God

22 januari 2018 door Arie-Jan Mulder

Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten

Zachtmoedigheid is een beetje een ouderwets woord. Het woord komt van een zacht gemoed, dat wil zeggen een zacht innerlijk. Vriendelijkheid of zachtmoedigheid is het tegenovergestelde van zelfbevestiging en eigenbelang. Egoïsme is alles naar jezelf toe willen halen, uit een soort angst dat je tekort komt. Zachtmoedigheid heeft te maken met durven loslaten en niet voortdurend bezig zijn met je eigen persoonlijke belangen.

Voor een gelovige komt het voort uit vertrouwen in Gods goedheid en zijn beheersing van de toestand, hoe dan ook. De vriendelijke mens is niet alleen met zichzelf bezig maar ook met de ander. Dat betekent niet dat je altijd maar leuk en aardig doet. Jezus was soms ook niet makkelijk voor bepaalde mensen. Maar het wezenlijke is dat je nederig God zoekt en dat daardoor je gedrag wordt bepaald en niet door je natuurlijke impulsen. Net als alle zaligsprekingen gaat ook deze niet over een natuurlijk aanleg. Jezus zegt hier niet dat je gelukkig bent als je toevallig geboren bent met een nogal vriendelijk karakter. Nee, hij heeft het voortdurend over de manier waarop we naar de dingen kijken en de keuzes die we daarbij maken. Zachtmoedigheid is de keus om de ander ruimte te geven.

Bij het horen van de zaligsprekingen hebben we als het ware eerst gekozen om nederig van hart te zijn, en vervolgens gekozen om met Gods ogen naar de dingen te kijken. Hier in de derde zaligspreking ondervinden we de consequentie van die eerste twee keuzen. Nu staan we namelijk voor de keus om de ander de ruimte te laten, en over ons eigen egoïsme heen te stappen. Dat is eigenlijk weer een onmogelijkheid voor de natuurlijke mens. En dus is ook dit weer een werk van de Heilige Geest, iets dat God in ons zal moeten doen.

Zachtmoedigheid is de keus om de ander ruimte te geven.

En het gevolg van onze bereidheid om een stapje terug te doen, is dat we het land zullen bezitten, zegt Jezus. Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt (en trouwens ook het vergelijkbare Hebreeuwse woord) betekent zowel aarde als land. Deze uitspraak kan dus over allebei gaan. Maar het gaat natuurlijk niet over een lapje grond, of over de macht in een land, want ook dit is een aloud bijbels thema: eerst krijgt de mens de aarde toegewezen (in de hof van Eden), dan wordt aan Abraham land beloofd, dan aan Israël het land gegeven, en nu verwachten wij zelf een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. God geeft ons plaats om te wonen, om mens te zijn met de mensen.

Maar wij zullen dat niet zelf veroveren. Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt voor ‘bezitten’ betekent namelijk: als erfenis krijgen, of toegewezen krijgen. Wij kunnen zelf niet de wereld veroveren. Christenen zijn zwakke mensen, mensen die beseffen dat dat beetje kracht dat ze hebben niet het verschil maakt. Het is onze gevallen natuur die groot en sterk wil zijn. En we moeten erg oppassen dat die neiging niet doordringt in ons geestelijk leven. Wij zijn arm, neergebogen door de zondeval. En onze enige redding is nederig te worden en te buigen voor God.

Onze kracht is in God, niet in onze eigen inspanning. Wie op God vertrouwt, en zijn eigen rechten op een plek in de wereld durft los te laten, juist die krijgt een plaats om te wonen. Nu al krijgen we bij God een plek om ons veilig te voelen, en straks zullen we letterlijk bij hem wonen. Wat een geweldig perspectief schetst Jezus hier.

Arie-Jan Mulder is spreker en schrijver. Klik hier om zijn website te bezoeken.

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher