Piet Vergunst

God

08 maart 2018 door Piet Vergunst, De Waarheidsvriend

Bidden: een oefening die iedere christen nodig heeft

Toen het er écht op aankwam, toen de lijdensbeker gedronken moest worden, kon de Heere Jezus zonder het gebed niet verder. Opnieuw valt de biddag volgende week in de lijdensweken. Wat in heel het leven van Christus praktijk was, gold bij het naderen van de dood intens en totaal: zonder het contact met de Vader was Zijn taak niet te volbrengen, schrijft Piet Vergunst in De Waarheidsvriend.

De Waarheidsvriend is het huisorgaan van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland.

Bidden, dat doe je concreet. We vragen specifieke dingen aan God. Aan het begin van een nieuw seizoen, waarin koren groeien zal op de akkers, waarin computers overuren maken, waarin mantelzorgers hun naasten liefhebben, bidden we om Gods zegen over het werk van onze handen. Die dag beseffen we met Salomo dat de wachter tevergeefs waakt, als de Heere de stad niet bewaart; dat bouwlieden tevergeefs zwoegen, als de Heere het huis niet bouwt. Als we bidden, schrappen we het woordje ‘maakbaar’ – een oefening die een christen voortdurend nodig heeft.

Concrete nood
Wie voorgaat in de openbare eredienst, heeft zich daarom te verdiepen in de concrete nood van onze tijd, van mensen die nu leven, van onze samenleving, van de gemeente en de kerk als geheel. Immers, als je de naam van de Protestantse Kerk in het gebed noemt, moet je weten wát we de Heere voor de kerk vragen, wat ze nodig heeft.

Wat zou het goed zijn om volgende week de Heere te smeken (ja, want bidden is intens, is meer dan ‘even’ iets noemen) om geroepen dienaars van het Woord, die gehoorzaam aan de Schrift in de kerk dienen, ook nu er dit jaar opnieuw velen met emeritaat gaan. Wat zou het goed zijn om te bidden voor goede verhoudingen in de kerkenraden, waarbij we de ander uitnemender achten dan onszelf, juist nu er op véle plaatsen spanningen zijn of een losmaking dreigt.

Armoede
De biddag richt zich vanouds op ‘gewas en arbeid’, op onze levensomstandigheden en onze bestaanszekerheid. Enerzijds zien we dan een economie die weer opbloeit, die al twee jaar lang meer dan twee procent groei vertoont. Wie hierin geïnteresseerd is, weet dat het beter gaat met de export, met investeringen, met consumentenvertrouwen.

In Zijn lijdensweg heeft de Heere Jezus de woorden die Jakobus (5:13) later schrijven zou, in praktijk gebracht: ‘Is iemand onder u in lijden? Laat hij bidden.’

Anderzijds leeft in ons land een op de negen kinderen in armoede. Nu is dat een volstrekt andere armoede dan in Jemen, Noordoost-Nigeria of Zuid-Soedan. In Nederland geldt van deze kinderen dat ze op school gepest worden, omdat ze merkloze of tweedehands kleding dragen of omdat ze de voedselbank nodig hebben. Individuele armoede geldt niet het land als geheel.

Voorbeeld nagelaten
In Zijn lijdensweg heeft de Heere Jezus de woorden die Jakobus (5:13) later schrijven zou, in praktijk gebracht: ‘Is iemand onder u in lijden? Laat hij bidden.’ De Heiland weet van rouw en gemis, handicap en chronisch ziek-zijn, van een blijvend lege plaats aan tafel of spanning op de werkvloer, van eenzaamheid en stil verdriet; Hij weet van de gevolgen van de zonde, al heeft Hijzelf de zonde niet gekend.

In Zijn gebedsleven liet Hij ons een voorbeeld na. Gedurende heel Zijn leven wist Hij Zich aangewezen op de kracht en de zegen van de Vader. ‘Ik kan van Mijzelf niets doen’ (Joh.5:30), woorden die een totale afhankelijkheid tonen. En waar het lijden heviger werd, werd het gebed intenser: bij de ingang van Gethsémané zonderde Hij Zich af en hoorden de discipelen: ‘Ga hier zitten, terwijl Ik daar ga bidden.’ Terwijl het zwaard tegen de Herder ontwaakte (Zach.13:7), bad Jezus voor de tweede en voor de derde keer.

Uw wil geschiede
Niet alleen vanwege de gebedshouding, ook vanwege de gebedsinhoud leert de kerk van Jezus’ leven en woorden. Dat mag volgende week onze kerkdiensten stempelen. Volledig is Hij gericht op de wil en de geboden van de Vader. Dat is iets anders dan allereerst vragen of zorg en verdriet ons leven voorbij zullen gaan. Terwijl de beker van Gods toorn (zie ook Jeremia 25) over Hem uitgestort wordt omdat God de zonde niet door de vingers zien kan, bidt Hij: ‘Laat Uw wil geschieden.’ Hij leerde gehoorzaamheid uit wat Hij geleden heeft.

Zullen we als kerk van Christus daarom op de biddag voor alles gericht zijn op de wil van God, uitgedrukt in de tien leefregels, Zijn geboden? Dan wenden we ons met concrete vragen tot de troon van Gods genade, gericht op de schepping en de samenleving, op gezinnen en op de kerk, op ieder van ons. Dat gebed is de dienst die we de wereld bewijzen, ook al weet zij er niet van. Dat gebed wordt – zo geloven we – verhoord. Als we ‘amen’ zeggen, belijden we met de catechismus dat ‘ons gebed veel zekerder door God gehoord is dan wij in ons hart gevoelen dat we van Hem begeren’. Om Christus’ wil, Die getrouw geweest is.

Lees hier het volledige artikel van Piet Vergunst en klik hier om De Waarheidsvriend te ontvangen.

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher