Ronald Westerbeek

God

24 januari 2018 door Ronald Westerbeek

Hoe we kunnen groeien in het verstaan van Gods stem

Hoe kunnen we groeien in het herkennen van Gods stem, en elkaar opbouwen met woorden die Gods Geest ons ingeeft? Daarover gaat de Winterconferentie van New Wine, op 16 en 17 februari in Houten. Alle deelnemers ontvangen een nieuwe gemeentecursus van New Wine: Luisterend bidden. CIP.nl nodigde New Wine-theoloog Ronald Westerbeek uit om hierover een blog te schrijven.

In de gemeente van Christus mogen we Gods stem leren verstaan en elkaar “opbouwen, troosten en bemoedigen” met woorden die de Geest ons ingeeft (1 Korintiërs 14:3). Maar op welke manier spreekt God dan, en hoe kunnen we ons oefenen in het verstaan van zijn stem? En hoe kunnen we woorden en indrukken op een liefdevolle, zorgvuldige manier met anderen delen, zonder dat we elkaar manipuleren? Daarover gaat de nieuwe gemeentecursus Luisterend bidden, die New Wine ontwikkelde. In zes bijeenkomsten ga je als gemeente op ontdekkingstocht. Je mag groeien in de verwachting dat God concreet spreekt met woorden en beelden, en leren hoe je dit zorgvuldig met elkaar kunt delen.
Deze nieuwe cursus komt volop aan bod op de New Wine Winterconferentie, die als thema meekreeg: “Gods stem verstaan – vertrouwelijke omgang met de Vader”. Want “profetie” begint met intimiteit met God de Vader, als zijn geliefde kinderen.

Juist op intensieve dagen, wanneer er veel mensen bij Hem komen die ziek zijn of belast door demonische machten, zoekt Jezus zijn Vader op.

Jezus is ons voorbeeld
In de evangeliën zien we hoe Jezus met zijn hele hart gericht is op het hart van zijn Vader. Regelmatig trekt Hij zich terug op een stille plek om met zijn Vader te praten, om dicht bij Hem te zijn en tijd met Hem door te brengen (bijvoorbeeld in Matteüs 14:23; Marcus 1:35; Lucas 5:16). Juist op intensieve dagen, wanneer er veel mensen bij Hem komen die ziek zijn of belast door demonische machten, zoekt Jezus zijn Vader op. Hij kijkt naar wat de Vader doet en spreekt de woorden die de Vader Hem geeft.
Jezus vertelt zijn leerlingen over zijn voortdurende afhankelijkheid van deze vertrouwelijke omgang met zijn Vader: “Waarachtig, Ik verzeker u: de Zoon kan niets uit zichzelf doen, Hij kan alleen doen wat Hij de Vader ziet doen; en wat de Vader doet, dat doet de Zoon op dezelfde manier. De Vader heeft de Zoon immers lief en laat Hem alles zien wat Hij doet” (Johannes 5:19–20). En: “Ik heb niet namens mijzelf gesproken, maar de Vader die Mij gezonden heeft, heeft me opgedragen wat Ik moest zeggen en hoe Ik moest spreken” (Johannes 12:49). Jezus leeft vanuit een gespreksrelatie met de Vader. In alles wat Hij deed - misschien wel bij elke onderwijzing, bij elke genezing en bevrijding - keek en luisterde Jezus steeds naar zijn Vader: “Vader, wat bent U hier aan het doen? Wat wilt U dat Ik nu doe? Welke woorden mag Ik namens U spreken? Hoe wilt U dat Ik spreek?”

Bidden zoals Jezus
Jezus nodigt ons uit om net zo’n vertrouwelijke omgang met God te hebben en zijn stem te leren herkennen. Lucas vertelt hoe Jezus op een dag aan het bidden is, en dat een van de leerlingen hem vervolgens vraagt: “Heer, leer ons bidden” (Lucas 11:1). De leerlingen van Jezus waren gelovige Joodse mannen, die waren opgegroeid met gebed. Maar blijkbaar bespeuren ze dat Jezus anders bidt, en een andere omgang heeft met God. Het verbluffende is dan dat Jezus níet zegt: “Maar Ik ben de Zoon van God, dus alleen Ik kan zo bidden.” In plaats daarvan laat Jezus zijn leerlingen delen in zijn eigen gebedsleven, in de adem van zijn vertrouwelijke omgang met zijn Vader: “Wanneer jullie bidden, zeg dan: Onze Vader…” (Lucas 11:2; Matteüs 6:9). Jezus nodigt zijn leerlingen uit om net zo vertrouwelijk met de Vader te praten als Hijzelf en om deel te worden van die vertrouwelijkheid tussen de Vader en de Zoon. Hij nodigt ons uit om de Vader niet aan te spreken als “God”, of “Vader van Jezus”, maar als “onze Vader”, “mijn Vader”. Als wij bidden tot God, bidden we vanuit een bijzonder bevoorrechte positie: als onvoorwaardelijk geliefde kinderen van de Vader. In de Zoon, en door de Geest, zijn wij kinderen van de Vader. Dat is onze identiteit! Dat is wie wij zijn!
Als we bidden, dan komen we als kinderen bij onze Vader. En Vader wil niets liever dan dat wij bij Hem komen en tijd met Hem doorbrengen. Dat we genieten van zijn liefde, en ons hart helemaal richten op zijn Vaderhart. Dat we zachtjes in ons hart laten landen dat we écht zijn geliefde zoon zijn, zijn geliefde dochter. Dat wij ons hart laten vullen met zijn liefde voor ons, voor alle mensen, en voor zijn schepping. Zodat we van binnenuit worden vernieuwd naar het beeld van Jezus, de eeuwige Zoon (Romeinen 8:29; 2 Korintiërs 3:18).

Medewerkers van God
In die vertrouwelijke omgang wil God ons leiden door zijn Geest en zijn woorden spreken in ons hart. Hij wil ons laten zien wat Hij aan het doen is in de wereld, en hoe wij daarbij mogen aansluiten – in de naam van Jezus en in de kracht van de Heilige Geest. Wij zijn “medewerkers van God”, zegt Paulus (1 Korintiërs 3:9). God wil zijn Koninkrijk brengen ín ons, en door ons héén. Hij nodigt ons uit om te leven naar het voorbeeld van Jezus, als mensen die zeggen: “Ik richt Mij niet op wat Ik zelf wil, maar op de wil van Hem die Mij gezonden heeft.” Als “medewerkers van God” mogen we – net als Jezus - steeds kijken en luisteren naar de Vader, en vragen: “Vader, wat bent U hier aan het doen? Wat wilt U dat ik nu doe? Welke woorden mag ik namens U spreken?”

Misschien spreekt God woorden in je hart, die je mag delen met de ander.
De Bijbel noemt dat “profetie”.

Opbouwend, troostend en bemoedigend
Als we luisterend bidden en Gods stem leren verstaan, dan is dat niet alleen voor onszelf. We mogen als “medewerker van God” ook met en vóór elkaar bidden. In dat gebed mogen we ons laten leiden door Gods Geest. Het kan zijn dat de Geest ons een richting wijst voor ons gebed en duidelijk maakt waarvoor we mogen bidden. Het kan ook zijn dat de Geest ons concrete woorden ingeeft om te bidden. Misschien spreekt God woorden in je hart, die je mag delen met de ander.

De Bijbel noemt dat “profetie” – woorden spreken namens God. Woorden die specifiek voor die ene persoon zijn, op dat moment, in die situatie. Woorden die Gods licht laten schijnen op onze werkelijkheid. Wie zo “profeteert”, zegt Paulus, “doet dat ten bate van de gemeente.” Het is opbouwend, troostend en bemoedigend! (1 Korintiërs 14:3–4).
En wat hebben we het hard nodig, om opgebouwd, getroost en bemoedigd te worden! Om ons gezien en gekend te weten door onze hemelse Vader. Om herinnerd te worden aan wie wij zijn in Christus. Om aangemoedigd te worden om daar dan ook naar te leven – als kinderen en erfgenamen van God (Romeinen 8:16–17), als “een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijk licht” (1 Petrus 2:9).

Wat hebben we het nodig om onszelf steeds opnieuw te zien zoals God ons ziet! Om onze omstandigheden te zien in het licht van Gods werkelijkheid! Om aangespoord te worden om “de weg te gaan van de goede daden die God mogelijk heeft gemaakt” (Efeziërs 2:10).
We mogen Gods stem leren verstaan, om opgebouwd, getroost en bemoedigd te worden. En om elkáár – de gemeente van Christus – op te bouwen, te troosten en te bemoedigen met woorden van God.

Lees hier meer over de Winterconferentie van New Wine.

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals
Vakanties
Hier adverteren?

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher