Wiebe Feddema

God

17 januari 2018 door Jeffrey Schipper

"We moeten relaties uit onverwachte hoek niet negeren"

“Als mensen verlangen we naar relatie, we verlangen naar vergeving. Deze accepteren we graag van mensen van ‘ons eigen soort’, maar niet van een vreemde. We moeten relaties uit onverwachte hoek niet negeren, maar dezen juist op waarde leren schatten.” Wiebe Feddema deed in Noord-Friesland onderzoek naar betekenisvolle relaties binnen en buiten de christelijke gemeente. CIP.nl stelt hem een aantal vragen over relaties, kerk-zijn en de Barmhartige Samaritaan.

De CHE is een bruisende christelijke hogeschool en kenniscentrum. In alle studies staan mens en maatschappij centraal. De CHE vindt het belangrijk dat je je geloof bij je werk betrekt!

In Noord-Friesland ging je op zoek naar betekenisvolle relaties tussen meelevende gemeenteleden en niet-meelevenden. Wat houdt dat eigenlijk in; een betekenisvolle relatie?
“Een relatie ontstaat vaak doordat mensen elkaar vaker ontmoeten in een vast patroon. Voor de hand liggend is natuurlijk je familie. Daarnaast ontstaan betekenisvolle relaties tijdens de jeugdjaren bijvoorbeeld op school, in de kerk, of via de sportvereniging. Verder ontstaan betekenisvolle relaties onder andere op het werk, in vrijwilligerstaken, op de buurt of via de kinderen op school. Het patroon van ontmoeten is vaak eerst van buiten opgelegd en wordt dan vrijwillig voortgezet. Regelmatige ontmoetingen op school monden uit in regelmatig afspreken buiten school. Een collega wordt een keer thuis uitgenodigd en zo ontstaat een diepere vriendschap.

In een betekenisvolle relatie is er een ontmoeting van hart tot hart. Mensen zijn present bij elkaar en hebben aandacht voor elkaar en er wordt gecommuniceerd. De communicatie is zowel verbaal als non-verbaal. Daarin is ruimte om van alles met elkaar te delen, zin en onzin. Een relatie is vooral betekenisvol wanneer er ruimte is om gevoelens met elkaar te delen, verdriet, boosheid, angst, maar ook blijdschap. Hoewel je jaren bevriend bent met iemand, kan het zijn dat gevoelens nooit echt ter sprake komen. Toch wordt dat wel gedeeld, onuitgesproken misschien. Vooral tijdens betekenisvolle momenten komt een betekenisvolle relatie tot uiting. Denk maar aan een trouwerij, een geboorte of meer ingrijpend een overlijden. Dan ontdek je op eens de waarde van betekenisvolle relaties, hoe dicht mensen bij je kunnen staan. En hoe belangrijk het is om een gemeente, vrienden en familie te hebben.”

"Tijdens een trouwerij, een geboorte of een overlijden ontdek je opeens de waarde van betekenisvolle relaties, hoe dicht mensen bij je kunnen staan."

In sommige gemeenten is een diepe kloof tussen meelevende gemeenteleden en niet-meelevenden. Hoe verklaar je dat?
“Het is daarin goed om te kijken naar de gehele context waar de gemeente in staat,” maakt Wiebe duidelijk. “Hoe kun je de omgeving typeren? Daarin zijn er meerdere aspecten te benoemen. Een belangrijk aspect is hoe mensen omgaan met veranderingen. Hierbij kun je denken aan veranderingen op het werk, in het dorp, of op bestuurlijk gebied in de regio. Als mensen weerstand bieden tegen veranderingen in hun dagelijkse leven, zullen ze dat ook binnen de gemeente doen en dat kan een kloof opleveren. Het kritisch bekijken van veranderingen is een veilig overlevingsmechanisme. Toch kan het ook een bedreiging zijn. Een gemeente die alle veranderingen wantrouwig weert, zorgt ervoor dat daar een bepaalde cultuur gaat heersen. Een cultuur van angst en wantrouwen tegen alles van buiten. De blik van zo’n gemeente is vooral naar binnen gericht, en beschermt zich tegen de ‘boze’ buitenwereld.

Daar komt bij dat de kerk het lange tijd voor het zeggen heeft gehad in sommige contexten. Deze houding van macht is lang blijven hangen. Nog steeds kan er een houding zijn vanuit de kerk tegenover de mensen van ‘zo hoort het’. Pastoraal gezien heeft dit schade opgeleverd. De kerk heeft nog steeds richting te bieden, maar dient een andere toon aan te slaan.

Bovenstaande twee punten leveren bij niet-meelevenden een stigma op: de kerk is tegen alles van buiten, en zal mij wel even vertellen hoe ik moet leven. Zelfs bij meer betrokken leden gaat dat wringen: willen we zo’n kerk zijn? Hierdoor wordt de kloof gevoed en vinden er over en weer tussen meelevende en niet-meelevende gemeenteleden weinig opbouwende gesprekken meer plaats.

Juist jongere generaties zijn breder georiënteerd en eerder geneigd tot veranderingen. En zij trekken zich minder aan van gezag in het algemeen. Ze leven meer fluïde, gaan mee met de flow van vriendengroepen en minder van hun ouders en de kerk. Zij trekken zich niks aan van instituties. Dit botst. Jongere generaties willen best op weg geholpen worden in leven en in hun geloof, maar dan op een manier die bij hen past.”

"We moeten relaties uit onverwachte hoek niet negeren, maar dezen juist op waarde leren schatten."

Hoe kunnen kerken zorgen voor betekenisvolle relaties tussen meelevende gemeenteleden en niet-meelevenden?
“Om te beginnen past de gemeente een houding van vertrouwen. Zij is gemeente van Christus en Christus geeft en bouwt de gemeente. Hij laat niet los wat Zijn hand begon. Daar mogen we eerst voor danken. En als je God dankt voor jou gemeente, waar dank je dan voor? Ten diepste danken we voor de verzoening tussen God en mensen door zijn Zoon Jezus. Deze verzoening zorgt voor het herstel van de gebroken relatie tussen God en ons. Vanuit de gemeenschap met God zullen we in de gemeente ook de onderlinge gemeenschap moeten zoeken en voeden. Dat betekent het verdieping van onderlinge relaties in de gemeente.

Als dank voor de redding door Jezus zet de gemeente zich dankbaar, enthousiast en verantwoordelijk in om iets van dit koninkrijk van God door te geven. Samen inzetten voor gerechtigheid, voor de schepping en verzoening. In de onderlinge ontmoetingen in de gemeente kunnen de uitdagingen die het geleefd geloof geeft in het dagelijkse leven worden gedeeld. Welke vragen levert dat op en hoe kunnen we de uitdagingen aan gaan? Om met Stefan Paas te spreken: ‘De buitenwereld voor God brengen en God bij de mensen brengen.’ Relaties met de omgeving aangaan om zo te verstaan waar God voor gedankt en gebeden kan worden in de omgeving. En daarnaast te verstaan wat God aan het doen is in de omgeving. Daarbij past een nederige houding, geduld met niet-meelevenden en vooral het in gesprek blijven met elkaar.

Daarnaast is het goed om aan te sluiten bij jongvolwassenen en ook lossere vormen van kerk-zijn toe te staan. Help mensen in losse groepjes bij levens- en geloofsvragen vanuit de georganiseerde structuur van de kerk, geef de predikant daar ruimte voor. Een voorbeeld kan zijn om een groepje jonge ouders te verzamelen rondom het thema geloofsopvoeding, of via een meelevende jongvolwassene in contact te komen met een vriendengroep waar vragen leven rondom geloof en wetenschap en hier een losse avond over verzorgen. Dat vraagt een stevig commitment van de predikant met de gemeente en gemeenschap.”

Wat heeft de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan ons te zeggen als het gaat om een betekenisvolle relatie?
“Dat er redding komt uit ongewenste en onverwachte hoek. Toen ik eens een training volgde bij een zendingsorganisatie over zending, was daar telkens iemand die mij hielp. Ik vond diegene erg irritant en hij bleef maar doorgaan met mij behulpzaam te zijn. Ik minachtte hem. Maar hoe nukkig of geïrriteerd ik ook reageerde, hij bleef behulpzaam. Zo iemand houdt je op dat moment een spiegel voor: je wilt groeien in persoonlijkheid en geloof, maar laat je niet helpen door iemand die God op je weg plaatst. Het liefst groei je op eigen kracht en help je graag andere mensen, zelf wil je niet geholpen worden. En als je wel wordt geholpen wil je worden geholpen door iemand die belangrijker lijkt te zijn. Maar op dat moment was juist diegene belangrijk voor mij, die mij zo irriteerde.

Daaraan moest ik denken toen ik de uitleg van de Barmhartige Samaritaan van Samuel Wells las: ‘De vraag die Jezus met de gelijkenis stelt is: wie zijn jullie, ben je het slachtoffer in de goot, of ben je de priester en de Leviet, die in vrede denken te leven?’
Het fundamentele evangelie is dat we falen om ons zelf te redden, en niet in staat zijn om anderen te redden, maar dat Jezus ons wel redt. De gelijkenis gaat niet om wat wij moeten doen, maar over wie wij zijn en over de vraag wie Jezus is. Wij zijn niet de Samaritaan, en ook niet de priester en de Leviet. Wij zijn de man die geslagen, gewond en halfdood op straat ligt. Wij zijn degene die hulp nodig heeft. We verlangen naar relatie, we verlangen naar vergeving, we verlangen naar verzoening, en eeuwig leven. Deze accepteren we graag van mensen van ons eigen volk (priester of Leviet), maar niet van een vreemde.

De gelijkenis helpt ons als het gaat om de onderlinge relatie in de kerk en daarbuiten. In de relatie zelf kun je verrast worden, in degene die je ontmoet kun je iets van Jezus ontdekken en ook jij kan onverwacht iets van Jezus laten zien aan de ander. De wederkerigheid blijkt hieruit. We moeten relaties uit onverwachte hoek niet negeren, maar dezen juist op waarde leren schatten. Ook als het een relatie met een niet-christen betreft.”

Wil je meer weten over het afstudeerproject van Wiebe Feddema? Hij is per e-mail bereikbaar.

Benieuwd naar de CHE-opleiding Godsdienst Pastoraal Werk (GPW)? Klik hier voor meer informatie.

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher