Conny Luchtenburg

God

24 januari 2018 door Conny Luchtenburg-van Cappellen

Mijn vader stierf met lege handen

Onlangs schreef Conny Luchtenburg-van Cappellen een veel gelezen ‘open brief aan alle reformatorische kerken’. In dit aanvullende artikel legt zij uit waarom ze het tijd vond om haar hartenkreet openbaar te maken. Conny schrijft over haar vader die enthousiast vertelde over de Heere Jezus, maar desondanks met ‘lege handen’ stierf.

Op deze manier wil ik degenen die mijn open brief destijds hebben gelezen, bedanken voor de bijzondere reacties. Het heeft me diep geraakt en deze gebeurtenis heeft op zichzelf al voldoende gezegd. Ik zag destijds in 500 jaar Luther ineens de kapstok waaraan ik mijn zorg kon hangen en dat werd door velen gedeeld. De plaatsing van dit nieuwe artikel doe ik met veel huiver omdat het niet draait om mijn persoonlijke verhaal. Aan de andere kant plaatst het mijn beschreven zorg misschien in het achterliggende perspectief.

Aanleiding tot het schrijven
Het schrijven begon begin vorig jaar. Een gesprek in mijn kinderkapsalon over kerkgang en opvoeding, haalde volledig de grond onder mijn kerkelijke zelfvertrouwen uit. Het was het moment waarop ik mij overgaf aan een blanco scherm en mijn gevoelsleven toevertrouwde aan een laptop die geen tegengas gaf. Fijn om ongecensureerd alles te kunnen zeggen en structuur aan te brengen in de chaos van gevoelens richting mens, kerk en God. Boven mijn schrijven kwam de titel: “de zoektocht naar mijn reformatorische God”. Het was heilzaam en verrassend. Door het schrijven mocht mijn verdriet om het sterven van mijn vader er ook weer zijn. Tijdens die schrijfmomenten leek het of God heel dichtbij kwam. Ik verwachtte het niet meer van mensen en hun goedkeuring, maar mocht met mijn pijn en verdriet schuilen bij Hem Die mij zag en kende. Door de stilte werd God “een God van dichtbij en niet van ver”. Ik heb mogen ervaren dat de Heilige Geest een werkelijkheid is.

Mijn vader had tijdens mijn jeugdjaren op huisbezoek nét iets te enthousiast verteld over de grote daden van God in zijn leven.

Afwijkend karakter gegoten in een systeem
Doordat ik mijn eigen (gevoels)leven en het kerkelijk leven in kaart bracht, trok ik ook conclusies en werd wat cynisch. Mijn liefde tot kerk en geloof kwam onder druk te staan. Het leek alsof ik tot een waarheid kwam dat mijn karakter (net als mijn vader) niet in het kerkelijk systeem past(e) waarin het was opgevoed. Dat karakter kan zich nooit kan onderwerpen aan een strak geloofssysteem. Ons brein, onze gedachtenstructuur, onze creativiteit, onze hang naar humor, vrolijkheid en vrijheid, onze AD(H)D-achtige neigingen; het maakt dat we nooit helemaal in het reformatorische systeem gaan passen. Mijn vader had tijdens mijn jeugdjaren op huisbezoek nét iets te enthousiast verteld over de grote daden van God in zijn leven. Daarop had de ouderling hem goedbedoeld toegesproken “laat dat maar even overwinteren en overzomeren”. Sinds die tijd vond ik hem een wat depressieve en twijfelzieke man worden. Jaren later werd hij ernstig ziek en eindigde mijn lieve 66-jarige vader op zijn sterfbed met “lege handen” en bad steeds: “Oh God, wil toch aan mij denken”. Terwijl hij vaak groot getuigenis gaf aan de artsen, ons gezin en de omgeving van de hoop en het geloof dat in hem was.

Stille hunkering naar overname
Destijds wilde ik zó graag dat de dominee ook de vrijmoedigheid had om de bekering van mijn vader over te nemen. Leefde dan na 18 jaar die stille hunkering naar menselijke erkenning en overname nog steeds in mijn hart? Na mijn vaders sterven konden wij niet vrijuit spreken over Gods grote daden. Maar nog hoor ik mijn vaders stem schallen boven de tonen van zijn zelfgebouwde pijporgel: “Wie heeft lust den Heer te vrezen, ’t Allerhoogst en eeuwig Goed? God zal zelf zijn leidsman wezen, leren hoe hij wand’len moet. ’t Goed dat nimmermeer vergaat, zal hij ongestoord verwerven. En zijn Godsgeheiligd zaad, zal ’t gezegend aardrijk erven”.

Een aanhoudende vraag
De vraag bleef aanhoudend op mijn hart liggen: zouden er veel mensen zuchten onder ervaringen die vergelijkbaar zijn en daardoor niet tot het rijke leven met God komen? We vinden het erg moeilijk om kleur te bekennen en onze naam ervoor over te hebben. Bij zaken zoals geloofsbeleving, blijdschap in het geloof, maar ook praktische dingen zoals scheidingen, andere geaardheid, jongeren die minder naar de kerk komen, worden mensen in een vakje gestopt en soms niet serieus genomen. Waarschijnlijk uit angst en dat is ook begrijpelijk. Maar de kerk mag zich toch kwetsbaar opstellen en veel meer in gebed en vertrouwen handelen? Er kiezen nu veel (jonge) mensen eieren voor hun geld. 'Dan ga ik maar, ze zijn me liever toch kwijt dan rijk.' Helaas blijven er dan veel open wonden bij de vertrekkende leden als ook bij de achterblijvende kerk(enraad).

De Heere Jezus stierf ook met lege handen aan het kruis. Zijn handen zijn nu vol van genade voor schuldige mensen.

Gods ontferming over het afwijkende
Dit kan ik gewoon niet meer verdragen, want het past niet bij het leven dat de Heere Jezus ons voorleefde in het Nieuwe Testament en heden ten dage nog steeds zo graag bij ons ziet. Hij ontfermde zich over de zondaren en tollenaren en nam arme vissers tot Zijn discipelen. Hij kwam naar deze wereld juist voor mensen die afwijkend of onmogelijk waren. De wereld om ons heen en onze jongeren hunkeren in deze moderne tijd naar “menselijke voorbeelden” die uitstralen dat de God uit de Bijbel echt gediend mág worden, het een heerlijke Koning is Die ons door Zijn Heilige Geest zo graag het leven door helpt. We mogen met Maarten Luther terug naar het pure evangelie in de Bijbel en dit niet BE-AMEN, maar er eenvoudig AMEN op gaan zeggen. Dan krijgt God alle eer die Hij verdient en onze medemens de juiste aandacht.

Onze waarheden opgelost
Mijn vader stierf met lege handen. De Heere Jezus stierf ook met lege handen aan het kruis. Zijn handen zijn nu vol van genade voor schuldige mensen. Mensen die anderen geen ruimte geven of juist mensen die te veel ruimte vrágen. Straks in de eeuwigheid moeten alle kinderen van God het ook goed met elkaar kunnen vinden. Dat lijkt nu een volstrekte onmogelijkheid. Gelukkig heeft God daar zelf de woningen bereid (Joh. 14). Daar is God gelukkig voor altijd bij ons en zullen al ónze waarheden door Hem weggegooid worden in “de poel der vergetelheid”. Dan zullen onze worstelingen misschien wel grootse wínst blijken te zijn. Dan mag ik tot mijn verwondering mijn afwijkende hoed inleveren voor de eerkroon die Hij voor mij verdiende (Ps. 89 vs. 8 berijmd). Dan mag ik mijn afwijkende kleding inleveren voor de witte mantel der gerechtigheid die Hij eveneens voor mij verdiende (Jes. 61 vers 10). Dan wast Hij mij witter dan de sneeuw (Jes. 1 vers 18) en mag ik al mijn vuiligheid en verdriet aan Zijn voeten leggen en brandt die begerige vraag op mijn lippen: is mijn Vader/vader ook bij U? Dan verwacht ik liefdevolle armen en een liefdevolle blik: ja, uw Vader/vader is daar, en Hij/hij roept u!

Dit artikel is geschreven door Conny Luchtenburg-van Cappellen.

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher