:6).

Hoewel ze het ontkennen, bewijzen de priesters hun minachting voor God door hun daden. Ze geven God niet het beste, maar offerdieren die zwak, kreupel, ziek, blind of gestolen zijn. Het offeren van minderwaardige dieren was streng verboden in de wet van Mozes (Leviticus 22:20-21).

God vergelijkt zichzelf met de gouverneur van de Perzische koning (1:8). Men zou de gouverneur zo'n dier niet aan durven bieden, want hij zou erdoor beledigd zijn. Ten aanzien van God zien de priesters er echter geen probleem in! Zo tonen zij hun minachting van God.

Het aanspreken van de priesters bepaalt ons bij de vraag wat wij zelf aan God geven. Onze afdankertjes of het beste wat wij hebben?

Het aanspreken van de priesters bepaalt ons bij de vraag wat wij zelf aan God geven. Onze afdankertjes of het beste wat wij hebben? Een fooi (niet gemeten naar de hoeveelheid geld, maar naar wat wij onszelf moeten ontzeggen om dit bedrag te kunnen geven, zie Marcus 12:41-44) of een bedrag waar we even van moeten slikken?
God heeft lief wie blijmoedig geeft. (2 Korintiërs 9:7)

2. God wil trouw
In Maleachi 2:13-16 vragen mensen zich af waarom ze ervaren dat hun relatie met God niet goed is en krijgen ze een ondubbelzinnig antwoord: het komt door ontrouw aan hun oorspronkelijke vrouw. God heeft het huwelijk hoog staan. Hij wil dat één man en één vrouw een duurzame relatie hebben en elkaar trouw blijven.

Om te begrijpen dat speciaal de mannen worden aangesproken, is het belangrijk om te weten dat in de tijd van Maleachi alleen de man besliste over gehuwd blijven of scheiden. Ook al jammeren en kreunen mannen tot God, hun trouweloze daden tegenover hun voormalige echtgenotes verraden hen: het gaat hen helemaal niet om God en leven naar zijn wil.

Toepassing van het principe uit Maleachi naar onze hedendaagse situatie is niet eenvoudig. De culturele omstandigheden zijn heel anders en het gaat altijd om mensen, mensen met hun pijn en hun noden. Vast staat dat trouw een onlosmakelijk bestanddeel is van liefde. Wie dat uit het oog verliest, kan door emoties en begeerte zomaar op een verraderlijk dwaalspoor belanden. Daarvoor is in onze gevoelscultuur vaak te weinig oog.

Goed omgaan met gebroken huwelijken en hun gevolgen is een lastige opgave voor de christelijke gemeente. Als ontrouw de oorzaak is, lijkt soms alleen de keus mogelijk tussen de hand voor de ogen houden of wettisch afwijzen. Het is broodnodig om te bidden om de wijsheid en de liefde van Jezus die zei:
Ik veroordeel u ook niet. Ga naar huis, en zondig vanaf nu niet meer. (Johannes 8:11)

3. Vragen om Gods ingrijpen
In de tijd van Maleachi zijn er mensen die cynisch praten over het uitblijven van het oordeel van God: Iedereen die kwaad doet, doet wat goed is in de ogen van de HEER, zulke mensen bevallen Hem. Waar is nu de God die rechtspreekt? (2:17)

We moeten niet ophouden onze vragen aan God te stellen, maar laten we wel opletten om niet in soortgelijk cynisme of afstandelijkheid te vervallen.

Als antwoord moet Maleachi profeteren over de komst van de Messias (3:1-5), Hij zal zeker komen. Hij komt met louterend en zuiverend vuur, en wie spottend naar zijn komst vraagt kan zich maar beter afvragen of hij dan zelf wel overeind zal kunnen blijven (3:2). Men moet maar niet aan de komst van de Messias denken als een veilig toekijken naar het oordeel over anderen!

Deze boodschap zet ons stil bij de manier waarop wij onze levensvragen aan God stellen. Uit het voorbeeld van gelovigen in de Bijbel blijkt dat daar veel ruimte voor is, denk maar aan Job over wie God uiteindelijk zegt dat hij juist over Hem heeft gesproken (Job 42:7) en aan psalmen waarin aan God indringende vragen worden gesteld. Hier in Maleachi gaan mensen met hun vragen echter over de grens. Dat doen ze door hun cynisme, maar ook doordat uit hun vraagstelling geen persoonlijke betrokkenheid op God blijkt. Ze vragen niet “God, waar bent U? Wanneer zult U rechtspreken?” maar “Waar is nu de God die rechtspreekt?”. We moeten niet ophouden onze vragen aan God te stellen, maar laten we wel opletten om niet in soortgelijk cynisme of afstandelijkheid te vervallen.
Is het vuur voor christenen een realiteit om van terug te schrikken? Het is in ieder geval een zaak om serieus te nemen, want vuur zal aan het licht brengen hoe wij op het fundament van Jezus Christus bouwen:

Laat ieder erop letten hoe hij bouwt, want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt – Jezus Christus zelf. Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro, van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is. Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is. Wanneer iemands bouwwerk blijft staan, zal hij worden beloond. Wanneer het verbrandt, zal hij daarvoor de prijs betalen; hijzelf zal echter worden gered, maar door het vuur heen. (1 Korintiërs 3:10b-15)

De vuurtest op de dag van het oordeel laat het belang zien van hoe wij hier en nu leven. Wie in dit leven de Heilige Geest, die heiligt en als door verhitting zuivert, ruimte geeft, zal eens in het bouwwerk van zijn of haar leven tot eigen verbazing goud, zilver en edelstenen ontdekken.

Leen Stehouwer is docent Oude Testament bij het Evangelisch College. De ETS-Bijbelcursus van het Evangelisch College is een interkerkelijke Bijbelcursus die wordt aangeboden op 55 locaties in Nederland en online. Elke lesmaand behandelt de cursus één Bijbelboek uit het Oude Testament en één Bijbelboek uit het Nieuwe Testament. Deze maand gaat de les Oude Testament over het Bijbelboek Maleachi. Klik hier voor meer informatie.

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher