de gezalfde

De Gezalfde: Een lelijk eendje (IV)

30-11-2017 door Matthijs Vlaardingerbroek

De Joy gemeente is over de afgelopen tien jaar uitgegroeid naar meer dan duizend leden. John heeft succes! Ik merk dat John en Annelies een aantrekkingskracht op me hebben. Iets in me wil precies zijn zoals hen.

Na John vijf jaar niet te hebben gezien, kom ik hem onverwachts weer tegen. In oktober 2001 ga ik naar een landelijke ontmoetingsdag over eenheid in de stad. Plotseling hoor ik mijn naam roepen. Als ik me omdraai, komt John met grote stappen op me af en geeft me een grote hug. Hij ziet er goed uit. Hij zit strak in het pak. Zijn haar ziet eruit alsof hij vanmorgen nog naar de kapper is geweest. Hij straalt charisma en succes uit. Hij geeft mij een van zijn stralende glimlachen. Het valt me op dat zelfs zijn tanden stralend wit zijn.

Ik voel me een beetje ongemakkelijk. Ik heb gewoon een spijkerbroek en een net shirt aan, maar vergeleken met hem ben ik het lelijke eendje, en is hij de stralende zwaan. Hij is nu een van de meest succesvolle voorgangers van Nederland, de rijzende ster in de evangelisch-charismatische wereld.  “Leuk je te zien, man. Hoe gaat het met je?” Ik vertel hem over onze plannen voor gemeentestichting in een achterstandswijk; dat we net begonnen zijn en eigenlijk nog niemand in onze kerk hebben. Ik vertel dit een beetje schaapachtig. John staat volgens de laatste geruchten op 1300 leden in zijn gemeente. Klinkt een beetje dom om dan te vertellen over een gemeente waar je nog niemand hebt.

“We hebben ons aangesloten bij Life, een megakerk in Colorado. Gelukkig zijn we die kapotte, consumerende geestzoekers nu kwijt.”

John heeft mijn kerkelijke carrière niet zo goed gevolgd als ik die van hem. Ik denk: “Je moest eens weten wat ik allemaal over je heb gehoord.” Ik voel me net een privé-detective. We raken in gesprek en gaan ergens zitten met een kopje koffie. Ik vraag hem naar G12 en hoe dat gaat. “We zijn niet meer bezig met G12,” zegt John. “We hebben ons aangesloten bij Life, een megakerk in Colorado.” Vol enthousiasme vertelt hij mij over deze megakerk in Amerika van 15.000 mensen, met een gezalfde senior pastor Michael. Hij en Annelies waren er dit jaar al vier keer geweest. Ze mochten zelfs logeren op de ranch van pastor Michael. Ze richtten zich als gemeente nu op jongeren, jongvolwassenen en jonge gezinnen. De hele gemeente was omgegooid. Alles werd nu per minuut geregisseerd. Ze concentreerden zich nu op hoge kwaliteit op het gebied van geluid, film en licht. “Het moet net zo goed zijn als in een disco of nachtclub.”

Het valt me op dat wat John nu over zijn gemeente vertelt wel erg verschilt van de tijd van de Toronto Blessing, toen hun diensten soms vier uur duurden, waar van alles kon op het podium en niks geregisseerd leek te zijn. “Hoe vinden de mensen in de gemeente dit? Het moet wel heel anders zijn dan tijdens de Toronto Blessing,” vraag ik hem. “Ja, maar die mensen zijn gelukkig weg. Het was nooit onze bedoeling om deze mensen aan te trekken. Je weet dat we toen van die verfrissingsavonden hielden. Onverwachts wilden deze mensen deel worden van onze gemeente. Maar joh, dat zijn van die geestzoekers. Daar kan je geen gemeente mee bouwen. Ze willen alleen maar consumeren. Eigenlijk heb je niks aan dat soort mensen. Ze zijn zo weg. Eigenlijk allemaal kapotte mensen die alleen maar op zoek zijn naar hun volgende geestelijke fix.”

Terwijl ik hem dit hoor zeggen, schiet er van alles door mijn hoofd: “Volgens mij gebeurde dat niet zo onverwachts, en had je die mensen dan niet kunnen stoppen? Je had ze toch ook terug kunnen sturen naar hun eigen gemeenten? Streelde het je ego niet dat jouw gemeente ineens zo enorm groeide? Heb je ze financieel niet geplukt? Misschien zijn het consumenten, maar je hebt toch ook net zo hard van hen geconsumeerd…”

Ontvang het online magazine voor christenen!

Daily Newsletter
Weekly Newsletter

Natuurlijk zeg ik dit soort dingen niet. Wat dat betreft ben ik een schijterd. Ik denk dat soort dingen, maar sta tegelijkertijd vriendelijk te knikken. Ik voel me even een enorme hypocriet. Maar weet je wat het is? John is iemand die altijd in alles in de dominante rol stapt. Hiermee dwingt hij je om óf het conflict met hem aan te gaan óf in een ondergeschikte rol te stappen. Ik huiver voor conflicten. Ik weet dat het zwak is, maar wat heb ik voor ammunitie? Ik kan hem vertellen wat voor verhalen ik over hem gehoord heb, maar dan schuift hij dat weg als geroddel. Waarbij hij mij gelijk kan verwijten dat ik naar dit soort roddel luister en mij hierdoor laat beïnvloeden. Het is allemaal tweedehands informatie wat ik over hem weet. Daar kan ik hem niet mee confronteren. Dus ik knik vriendelijk mee.

“Ik voel me een schijterd dat ik John niet durf te confronteren. Ik sta gewoon vriendelijk te knikken.”

John gaat verder: “Toen we vier jaar geleden het G12-model in de gemeente introduceerden, gingen al een hoop van deze religieuze geesten weg. Ze wilden alleen maar de vrijheid, maar zich niet schikken in de cellen.” “Ze wilden niet de cel in,” grap ik. John kijkt mij bedenkelijk aan. Deze grappen werken niet bij iemand als hem. Ik probeer mijn grap toe te lichten: “Ze voelden zich misschien opgesloten in jullie model. Misschien ervoeren ze het als een gevangeniscel.” Ik zie aan John’s ogen dat we even op een andere planeet zitten. “Deze mensen willen zich aan niemand onderwerpen. Ze zijn als de Joden in de woestijn die elke keer terug willen naar Egypte. Je weet wat er met hen gebeurde.” “Wat dan?”, vraag ik hem om te peilen waar hij naar toe wil. “De grond opende zich en slokte hen op. Deze mensen worden in hun rebellie ook opgeslokt door de wereld.”

“Maar het gaat goed met jou?”, vraag ik hem. “Ik heb gehoord dat je als gemeente verhuisd bent naar de grote zaal in het centrum. Woon je nog steeds in het flatje naast het oude gebouw?” Beetje ondeugend, maar ik ben benieuwd naar wat waar is van hun financiële voorspoed. John knikt enthousiast. “De Heer is heel goed voor ons geweest.” “Niet alleen de Heer,” denk ik. “We wonen nu in Blaricum. Ken je dat? Het is een heerlijk dorp – lekker rustig voor de kinderen. Heb ik je al verteld over de aanbiddingsschool die we vanuit Joy landelijk gestart zijn? Annelies en ik zijn hier de directie van.” John geeft me een visitekaartje met daarop contactinformatie over deze aanbiddingsschool. Achter John’s naam staat zowel directeur als CEO.

“Het valt me op dat je CEO achter je naam hebt staan. Ik weet dat het een Engelse afkorting is, maar waar staat het ook alweer voor?” “Chief Executive Officer,” antwoordt John snel. “Is dit een andere naam voor senior pastor?”, vraag ik hem. Hij kijkt me aan alsof ik dom ben. Volgens mij is hij het niet gewend dat mensen hem dit soort vragen stellen. “Weet je, Matthijs. We zijn niet alleen maar een gemeente meer. In mijn werk binnen de gemeente functioneer ik inderdaad als senior pastor. Maar ons werk is de afgelopen jaren zo gegroeid dat we naast de gemeente Joy een sterk groeiend en goed ontwikkeld kinderwerk en jongerenwerk hebben. We hebben nu ook een eigen kinderopvang. We hebben een eigen televisiestudio. We zenden onze diensten uit op de plaatselijke kabel, maar hebben plannen voor meer. De school voor aanbidding draait goed met cursisten uit het hele land. Annelies en ik geven leiding aan dit gehele werk, vandaar de titel CEO.”

Ik knik en geef hem ook mijn kaartje. Onder mijn naam staat ‘kerkelijk opbouwwerker’. “Hum, kerkelijk opbouwwerker, hè!” Hij stompt me op de schouder. “Ik vond het erg leuk je weer eens te ontmoeten. Laten we binnenkort eens afspreken. Bel me snel eens even op.” Hij geeft me weer een van zijn stralende glimlachen.

“Aan terugbellen kunnen we niet beginnen. Weet je wel hoeveel telefoontjes pastor John per dag krijgt?”

In de auto onderweg naar huis heb ik genoeg tijd om na te denken over mijn gesprek met John. Ik heb me weer door hem laten imponeren. Het valt me wel op dat ze als gemeente voortdurend met de meest succesvolle stroming binnen de evangelische en charismatische wereld meegaan. “John lijkt iemand te zijn die goed kan surfen.” denk ik glimlachend. “Hij weet precies wanneer hij op een succesvolle golf moet springen en komt er ook weer op de juiste tijd vanaf. Met elke golf lijkt hij een grotere gemeente te krijgen. Nu kopiëren ze deze Amerikaanse megagemeente tot in de kleinste details. Niet erg origineel of creatief, maar voor hem wel succesvol…”

Ik merk bij mezelf dat ik iets heb gevonden waardoor ik een beetje op hem neer kan kijken. Creativiteit is voor mij heel belangrijk. Ik vind niks leuker dan om creatief met dingen bezig te zijn. In ons werk proberen we alles creatief te doen. Kopiëren is strikt verboden. Smurkend denk ik: “Niet erg creatief van ze. Op zo’n manier kan ik ook succesvol zijn…” Of ben ik gewoon jaloers?

Een aantal weken twijfel ik of ik hem zal bellen. Ik merk dat ik er tegenop zie om degene te zijn die moet bellen. Alsof ik zo graag contact met hem wil. Ik verwijt mijzelf dat ik er niet op heb gestaan om te vragen dat hij mij belt. Uiteindelijk trek ik de stoute schoenen aan en bel het nummer op het kaartje. Ik krijg zijn secretaresse aan de lijn. Pastor John is momenteel niet te spreken. Kan ik de volgende dag terugbellen?

Een dag later bel ik weer. Pastor John is nu in bespreking. Ik vraag haar of John mij terug kan bellen. Oh, nee, daar kan niet aan begonnen worden. Ik moest eens weten hoeveel telefoontjes pastor John per dag krijgt. Hij kan ze toch niet allemaal gaan terugbellen. Kan ik het over een week weer proberen? Ik bel haar een week later. Pastor John is er niet. “Belt u toch gerust een andere dag.” Ik vraag haar of ik hem een mailtje kan sturen. Ze geeft mij niet zijn persoonlijke mailadres, maar raadt mij aan om de gemeente te mailen. Ik mail hem, maar hoor niks terug. “Laat maar zitten…” denk ik.

'De Gezalfde’ is een spannend feuilleton in dagboekstijl, geschreven door Matthijs Vlaardingerbroek. Elke maandag en donderdag staat een nieuwe aflevering online. Deze serie is volledig fictief. Hoewel gebeurtenissen zoals beschreven in ‘De Gezalfde’ herkenning zullen oproepen bij mensen die bekend zijn met de mores in bepaalde evangelische en charismatische gemeenten en organisaties in Nederland, berust elke gelijkenis met bestaande personen, gemeenten en situaties op louter toeval. Ook is het niet zijn opzet om met deze serie evangelische en charismatische christenen of kerken op de hak te nemen, maar veel meer dieperliggende dynamieken bloot te leggen.



Discussie over De Gezalfde: Een lelijk eendje (IV)
Reacties uitzetten op CIP.nl? Klik hier!