Ds. A. J. Mensink

God

12 januari 2018 door Ds. A. J. Mensink, De Waarheidsvriend

Hoe werkt God nu?

"Een stukje houvast kunnen we wel gebruiken. Als de apostel zegt dat Jezus Christus gisteren en heden Dezelfde is en tot in eeuwigheid, dan staat er in ieder geval iets vast.
Voor de rest lijkt alles maar in verwarring te zijn," schrijft ds. A. J. Mensink in De Waarheidsvriend.

De Waarheidsvriend is het huisorgaan van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland.

"Ook de gereformeerde wereld is in verwarring, heeft lange tijd het imago gehad van het allemaal zo zeker te weten. Maar heeft de verwarring ook niet toegeslagen onder gereformeerden en hervormd-gereformeerden, als het gaat om de hermeneutiek? Het afgelopen jaar is er een enorme hermeneutische verlegenheid aan de dag getreden. Hoe lees je de Bijbel? Hoe functioneert het gezag van de Heilige Schrift in het heden, in het leven met de Heere, in de prediking, in de theologie? Hebben we nu last van te veel hermeneutische bezinning of juist van te weinig?

Gods werk
De eerste spiegel werd mijzelf helder, toen ik me verdiepte in de vragen van de dertigers. Een van de dingen waarmee wij de dertigers nogal eens willen typeren, is hun gebrek aan gevoel voor geschiedenis. Aan tradities hebben ze geen boodschap, het verleden hoeft toch ons heden niet te bepalen? En hoezeer wij tradities steeds uitleggen (en we kúnnen ze ook uitleggen, het zijn verantwoorde tradities!) – we krijgen de dertigers er meestal niet meer warm voor.

Ook de gereformeerde wereld is in verwarring, heeft lange tijd het imago gehad van het allemaal zo zeker te weten.

Nu kun je een goede discussie over traditie opzetten en duidelijk maken dat geen mens zonder traditie kan en is, maar daarmee heb je veel dertigers niet overtuigd. Naast het feit dat ik daar zorg om kan hebben, is één vraag van de dertigers me heel diep in het hart geslagen. Waar ik dacht dat hun vraag was: ‘Hoe leef ik met God in deze tijd?’ zeiden zij zelf: onze vraag is: ‘Hoe wérkt God in deze tijd’? De dertigers (en een veel groter deel van de gemeente die ’s zondags voor ons zit) leggen daarmee een brandende kwestie op tafel: de vraag naar de realiteit en het werk van de levende God nú. Waar zie ik Hem aan het werk in deze wereld, in de kerk, in mijn eigen leven? Langs welke wegen beweegt Zich Gods werk?

Vroeger
Toen ik die vraag op me liet inwerken, dacht ik: het zal toch niet waar zijn dat ik in mijn verkondiging de indruk wek dat zij moeten geloven in een God van vroeger? Hoe komt het dat veel mensen (en niet alleen jongeren) bij de kerk al gauw de gedachte hebben: dat is oud, iets van vroeger? Want de tradities zijn van vroeger, de catechismus is van vroeger, de dominees stammen uit een andere eeuw, en de Bijbel…ja, die is ook van vroeger. En God…? Is Hij ook van vroeger? En moet ik zo in Hem geloven? Maar hoe is Hij dan een levende werkelijkheid nú?

Bedoelt de apostel dát? Dat Jezus Christus vandaag Dezelfde is als gisteren? En dat je dus vooral veel naar gisteren moet kijken en luisteren? En dat we als dominees dus vooral historiserend moeten preken?

Tegenovergestelde
De tweede spiegel staat er recht tegenover. Je krijgt zo hier en daar de indruk dat God niet meer Dezelfde is, dat Hij verandert. Zo niet van wezen, dan wel van opvatting. Ik denk daarbij niet zozeer aan de oude dwaling dat de God van het Nieuwe Testament een andere is dan die van het Oude Testament, al heeft het er misschien wel mee te maken. Dat God met de tijd meegaat. En dat de Bijbel één fase vertegenwoordigt, een momentopname in dat eeuwenlange proces van beweging in God. Hij beweegt mee, met de tijd, met de mensen, met de cultuur. Zodanig dat je, aangekomen in een ándere cultuur, kunt zeggen: wij weten meer dan Paulus wist. Over seksualiteit en homoseksualiteit bijvoorbeeld. Over de roeping van man en vrouw in de gemeente, in het ambt. Dat God meer ruimte geeft dan Paulus in zijn dagen wist, of kon zeggen. Zodanig dat je, levend in een ander tijdsgewricht, kunt zeggen: de tekst betekent zijn tegenovergestelde. Er dríngen zich bij het bijbellezen in onze cultuur enorme vragen aan ons op, en ik wil dan ook allesbehalve chargeren. Maar het gebeurt wel. En het raakt ook aan de katholiciteit van de kerk en van ons geloof: geloof ik, belijd ik, preek ik dezelfde God als die door alle heiligen van alle eeuwen en plaatsen beleden wordt?

We voelen wel aan: als God een God-in-ontwikkeling wordt, zijn we de Schrift kwijt. Zo niet als bron, dan wel als norm.

Verlegenheid
We voelen wel aan: als God een God-in-ontwikkeling wordt, zijn we de Schrift kwijt. Zo niet als bron, dan wel als norm. Dan wordt de Schrift een momentopname van Gods lange weg door de geschiedenis. Een van de eerste terreinen waarop dat zichtbaar wordt, is de ethiek. Omdat de ethiek zich bezighoudt met het leven als beeld Gods – maar wat moet je normatief over het beeld Gods zeggen als er geen schriftgenormeerd beeld van God Zelf meer is? Wij worden met een enorme verlegenheid geslagen nu we wegen moeten wijzen inzake seksualiteit en homoseksualiteit, inzake de vrouw in het ambt… en als we niet oppassen, vervallen we in een ethiek die op z’n minst de indruk wekt dat God van gedachten is veranderd.

Onwankelbaar
Ik haast mij om tussen deze twee spiegels door een troostvolle weg te vinden. Wat tróóst u de onveranderlijkheid Gods, zouden we met de Heidelberger kunnen vragen.

Het is ontroerend om te zien dat de Hebreeënschrijver ons één vers eerder wijst op onze voorgangers. Dat wij letten op de uitkomst van hun wandel. Wij hebben negen overleden collega’s herdacht. Ze hebben het Woord verkondigd. Ze hebben uit dat Woord geleefd, vaak niet zonder aanvechting. In hun sterven hebben zij, de een meer dan de ander, mogen getuigen van de vrede van Christus. Ze hebben zich vastgeklampt aan Hem Die zij in Zijn dienst mochten verkondigen en aanprijzen. Wij staren hen in dankbaarheid na. Zij zijn niet beschaamd geworden.

En metéén daarachteraan staat dan dat machtige: dat Jezus Christus gisteren en heden Dezelfde is en tot in eeuwigheid. Het heeft zin om op Hem te hopen! Het heeft zin om Hem te verkondigen! Hij is zo trouw, de geslachten door. Zijn verbond is zo onwankelbaar."

Ds. A. J. Mensink is voorzitter van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond en predikant van de hervormde gemeente te Elburg. Lees hier het volledige artikel en klik hier om De Waarheidsvriend te ontvangen.

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher